Einde van de broeikas

Kernfusie belooft al jaren energie zonder vervuiling.

In 2016 moet in Frankrijk die belofte worden ingelost.

Kernfusie is een onuitputtelijke bron van energie. In ieder geval in theorie. In Frankrijk komt een reactor. NRC Handelsblad

Het is zover: de eerste experimentele kernfusiefabriek ter wereld kan worden gebouwd, in het Franse Cadarache. Deze week werd het ITER-project eindelijk officieel goedgekeurd: ministers van de EU, de Verenigde Staten, China, de Russische Federatie, India, Japan en Zuid-Korea bekrachtigden de overeenkomst voor het 10 miljard euro kostende project.

„Daarmee is een traject van jarenlang onderhandelen afgesloten”, zegt Niek Lopes Cardozo, die de ceremonie in het Elysée bijwoonde als hoofd kernfusieonderzoek van het FOM-instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen. „Maar nu begint een nieuw en moeilijk traject waarin nog veel technische uitdagingen overwonnen moeten worden.”

Kernfusie geldt al decennia als een veelbelovende techniek om relatief schone energie op te wekken. De grondstoffen zijn zware varianten van waterstof: deuterium dat in ruime hoeveelheden in zeewater voorkomt en tritium dat in de kernfusiefabriek gekweekt wordt uit lithium, ook een stof waarvan de voorraden niet gauw uitgeput zullen raken.

In processen vergelijkbaar met de processen die zich in het binnenste van de zon afspelen, worden vervolgens deze relatief lichte atoomkernen versmolten. Dat levert grote hoeveelheden energie op. Tegelijkertijd komt maar een beperkte en goed hanteerbare hoeveelheid radioactiviteit vrij. Dit in tegenstelling tot traditionele kernreactoren waarin zware atoomkernen gespleten worden.

Maar om fusie te bewerkstelligen zijn wel extreme omstandigheden nodig - temperaturen van ruim honderd miljoen graden bijvoorbeeld. De kunst – en het probleem – is om die omstandigheden lange tijd stabiel te houden zonder dat het zoveel energie kost dat de opbrengst van de fusiefabriek erdoor tenietgedaan wordt.

De ITER-fusiefabriek moet vanaf 2016 aantonen dat dit mogelijk is. Door gedurende een kwartier tien maal meer energie te leveren dan er ingestoken wordt (bij een geleverd vermogen van 500 Megawatt). En door veel langer vijf maal meer energie te leveren dan het proces kost. „Een van de lastigste kwesties is de koeling van de wanden van het vat waarin het gloeiendhete fusieplasma zich bevindt”, aldus Cardozo.

Nu de ITER-overeenkomst formeel bekrachtigd is, kunnen de deelnemende landen beginnen met het aannemen van in totaal vierhonderd man wetenschappelijk personeel. De bouw van de fabriek – zo hoog als een flat met tien verdiepingen – zal in 2008 beginnen. In totaal is voor de bouw vijf miljard euro uitgetrokken, de rest is voor de bedrijfsvoering.

De EU draagt ruwweg vijf miljard euro aan het project bij. De Nederlandse overheid heeft verder vijftien miljoen euro uit de aardgasbaten (het Fonds Economische Structuurversterking) uitgetrokken voor bijdragen van de Nederlandse industrie aan ITER. Gisteren hebben partijen in Rijnhuizen overlegd over de samenwerking daarbij tussen industrie en onderzoeksinstellingen.

Als ITER inderdaad alle obstakels overwint, dan moet een volgende proeffabriek, vooralsnog aangeduid als DEMO, aantonen dat kernfusie ook commercieel haalbaar is. En pas die fabriek zal elektriciteit aan het net kunnen gaan leveren.

Kijk voor meer informatie op www.fusie-energie.nl of 73073 naar 7585.