‘Verlaat olympisch dorp – stop’

Na vijftig jaar heeft oud-bestuurslid Claas van den Houten van het Nederlands Olympisch Comité spijt van de boycot van de Spelen in Melbourne. „De sporters zijn zwaar getroffen.”

Henk Stouwdam

Het is vandaag vijftig jaar geleden dat de Olympische Spelen in Melbourne werden geopend. Zonder Nederland, dat op de valreep tot een boycot besloot wegens de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije.

Claas van den Houten (93), het enige nog levende bestuurslid van het Nederlands Olympisch Comité uit 1956, heeft onlangs ten overstaan van de sporters uit die tijd spijt betuigd, maar hij hecht een halve eeuw later wel aan een nuancering. „Ik zou het geen boycot willen noemen, omdat ons besluit niet was gericht tegen de Spelen als zodanig, maar tegen deelname van de Sovjet-Unie.”

Maar verder geen misverstand: Van den Houten, destijds secretaris-penningmeester van het NOC, vindt nu dat de Nederlandse ploeg ten onrechte is thuisgebleven. In Wassenaar, waar hij zijn laatste jaren slijt, is het schuldgevoel nog steeds niet verdwenen. Van den Houten betreurt vooral dat hij zich meer door emoties dan feiten heeft laten leiden. „Ik had de Hongaren moeten bellen, want die gingen wel. Tevens vind ik nu dat de Nederlandse sporters onevenredig zwaar zijn getroffen, de organisatie in Melbourne de dupe werd van ons protest en het wegblijven een precedent heeft geschapen dat navolging kreeg.”

Hoewel Van den Houten gezien zijn hoge leeftijd nog kwiek is, kost het hem zichtbaar moeite alle herinneringen aan de besluitvorming in 1956 te reconstrueren. Uit de geschiedschrijving weten we inmiddels dat de buitengewone algemene vergadering van het NOC goed was voorbereid en de toenmalige voorzitter Hans Linthorst Homan een dominante persoonlijkheid was die zich met zijn volle gewicht achter een boycot had opgesteld. „En als Linthorst Homan eenmaal een besluit had genomen, kwam hij daar niet op terug”, herinnert Van den Houten zich nog maar al te goed.

Zelf kende Van den Houten destijds evenmin twijfels. Toen hij na de Sovjet-inval in Boedapest werd gebeld door een geschokte Linthorst Homan stemde hij zonder aarzelen in met diens voorstel tot een boycot. ‘Ik vind’, zei hij over de telefoon, ‘dat we de Russen niet moeten ontmoeten en dat we 10.000 gulden aan Hongaarse vluchtelingen moeten schenken.’ ‘Hans’ antwoordde ik, ‘ik ben het helemaal met je eens, behalve met die 10.000 gulden. Dat moet 100.000 gulden worden.” Dat bedrag is ook uitgekeerd, al vindt Van den Houten dat achteraf eveneens een verkeerde beslissing. „Omdat het in strijd was met de statuten van het NOC.”

Van den Houten was, samen met Linthorst Homan, ook de opsteller van het telegram dat naar Melbourne werd gestuurd om de vier atleten – tienkamper Eef Kamerbeek, sprintster Puck Brouwer, meerkampster Dini Hobers en verspringer Henk Visser – mee te delen dat ze moesten terugkeren naar Nederland. De boodschap werd overgebracht door kwartiermaker Wim van Zijll, directeur van het NOC. Hij noemde het een „dwaas telegram”. Later zou Van Zijll verklaren: ‘Ik weet nog dat ik naar het ontbijt ging om de atleten in te lichten. Ik had zo veel lood in mijn schoenen dat ik amper kon praten.’

De letterlijke tekst luidde: ‘Buitengewone algemene vergadering besloot Nederlandse olympische deelneming terugtrekken – stop – verlaat alleen het olympisch dorp – stop – zoek elders onderdak – stop – draag burgerkleding indien onmogelijk verwijder badge – stop – wacht komst Paulen leaving 11 november voor verdere instructies – stop – cancel alle hotelreserveringen maar reserveer hotel Windsor voor Paulen en Quarles leaving 15 november – stop – sorry, sterkte.’

Over de reis van NOC-bestuursleden Ad Paulen, maar vooral Jaap Quarles van Ufford was het nodige te doen. Paulen moest als voorzitter van de internationale atletiekfederatie materiaal keuren. Hij mocht op kosten van het NOC naar Melbourne afreizen onder voorwaarde dat hij voor de opening zou terugkeren. En zo gebeurde.

Quarles van Uffords reis werd tot zijn woede niet door het NOC bekostigd, omdat hij als voorzitter van de internationale hockeyfederatie tijdens de Spelen het congres moest bijwonen.

Hoewel Linthorst Homan hem smeekte niet te gaan – ‘dat wordt in het buitenland niet begrepen’ – reisde Quarles van Ufford af en zou hij de Spelen als toeschouwer bijwonen. Dat zette kwaad bloed en hem werd bij zijn aftreden in 1957 het erelidmaatschap onthouden. Pas later zou dat worden rechtgezet.

Achteraf bleek dat Quarles van Ufford tegen de boycot was, maar daar niet voor uit durfde te komen. Daar heeft Van den Houten nu spijt van. „Wanneer ik hem had gesteund, geloof ik dat we samen dit besluit hadden kunnen voorkomen, want veel bonden durfden zich niet te verzetten.”

De sportkoepel NOC*NSF houdt vanavond in het Kurhaus in Scheveningen een verzoeningsdiner voor alle nog levende sporters die toentertijd naar Melbourne zouden gaan.