TT

Op een dag was hij er gewoon. Ik had geen idee waar hij vandaan kwam en waarom hij mij had opgezocht. Het taai-taaimannetje was een merkwaardig schepseltje. Hij was honingbruin met donkere lijnen op zijn lijfje en hij rook een beetje naar anijs.

Ik noemde hem TT. Dat vond hij best. We speelden samen met de lego of de treinbaan. TT was net als ik dol op ijsjes en plaatjesboeken. Hij ging mee naar buiten om te voetballen of om spinnen te vangen in de tuin. Maar alleen als het niet regende. TT hield niet van regen. „Daar word ik papperig van”, zei hij. Ik wist niet zo goed wat papperig betekende, maar het leek me gevaarlijk. Dus bleven we binnen.

Ik was dolgelukkig met mijn speelkameraadje. ‘s Middags lagen we vaak urenlang op het vloerkleed in mijn zolderkamer. We staarden door het schuine dakraam naar buiten en vertelden elkaar de mooiste verhalen. Ikzelf had nog niet zo veel meegemaakt, maar het taai-taaimannetje kon heel goed verzinnen. Hij had het over spannende avonturen.

Op een dag was hij gevonden door een bakkersknecht, achter een stapel oude bakplaten. De jongen bekeek het taai-taaimannetje van alle kanten, kneep eens in zijn buikje... en gooide hem achteloos op de grond. Ploink. Hiervan schrok de dikke bakkerskat wakker en hij kwam dreigend op TT af. Het beest begon, met zijn ruwe tong, van boven tot onder aan hem te likken. Het hoofd van het arme taai-taaimannetje begon al een beetje papperig te worden en het zag er niet goed voor hem uit. Net op tijd rukte hij zich los en begon te rennen. De kat, die nog nooit zoiets lekkers had geproefd, zette de achtervolging in. Maar TT was sneller en slimmer en dook veilig weg in een muizenholletje.

Zo plotseling als het taai-taaimannetje gekomen was, was hij ook weer vertrokken. Op een dag, toen ik uit school kwam, was hij weg. Ik riep zijn naam, maar er kwam geen antwoord. Ik snoof zo hard als ik kon, maar de anijslucht was verdwenen. Ik moest een beetje huilen, maar veegde snel mijn tranen weg. TT hield niet van tranen. Daar werd hij papperig van.

Voor het versieren van taaitaaipoppen heb je nodig:

grote taaitaaipoppen

poedersuiker

verschillende kleuren levensmiddelenkleurstof

zilverpilletjes, musketzaad, mimosa, smarties, kleine tumtummetjes, dropveters

Leeg een bus poedersuiker in een grote schaal en voeg een paar eetlepels water toe. Roer met de lepel tot een glad, glanzend papje. Misschien moet je iets meer water toevoegen, maar wel voorzichtig want het glazuur moet lekker dik zijn (anders wordt je taaitaaipop papperig). Verdeel het glazuur over kleinere schaaltjes en roer daar steeds een paar druppeltjes kleurstof door. Versier de taaitaaipoppen met verschillende kleuren glazuur en versier ze met alles wat je mooi vindt.

Janneke Vreugdenhil

Heb jij een goed recept om zelf taaitaai te bakken? Of een ander sinterklaasrecept? Post het op www.nrc.nl/kokenetc