China en India mijden oude gevoeligheden

De Chinese president Hu heeft zijn staatsbezoek aan India vanochtend afgesloten. De ontmoeting tussen de twee rivalen stond in het teken van handel en beleefdheden.

Philip de Wit

De afgelopen dagen waren ze al te zien in de straten van New Delhi. En vanochtend ook weer in Mumbai; Tibetanen die demonstreren tegen de „illegale bezetting van Tibet door China”. Ze eisten het herstel van „politieke, sociale en culturele vrijheid” in Tibet. Het protest was bedoeld voor de Chinese president Hu Jintao, die deze week op bezoek was in India.

Veel zal Hu niet gemerkt hebben van de protesten. Om escalatie te voorkomen en de Chinese president niet in verlegenheid te brengen, hadden de doorgaans coulante Indiase autoriteiten (als het gaat om demonstraties) de betogers met behulp van politiekordons uit het zicht gehouden van Hu.

Het paste in de sfeer van het bezoek, waar vriendelijke, sussende woorden, beleefdheden en gesprekken over handel domineerden. Het was een ontmoeting van twee rivalen, ontwakende reuzen die elkaar tegenwoordig steeds vaker tegenkomen bij het nastreven van hun economische en geopolitieke belangen.

Ruimte was er eigenlijk niet voor oud zeer, langlopende geschillen en andere gevoeligheden. Zoals de aanwezigheid van duizenden Tibetaanse vluchtelingen in India, waar Dharamsala als woonplaats voor de Tibetaanse regering in ballingschap fungeert. Wel kwam de meer dan 40 jaar durende discussie over de grens in het noordoosten van India – China stelt dat de Indiase deelstaat Arunachal Pradesh Chinees grondgebied is – even ter sprake maar harde noten werden er niet gekraakt.

Het grensdispuut is het gevolg van een korte, hevige oorlog tussen beide landen in 1962, waarbij India als verliezer uit de strijd kwam. Sindsdien is het onderlinge vertrouwen nooit erg groot geweest. Maar de tijden en belangen zijn veranderd.

China kwam deze week als de toekomstige grootmacht, een Aziatisch ontwikkelingsland met een van de snelst groeiende economieën ter wereld (tien procent per jaar) op bezoek bij een andere opkomende natie. India’s economie groeide de eerste drie maanden van dit jaar met 9,3 procent en lijkt voorlopig niet te stoppen. Samen zijn de landen, met 2,4 miljard inwoners, goed voor tweevijfde van de wereldbevolking.

Tijdens een toespraak voor de denktank Indian Council of World Affairs benadrukte Hu gisteren dat de Chinese overheid een „strategische relatie” met India nastreeft en het wederzijdse vertrouwen wil consolideren. Natuurlijk bracht hij ook samenwerking op economisch gebied ter sprake. In 2010 moet de handel tussen beide landen een omvang hebben van 40 miljard dollar (nu nog 20 miljard dollar), zo hebben Hu en de Indiase premier Singh deze week afgesproken.

„Hu is in het bijzonder gekomen om economische oneffenheden glad te strijken”, zegt Janardan Sahu, docent ‘buitenlands beleid van China’ aan de Universiteit van Delhi. Sahu verwijst daarmee naar recente affaires waarbij Chinese ondernemingen tegen bureaucratische obstakels waren aangelopen in India, waardoor investeringsprojecten op losse schroeven kwamen te staan.

Sahu: „Er is gesuggereerd dat India liever niet heeft dat China investeert in gevoelige sectoren, zoals telecommunicatie, in het kader van staatsveiligheid. Maar India is voor China een interessante en belangrijke investeringsbestemming en andersom geldt eigenlijk hetzelfde.”

Sahu ziet India en China vooral als twee snel opkomende concurrenten, gedreven door economische expansie. Het zijn landen die daarbij buiten de deur voortdurend op zoek zijn naar olievelden en andere bronnen om aan de toenemende energiebehoefte van hun ontketende economieën te kunnen voldoen. Hij zegt: „Op dat vlak neemt de concurrentie alleen maar toe.”

Tegelijkertijd proberen ze ook hun politieke invloed te vergroten in de regio, iets waar China op dit moment beter in slaagt. „India moet zijn zaken in Zuid-Azië eerst beter op orde krijgen”, zegt Sahu, daarmee onder meer doelend op de stroeve relatie met Pakistan.

India voelt wat dat betreft de hete adem van China in zijn nek. China is de grootste handelspartner van Bangladesh, is veel aan het investeren in Pakistan en doet goede zaken met het militaire regime in Birma.

India heeft daarentegen weer de banden aangehaald met landen als Afghanistan en Singapore, tegenwoordig een van de grootste buitenlandse investeerders in India. Ook heeft het land recentelijk een belangrijke rol gespeeld in het vredesproces in Nepal.

Hoe innig de relatie tussen China en India is, zal de komende dagen blijken als Hu op bezoek gaat bij de Pakistaanse president Musharraf. Hu meldde dinsdag te willen samenwerken met India op civiel nucleair gebied, een toezegging die in Pakistan niet goed zal zijn gevallen.

Pakistan voelt zich op het vlak van kernenergie in de steek gelaten door de Verenigde Staten, die begin dit jaar een nucleaire samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten met India. Pakistan wilde een soortgelijke deal, maar ving bot bij de VS. De aartsrivaal van India heeft nu al zijn hoop gevestigd op China.

Mochten China met Pakistan een verregaande nucleaire samenwerking overeenkomen, dan zal dat de verhoudingen tussen Peking en Delhi geen goed doen. De vraag is of China dat wil voorkomen of dat het zijn economische belangen in India eventueel op het spel zou willen zetten.