Syrië aangekeken op moord Gemayel

Na de moord op de Libanese minister van Industrie is meteen beschuldigend naar Damascus gewezen. De kans dat president Bush zich laat overhalen om met Syrië te praten is verkleind.

Aanhangers van de gisteren vermoorde Libanese minister Pierre Gemayel treuren in Beiroet om de dood van de politicus. Foto AFP Supporters of assassinated Lebanese Minister Industry Minister Pierre Gemayel mourn outside the Phalange party headquarters in Beirut 21 November 2006. Gemayel was gunned down in a Beirut suburb today, the latest victim in a spate of attacks on anti-Syrian politicians, and angry voices quickly blamed Damascus. AFP PHOTO/ANWAR AMRO AFP

Nog geen week geleden zei de Libanese anti-Syrische christelijke leider Samir Geagea dat er wel eens ministers vermoord zouden kunnen worden in het kader van de harde campagne van pro-Syrische groepen, Hezbollah voorop, om grotere zeggenschap te krijgen in de regering. Gisteren volgde de moord op minister van Industrie Pierre Gemayel. Hij was geen leidend politicus, maar als lid van een prominente christelijke familie die Libanon verscheidene fel anti-Syrische leiders heeft geleverd, wel een symbool van het verzet tegen Syrische invloed.

In Libanon en daarbuiten is daarom onmiddellijk beschuldigend naar Syrië gewezen: weer is een tegenstander geëlimineerd. „Ze willen ieder vrij mens vermoorden”, zei Saad Hariri, zoon van de vorig jaar vermoorde ex-premier Rafiq Hariri.

Bovendien is de dreiging verder toegenomen van een explosie van geweld tussen pro- en anti-Syrische bevolkingsgroepen, een nieuwe ronde burgeroorlog waarin het grote buurland met behulp van zijn plaatselijke vertegenwoordigers de controle over Libanon zou kunnen herstellen. Tegen een (pro-)Syrisch daderschap pleit dat deze aanslag Hezbollah in verlegenheid heeft gebracht en de kans verkleint dat de Amerikaanse president Bush zich laat overhalen met Syrië en Iran te gaan praten in plaats van hen verder te isoleren.

De moord op Gemayel is de vijfde op een prominente tegenstander van Syrië sinds vorig jaar februari, en de vier voorgaande werden eveneens aan Damascus toegeschreven. De reeks begon met de bomaanslag op Hariri, wiens dood via woedende massabetogingen en westerse druk leidde tot de terugtrekking van de Syrische bezettingstroepen uit Libanon. Juist gisteren gaf de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het groene licht voor de oprichting van een tribunaal om de daders te berechten. De Libanese regering heeft vorige week in principe met het tribunaal ingestemd; het Libanese parlement moet het voorstel nog ratificeren.

De eersten die op de nominatie staan om te worden berecht zijn de vier pro-Syrische Libanese generaals, onder wie de commandant van de presidentiële garde, die al 14 maanden gevangen zitten op verdenking van betrokkenheid bij de moord op ex-premier Hariri. Verwacht wordt dat het VN-onderzoek naar de moord ook tenlasteleggingen zal opleveren tegen hoge Syrische leiders.

Geagea en andere anti-Syrische Libanese leiders beschuldigen het fundamentalistisch-shi’itische Hezbollah ervan grotere zeggenschap in de regering – de facto vetomacht – te eisen om allereerst namens Syrië het tribunaal te dwarsbomen, en op iets langere termijn zijn ontwapening (en daarmee vermindering van invloed) te verhinderen. Hezbollahleider Hassan Nasrallah ontkent het eerste en bevestigt het tweede. De resoluties van de VN-Veiligheidsraad die ontwapening van Hezbollah eisen, „zijn in het belang van Israël en niet van Libanon”, zegt hij. Hezbollah noemt zichzelf een noodzakelijke buffer tegen Israëlische agressie.

Hezbollah en zijn bondgenoten trokken tien dagen geleden hun zes ministers uit het kabinet terug om hun eisen kracht bij te zetten. Hierop doelde Geagea vorige week: als de regering nog drie ministers verloor, zou zij automatisch vallen en moesten verkiezingen volgen. Hezbollah had gedreigd met (vreedzaam) massaprotest om het kabinet ten val te brengen als premier Siniora bleef weigeren om anti-Syrische door pro-Syrische ministers te vervangen en zo het pro-Syrische gewicht te vergroten. „Iemand zou kunnen overwegen hen [de drie] definitief te ontslaan”, zei Geagea.

Maar nu dat inderdaad is gebeurd, schreef vanochtend de krant Al-Akhbar, is „het oppositiekamp dat zich opmaakte voor een krachtmeting met de regering in verwarring gebracht”. Nu bereiden immers de aanhangers van de regering zich voor om te gaan demonstreren, morgen bij Gemayels begrafenis. En hoe moet het nu verder met de Hezbollah-plannen om de regering door middel van massaprotest ten val te brengen?

De regering-Bush liet er gisteren weinig twijfel over bestaan dat zij Syrië verantwoordelijk acht voor de moord. Bush zelf zei dat Syrië en Iran proberen de democratisch gekozen regering-Siniora te ondermijnen. VN-ambassadeur John Bolton zei dat „als je kijkt naar het bewijs dat de moord op Hariri verbindt met de andere politieke moorden, dan denk ik dat de mensen hun eigen conclusies kunnen trekken”.

Bush was al niet erg enthousiast over het idee van een dialoog met Syrië en Iran, waartoe de Irak Studiegroep van ex-minister James Baker naar verwachting in zijn komende rapport gaat adviseren om het geweld in Irak te helpen beteugelen. Syrië heeft juist gisteren zijn relaties met Irak hersteld, en uitdrukkelijk de Amerikaanse militaire aanwezigheid geaccepteerd, wat wordt gezien als een beleidswijziging in Damascus. De moord op Gemayel zou een streep kunnen halen door een Amerikaanse beleidswijziging.