Belgen zijn de klos

Een stoet zwijgende mannen trok gisteren over de Brits Tweedelegerlaan in het Belgische Vorst. Ze lopen langs de fabriekshallen van autofabrikant Volkswagen, op weg naar nieuws over hun toekomst bij het bedrijf. Eerder maakte Volkswagen Vorst bekend dat het 4.000 werknemers ontslaat. Vakbonden vrezen dat nog eens twee keer zo veel banen verloren gaan bij toeleveranciers.

„Wat een drama, dat we dat nog moeten meemaken”, zegt een vakbondsman. Duizenden werknemers hebben zich verzameld op een parkeerplaats om te horen wat de bonden van plan zijn. Touche pas à mon job, staat er op spandoek. Kom niet aan mijn baan.

Een ontslag van deze omvang maakt Europa niet dagelijks mee. En België al helemaal niet. Het nieuws roept in dit land slechte herinneringen uit het verleden op. En vragen over de toekomst. Hoe levensvatbaar is de auto-industrie in België? België heeft, anders dan Nederland, nog een auto-industrie van betekenis.

Een slechte herinnering is de sluiting in 1997 van de Renault-fabriek in Vilvoorde, nabij Brussel. En recenter, in 2001, het failliet van de nationale luchtvaartmaatschappij Sabena. Ook toen gingen duizenden banen verloren.

‘Arm België’, concludeerde een briefschrijver in de Vlaamse zakenkrant De Tijd. In België kon niemand wat doen om dit drama af te wenden, zo lijkt het. Zelfs niet premier Guy Verhofstadt, die nog zou hebben gebeld met de Duitse bondskanselier Angela Merkel. De werknemers zijn het slachtoffer geworden van een Duits machtsspel, denkt men. In september sloot de Duitse metaalbond IG Metall een nieuwe cao af. Daarin werd afgesproken dat werknemers van de Duitse Volkswagen-fabrieken enkele uren per week langer gaan werken – zonder salarisverhoging. In ruil daarvoor zouden de bonden de belofte hebben ontvangen dat de Duitse fabrieken meer werk krijgen. Volkswagen Vorst maakt de Golf, net als de twee Duitse fabrieken in Mosel en Wolfsburg.

Een commentator van De Tijd schreef eerder: „Als puntje bij paaltje komt, blijkt het hemd nog steeds nader dan de rok en gaat ook bij vakbonden het eigen volk voor, zelfs al moet daarvoor een verbond met de duivel, Das Kapital, gesloten worden.”

Na het massaontslag bij Renault in 1997 verlaagde de Belgische overheid arbeidskosten voor nacht- en ploegendiensten om herhaling te voorkomen. Waren de Belgen toch nog te duur? Nee, zegt marktanalist Vic Heylen van Management Consulting Leuven. De loonkosten vertegenwoordigen slechts 6 procent van de totale productiekosten in de sterk geautomatiseerde assemblage. Verlaging van die kosten betekent een besparing van hooguit 0,6 procent. „Dat is niet gewichtig genoeg om een beslissing als deze te beïnvloeden. Vorst heeft gewoon pech, zegt Heylen. De fabriek maakte het verkeerde model.