‘Alweer een dictaat uit Brussel’

De Zwitsers stemmen zondag in een referendum over de vraag of hun land één miljard frank moet doneren voor de ontwikkeling van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Een Brussels dictaat of gezond eigenbelang?

Hertor Bauer heeft al per brief gestemd. Bauer, een kalende Zwitser met een opgewekt gezicht, is lid van de raad van bestuur van Trüb, een bedrijf in Aarau dat creditcards, paspoorten en rijbewijzen maakt. Tachtig procent van dit soort kaarten in Zwitserland wordt door Trüb gemaakt. Maar in 2000 heeft ook Estland het bedrijf ontdekt. Intussen produceert Trüb de meeste Estse bankkaarten, identiteits- en rijbewijzen en tachografenkaarten. Ook vanuit Tsjechië, Bosnië, Kroatië en Polen stromen steeds meer opdrachten binnen.

Zondag stemmen de Zwitsers in een referendum over de vraag of het land één miljard frank (630 miljoen euro) aan de tien nieuwe lidstaten van de Europese Unie moet geven, als ontwikkelingsgeld voor de wederopbouw van die landen. Dat geld wordt uitgesmeerd over vijf jaar. Volgens Bauer kan er maar één antwoord zijn: ja.

„Zwitserland is geen lid van de Unie. Maar dankzij allerlei verdragen tussen de Zwitserse regering en de EU hebben Zwitserse bedrijven, net als onze concurrenten in de EU, redelijk vrij toegang tot de groeimarkten in de nieuwe lidstaten. Wij profiteren dus mee van de uitbreiding. Trüb heeft het laatste jaar honderd nieuwe mensen aangenomen, in Zwitserland, om de opdrachten vanuit Oost-Europa te verwerken. Daar mogen we best iets voor terugdoen. Hoe beter het in die landen gaat, hoe beter het is voor de Zwitserse industrie.”

Maar in Zwitserland is niet iedereen het met Bauer eens. Recente opiniepeilingen tonen zelfs aan dat het een dubbeltje op zijn kant is. 49 procent van de Zwitsers wil ja stemmen, 37 procent nee. Veertien procent aarzelt nog. Waarnemers zeggen dat de ervaring met eerdere referenda over Europa leert dat het aantal voorstanders van meer samenwerking met de EU op het laatst daalt, en dat het merendeel van die twijfelaars uiteindelijk nee gaat stemmen.

Sinds de val van de Muur heeft Zwitserland al drie miljard frank uitgegeven aan de wederopbouw van de tien nieuwe EU-lidstaten. Eén miljard kan daar ook nog wel bij, zeggen de voorstanders: het is gewoon een voortzetting van het bestaande Zwitserse ontwikkelingsbeleid. Als Zwitserse hulpprojecten in Oost-Europa de mensen in Brussel het gevoel geven dat Zwitserland niet alleen op Europese voordeeltjes uit is maar daar ook iets voor terug wil doen, des te beter. Noorwegen, evenmin lid van de EU, geeft zonder morren bijna tweemaal zoveel aan Oost-Europa. Daarbij: Zwitserland wil in de toekomst graag deelnemen aan het EU-satellietsysteem Galileo, aan het Europese voedselagentschap en aan het centrum voor de bestrijding van besmettelijke ziektes. „Als de Zwitsers willen dat de 25 EU-landen daarmee instemmen, is dat miljard belangrijk”, zegt Karin Gilland-Lutz van de universiteit van Zürich. „Zwitserland kan niet alleen maar nemen. Het soms ook geven.”

Maar de tegenstanders, vooral aanhangers van de machtige rechts-populistische Volkspartij (SVP), zien het anders. „Dit is een dictaat van Brussel”, vindt SVP-parlementslid Oskar Freysinger. Volgens hem is de Zwitserse regering verplícht om die één miljard frank te betalen, en gaat het helemaal niet om een vrijwillige contributie. Voor hem wordt Brussel steeds meer een soort ‘Big Brother’, die de Zwitsers geld uit hun zakken klopt. Zijn angst is dat de regering stiekem bezig is om Zwitserland via de achterdeur de EU in te loodsen.

Vorige week, tijdens een verhit televisiedebat, bleek dat veel kijkers Freysingers mening delen. Zij stuurden sms’jes met teksten als ‘Brussel kan de pot op’, ‘Waarom miljarden uitgeven aan Oost-Europeanen als Zwitsers armoe lijden’ en ‘Osthilfe is goed voor Zwitserse bedrijfseigenaren, maar niet voor arbeiders’.

Dat laatste was een verwijzing naar de exorbitante salarissen van Zwitserse zakentycoons, die hun productie steeds meer naar lagelonenlanden als India en China verplaatsen, en zo werkloosheid in Zwitserland veroorzaken. Dat veel leiders van grote bedrijven actief campagne voeren voor een ja, zondag, bevestigt deze sceptici in hun mening.

Maar volgens Swissmem, het verbond van machine-, elektrotechnische en metaalbedrijven, heeft de snelgroeiende handel met Oost-Europa alleen al in 2005 17.000 nieuwe Zwitserse arbeidsplaatsen opgeleverd. Ook Bauer, van Trüb, zegt dat de productie van bankkaarten en rijbewijzen voor de Oost-Europeanen zulk specialistisch werk is dat „het hier gedaan moet worden. Wij hebben de knowhow, de Oost-Europeanen niet.”

Volgens hem is de discussie over het miljard vooral emotioneel. „Sommigen zien het als een knieval voor de globalisering. Voor de macht van het grootkapitaal. Zij vrezen dat we onze identiteit verliezen, als we doen wat de EU ook doet. Voor mij staat het miljard juist voor kansen. Ik wil niet dat Zwitserland lid wordt van de EU: we moeten onze tradities bewaren. Maar we worden omringd door EU-landen. De EU is onze grootste handelspartner. We moeten nauwe banden met ze hebben, anders missen we de boot.”

In Brussel wil niemand commentaar geven voordat de uitslag van het referendum zondagmiddag bekend is. Maar een enkeling wil, op voorwaarde van anonimiteit, wel kwijt dat de relaties tussen Zwitserland en de Europese Unie „er niet gemakkelijker op worden” als het nee wordt. De tien Oost-Europese landen beslissen mee over die toekomstige relaties.

Daarbij bestaat er elders in Europa veel wrevel over Zwitserland, dat zo stunt met belastingtarieven dat steeds meer internationale bedrijven de EU verlaten om zich in Zwitserland te vestigen. Die wrevel kan weleens tot uitbarsting komen, als de Oost-Europeanen hun Zwitserse miljard niet krijgen.