Verlaging van winstbelasting door de senaat

De Eerste Kamer gaat akkoord met de verlaging van de winstbelasting voor bedrijven en zelfstandige ondernemers. Gisteren bleek tijdens de behandeling van het wetsontwerp ‘Werken aan winst’ dat alleen de linkse partijen PvdA, SP en GroenLinks tegen de tariefsverlagingen zullen stemmen.

Het tarief van de vennootschapsbelasting zal volgend jaar dalen naar 25,5 procent. Voor winsten tot 25.000 euro daalt het tarief naar 20 procent, voor winsten tot 60.000 euro is dat 23,5 procent.

De verlagingen komen evenwichtig ten gunste van zowel grote ondernemingen als het midden- en kleinbedrijf. Voor zelfstandige ondernemers komt er een tariefsverlaging van 10 procent in de inkomstenbelasting. De dividendbelasting gaat van 25 naar 15 procent. Het kabinet trekt in totaal 730 miljoen euro extra uit voor alle tariefsverlagingen.

Volgens het kabinet is de verlaging van de winstbelasting nodig om Nederland fiscaal concurrerend te houden en om de Nederlandse winstbelasting aan te passen aan Europese wetgeving. SP-senator Kox typeerde de belastingverlaging als „pakjesavond van Sinterklaas Gerrit Zalm voor het bedrijfsleven”. PvdA-senator Leijnse stelde voor om de tariefsverlaging te beperken tot 28 procent, maar kreeg daar onvoldoende steun voor.

Verschillende senatoren vroegen opheldering over Nederland als ‘belastingparadijs’ door de sterke toename van het aantal brievenbusmaatschappijen in Nederland. Dit zou ten koste gaan van belastingheffing in ontwikkelingslanden. Minister Zalm (Belastingen, VVD) verzette zich tegen deze zienswijze. „Er is geen sprake van dat wij belastingen zouden wegtrekken uit ontwikkelingslanden”, aldus Zalm. „Als ik daar een aanwijzing voor zou hebben, ben ik de eerste om dat te corrigeren.”