Een grote vergissing

Voor een verklaring van de betekenis van de verkiezingsuitslag van gisteren verwijs ik naar andere artikelen in deze krant. Hier wil ik alleen maar zeggen dat het einde van de verkiezingscampagne mij een diep gevoel van bevrijding gaf: ik hoefde niet meer te kijken maar de fratsen van de lijsttrekkers en hun naaste medewerkers.

Ja, fratsen – want die campagne leek vaak op één groot lachfestijn. Politici die van nature helemaal geen lachebekken zijn, voelden zich gedwongen altijd vrolijk, ja brullend te lachen, terwijl politiek in wezen een ernstige zaak is. Ook Balkenende, wiens naturel vier jaar geleden zijn grote sterkte was – de gereformeerde jongen uit de provincie – liet deze keer de troef over aan Rouvoet.

Immers, hij deed lustig mee aan dat lachfestijn. Spindoctors hadden hem kennelijk aangepraat dat dit de methode was om bij een in politiek ongeïnteresseerd publiek stemmen te winnen. Zelfs op vragen over zijn voorhuwelijkse seksleven ging hij in. Moesten we dat werkelijk weten? Verhoogt dat zijn verkiesbaarheid? Soms vroeg ik mij af of zulke scènes mevrouw Balkenende niet vervulden van plaatsvervangende schaamte. Het zou getuigen van goede smaak.

Bij Bos was de lach altijd al zijn grote charme geweest, het bevrijdend contrast tot de zure Melkert, zijn nu vergeten voorganger en grote verliezer van de verkiezingen van 2002. Maar die lach leek nu wel bevroren op zijn gezicht – ook in dagen van tegenspoed. Terwijl de campagne tegen het eind feller en persoonlijker werd, bleef Bos het zonnetje in huis.

Rutte verdiende alleen al om die reden de bijnaam ‘broertje van Bos’, die zijn partijgenoot Weisglas hem eens gegeven had (ja, onder het gelach worden dolkstoten uitgedeeld). Lachen wanneer er niets te lachen viel. Ook zijn grote tegenstreefster, Rita Verdonk, voelde zich zo nu en dan gedwongen daar, tegen haar boodschap in, aan mee te doen. En nog was er een spindoctor die haar aanried vaker te lachen.

De enige lijsttrekker van een grote partij die zichzelf bleef, was Jan Marijnissen. De Brabantse gemoedelijkheid die hij uitstraalt, heeft niets geforceerds, hoewel zijn politieke verleden als maoïst ook een ander verhaal vertelt. De Socialistische Partij regeert hij met ijzeren hand. Niettemin blijft staan dat hij, Rouvoet en Wilders de grote overwinnaars van gisteren waren, terwijl ze zich niet krampachtig om hun imago leken te hebben bekommerd.

De verliezers hadden hun beeld in belangrijke mate laten bepalen door de televisie. En de televisie zoekt het, in de ban van de kijkcijfers, steeds meer in de richting van entertainment. Het publiek wil geamuseerd worden. Dus gaat de politiek, zodra zij zich den volke moet vertonen, ook steeds meer in de richting van amusement, entertainment.

Dat is een grote vergissing. Want politiek is in wezen, zoals gezegd, een ernstige zaak. Het gaat om het wel en wee van de natie. Hoe meer politici in de waan verkeren dat zij dichter bij de mensen komen te staan door aan lolprogramma’s mee te doen of zelfs in serieuzere discussieprogramma’s te proberen zoveel mogelijk lachers op hun hand te krijgen, des te meer worden zij gedwongen om, wanneer het om werkelijke beslissingen gaat, achterkamertjes op te zoeken. In zekere zin misleiden zij het publiek dus.

Vanwaar die waan bij de politici? Zeker sinds Pim Fortuyn leven zij in de veronderstelling dat er een kloof bestaat tussen politiek en kiezer, en dat die op alle mogelijke manieren moet worden overbrugd, desnoods met lolbroekerij en lachfestijnen. En dat terwijl het helemaal niet vaststaat dat de kiezers hun stem laten afhangen van het optreden van politici in dit soort programma’s.

Bestaat die kloof werkelijk? In 2002, met Pim Fortuyn en de monsterzege van de LPF, leek dat even zo, maar een jaarlater was die partij praktisch verdwenen en het politieke stelsel vrijwel hersteld.In de marge is er altijd wel onvrede over het politieke stelsel (wel te onderscheiden van onvrede over de regering), maar hoe groot is die? Zelfs in de échte crisis van de jaren ’30 kregen de on- of antidemocratische partijen CPN en NSB samen nooit meer dan ongeveer tien procent van de stemmen – meestal minder.

Een echte kloof openbaarde zich in 2005, toen een grote meerderheid van de kiezers zich bij referendum uitsprak tegen de ‘Europese Grondwet’, terwijl kabinet en Kamer zich daar juist met nog grotere meerderheid voor hadden uitgesproken. Die kloof zal waarschijnlijk niet gedicht worden alvorens de Kamer de rechten hernomen zal hebben die haar in een vertegenwoordigende democratie toekomen.

De les uit een en ander is dat de politici zich helemaal niet zo druk hoeven te maken en zich anders hoeven voor te doen dan zij zijn. Laten ze zichzelf zijn. Dat wordt gewaardeerd – hoewel het woord van de dominee-dichter De Génestet natuurlijk geldig blijft: „‘Wees uzelf!’, zei ik tot iemand; maar hij kon niet: hij was niemand.”