Vriend-vijand-denken is passé

Poetin zet zijn ideeën uiteen over de relatie tussen Rusland en de EU, voorafgaand aan de EU-top vrijdag in Helsinki.

„Onze doelstelling is het ineenslaan van onze handen”.

Rusland is een natuurlijk lid van de ‘Europese familie’, zowel in de geest als wat betreft geschiedenis en cultuur. Hoewel we er niet naar streven ons bij de Europese Unie aan te sluiten, zie ik geen terreinen die zich niet zouden lenen voor een gelijkwaardige, strategische samenwerking, gebaseerd op gemeenschappelijke doelstellingen en waarden.

Als we het over gemeenschappelijke waarden hebben, moeten we ook de historische verscheidenheid van de Europese beschaving respecteren. Het zou nutteloos en verkeerd zijn om te proberen elkaar kunstmatige ‘normen’ op te dringen. Rusland is maar al te graag bereid lering te trekken uit de ervaringen van andere landen, maar als natie met een duizendjarige geschiedenis heeft het ook zijn eigen ervaringen om met zijn Europese partners te delen. Rusland kent vooral een unieke geschiedenis van vreedzame co-existentie en vruchtbare interactie tussen religies, etnische groeperingen en culturen.

Onze betrekkingen worden volwassen en goed gestructureerd. De samenwerking tussen onze industrieën wint aan vaart en onze ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn betrokken bij een energieke dialoog. We bevorderen wetenschappelijke, culturele en humanitaire contacten, en we doen dit alles op een gestroomlijnde en systematische wijze, binnen het raamwerk van een project dat ten doel heeft vier gemeenschappelijke ‘ruimten’ te creëren. Die ‘ruimten’ betreffen economische aangelegenheden en het milieu, zaken die betrekking hebben op de vrijheid, veiligheid en gerechtigheid, de externe veiligheid, en onderzoek en onderwijs .

We hanteren een soortgelijke benadering als het om de internationale veiligheid gaat. Rusland en de EU staan voor een versterking van universele regimes, met name dat van het non-proliferatieverdrag. Ondanks tactische verschillen koesteren we een gemeenschappelijke wens om een rechtvaardige oplossing te vinden voor de meest ingewikkelde internationale problemen, zoals het conflict in het Midden-Oosten of de kwestie van het Iraanse ‘nucleaire dossier.’

We ontwikkelen betrekkingen met de EU met het oog op de toekomst, niet op het heden. Ik ben ervan overtuigd dat de dialoog niet beperkt moet blijven tot technische of ‘industriële’ kwesties als quota’s, tarieven en anti-dumpingafspraken, ook al zijn die belangrijk en moeten ze gezamenlijk worden aangepakt. Ik denk dat we eerst moeten beslissen wat we de komende decennia van elkaar willen en wat we voor onze bevolking kunnen doen.

We zullen snel moeten beginnen samen te werken aan een nieuw akkoord ter vervanging van de Overeenkomst van Partnerschap en Samenwerking die in 2007 afloopt. Wij hopen dat de top tussen de EU en Rusland op 24 november de onderhandelingen een impuls zal geven. Uit onze dialoog met onze Europese partners blijkt dat we het over veel onderdelen van een toekomstige overeenkomst eens zijn. Rusland denkt dat het een compact maar politiek betekenisvol document moet worden, dat duidelijk omschreven doelstellingen en mechanismen moet bevatten voor een gelijkwaardige samenwerking.

Ik hoop dat het gezamenlijke werk aan dit document Rusland en de EU nader tot elkaar zal brengen. Toekomstige gesprekken mogen niet verworden tot een uitwisseling van klachten. We kunnen geen nieuwe bladzijde in de geschiedenis van onze samenwerking omslaan, als we ten prooi vallen aan angst voor toenemende onderlinge afhankelijkheid.

Het probleem is dat degenen die waarschuwen voor het gevaar dat Europa afhankelijk wordt van Rusland de Russisch-Europese betrekkingen in zwart-wit-termen schetsen en proberen ze in te passen in het verouderde stramien van ‘vriend of vijand’. Zulke stereotypen hebben weinig gemeen met de realiteit, maar hun aanhoudende invloed op het politieke denken en doen dreigt tot nieuwe scheidslijnen in Europa te leiden.

Ik geloof heel sterk dat het verleden niet moet worden gebruikt om ons te verdelen, want we kunnen de geschiedenis toch niet herschrijven. Onze doelstelling is het ineenslaan van onze handen, zodat we kunnen bouwen aan een gemeenschappelijke toekomst als partners en bondgenoten. Rusland is bereid daaraan te werken, en ik hoop dat ook binnen de Europese Unie een constructieve benadering de overhand zal krijgen.

Vladimir Poetin is sinds 2000 president van Rusland. In 2004 werd hij herkozen, met ruim 71 procent van de stemmen.