Stemmen (2)

Het was nog donker toen we ons naar het stemlokaal spoedden. Kwart voor acht! De inbrekers waren nog maar net naar bed. Op maar één raam dat we passeerden, zagen we een verkiezingsaffiche hangen. Dat was het raam van Marijke Vos, wethouder van GroenLinks. Als bekende wethouder van Amsterdam móet je wel.

Zo werd Femke Halsema de eerste politicus die me op deze sombere morgen toelachte. Ik keek nog eens goed.

„Je twijfelt toch niet?” vroeg mijn vrouw.

„No way”, zei ik. Korte antwoorden moet je tegenwoordig in het Engels geven, dat klinkt resoluter. „Maar Femke was gisteravond wel de beste”, voegde ik eraan toe.

Ze haalde haar schouders op. „Ze is me te pathetisch.”

„Ze kiest altijd wel de goede momenten om pathetisch te zijn.”

Van al die verkiezingsdebatten zal me dat het meest bijblijven: het Irak-moment aan het slot van het laatste debat. Balkenende, zichzelf steeds zelfgenoegzamer feliciterend met zijn normen en waarden, die plotseling midscheeps getroffen wordt door het verwijt van Halsema dat hij ons „een oorlog heeft ingesjoemeld” – en die vervolgens moet toegeven dat hij, als het aan hem ligt, nimmer een onderzoek zal laten instellen naar het hoe en waarom.

Witteman: „Dus u wilt geen onderzoek?”

Balkenende: „Nee.”

Eindelijk een memorabel tv-incident in die oceaan van lulligheid, waarin vooral de publieke omroepen de politici de afgelopen weken hebben laten rondspartelen.

„En hoe vond je Wouter?” klonk het naast me.

Fijn dat ik die vraag voorlopig ook niet meer hoefde te beantwoorden.

„Wouter was Wouter. Keurig, degelijk, maar ook voorspelbaar.”

Daar kon ze zich wel in vinden. Wouter is gewoon onze ideale schoonzoon. Het enige wat je je soms bij hem bezorgd moet afvragen is: zal je dochter hem wel spannend genoeg blijven vinden? Of zal ze hem op zekere dag verwisselen voor een louche charmeur die haar gouden bergen in een blank Nederland belooft?

We sloegen het straatje van het stemlokaal in. Er kwamen twee mensen naar buiten.

„Dus het blijft voor jou: strategisch Wouter?” vroeg mijn vrouw.

Ik knikte. „Ik noem het liever: strategisch anti-Rita. Er is maar één manier om Verdonk uit een nieuwe regering te houden: een coalitie CDA-PvdA.”

We zuchtten. We hadden het er vaak over gehad. Een links kabinet in dit land? Een krabbenmand, omringd door haaien. Maar het vooruitzicht van een CDA-PvdA-coalitie, daar werd de nieuwe dag ook niet op slag veelbelovender door. Ik zag ‘de formatiemaanden’ al als een troosteloze woestijn voor ons liggen. De geheimzinnigheid, de achterdocht, de bedekte verwijten, de openlijke verwijten, de breekpunten, de eerste breuk, de lijmpogingen, de kandidaten.

En veel, ontzéttend veel Maxime Verhagen.

We gingen het lokaal binnen. Het was er helemaal leeg, op twee tafels na, waarachter zes ambtenaren ons verlangend aankeken. Dit was het moment. Er was geen weg meer terug. In de hokjes lagen de rode potloden roerloos op ons te wachten. Potloden! Alsof de tijd wel degelijk kon stilstaan, alsof er nooit iets hoefde te veranderen. Op een dag werd je het leven uitgesjoemeld, en dat was het dan.

We stapten de hokjes in.