Casino Royale voor de euro

Zou het een bedrieglijke rust geweest zijn? Het afgelopen halfjaar was er op de internationale valutamarkt sprake van een uitzonderlijke kalmte. De belangrijkste wisselkoers, die tussen de euro en de Amerikaanse dollar, schommelde het afgelopen halfjaar doodgemoederd tussen de 1,25 en 1,29 dollar per euro.

De wisselkoers tussen het Britse pond en de dollar, die overigens van oudsher de cable wordt genoemd omdat hij een eeuw geleden telegrafisch werd doorgegeven via de transatlantische kabelverbinding, is al net zo stabiel. En dat laatste komt weer omdat het pond zich sluipenderwijs heeft gekoppeld aan de euro. Al twee jaar fluctueert het pond tussen ruwweg 0,67 pond per euro en 0,70 pond per euro. Wie daar een imaginaire spilkoers van 0,6850 in zet, zou kunnen concluderen dat het pond zich keurig beweegt in een fluctuatiemarge van 3 procent boven en onder die spilkoers.

Het pond is dus effectief terug in het oude Europese Monetaire Stelsel dat het in 1992 moest verlaten, al mag dat in Londen nooit hardop worden gezegd.

Blijft dat allemaal zo? Misschien dat deze week een doorbraak brengt. Dinsdag bereikte de euro zijn hoogste koers sinds zijn introductie in 1999 tegenover de Japanse yen, op ruim 151 yen per euro – hoewel in 1998 de koers van een kunstmatig samengestelde euro nog hoger was. En vanmorgen likte de euro voor het eerst sinds april 2004 aan een koers van 1,30 dollar per euro.

Het ziet er naar uit dat de Europese munt aan kracht wint. Als reden daarvoor wordt op de valutamarkt de gunstige ontwikkeling van de economie van de eurolanden aangehaald. Hoewel vorige week een enigszins teleurstellende economische groei liet zien, vooral veroorzaakt door een terugval in Frankrijk, blijven de vooruitzichten verrassend goed. Een onverwacht sterke Ifo-indicator voor de toekomstige bedrijvigheid in Duitsland bevestigde dit vanmorgen.

Dat heeft gevolgen voor het rentebeleid van de centrale banken. Diverse grote banken verwachten dat de Federal Reserve zijn rente van nu 5,25 procent na een lange pauze zal gaan terugschroeven tot 4,25 procent eind 2007 en daarna. Van de Europese Centrale Bank (ECB) wordt juist verwacht dat die de rente verder opschroeft van de huidige 3,25 procent naar 4 procent over een jaar, en 4,5 procent in 2008.

Dat zijn natuurlijk verre verwachtingen, maar als ze nu al een rol gaan spelen in het dagelijkse casino van de valutamarkt, dan wordt de opwaartse druk op de euro begrijpelijk. Zo begrijpelijk, dat het Duitse Ifo-instituut vanmorgen al vast maar meteen de pijngrens voor de eigen exporteurs bekendmaakte: 1,35 dollar per euro.

Maarten Schinkel