Rijden door rood is zwak punt op spoor

„Vrijwel zeker” zijn de twee spoorongelukken van de afgelopen dagen te wijten aan rijden door een rood sein, zegt een topman van Prorail. NS noemt het een „bizar toeval” dat dit twee keer vlak achter elkaar gebeurt.

Ingedeukte treinstellen, verwrongen rails, gewonde passagiers: twee botsingen op het spoor de afgelopen twee dagen, in Rotterdam en Arnhem. Op beide stations raakte het verkeer grotendeels ontregeld. Was het toeval, twee ongelukken in een tijdsbestek van amper 24 uur?

Ja, zegt NS. „Een bizar toeval”, noemt de woordvoerder van de spoorwegen het. „Ik heb geen reden om aan te nemen dat er een verband bestaat.” Reizigersvereniging Rover, die NS doorgaans zeer kritisch volgt, is ditmaal voorzichtig. „Als het twee keer op dezelfde plek was, zou het geen toeval zijn, maar Rotterdam en Arnhem liggen ver uit elkaar, ik denk dat het niets met elkaar te maken heeft”, zegt een woordvoerder van Rover. „Ik maak me wel zorgen over het feit dat rijden door een rood sein steeds vaker gebeurt en vraag me af waarom dat zo is.”

Prorail, het staatsbedrijf dat sporen, seinen en wissels beheert, zoekt de oorzaak van de ongelukken in Rotterdam en Arnhem bij de machinisten. „We moeten het onafhankelijk onderzoek door Inspectie Verkeer en Waterstaat afwachten, maar op basis van onze eerste bevindingen kan ik met vrij grote mate van zekerheid zeggen dat het negeren van een rood sein in beide gevallen de oorzaak is”, zegt Bert Klerk, de bestuursvoorzitter van Prorail. „In Arnhem miste de machinist van de goederentrein een stopteken, in Rotterdam zag de machinist van de personentrein een rood sein over het hoofd.” De politie in Arnhem heeft de machinist van de goederentrein gisteren verhoord – getuigen meenden gezien te hebben dat de trein door rood reed en daardoor frontaal botste met een personentrein.

De spoorwegen in Nederland zijn voorzien van een uitgebreid en gecompliceerd netwerk van seinen en wissels. Voor treinen die sneller dan 40 km per uur rijden bestaat een automatisch stopsysteem, dat in werking treedt bij het negeren van seinen. Maar bij een lagere snelheid gebeurt dat nog niet. Vandaar dat botsingen meestal plaatshebben in de nabijheid van stations waar treinen niet zo snel rijden, of op emplacementen. Op dezelfde sporen waar maandag in Rotterdam twee treinen op elkaar botsten, had begin 2005 een soortgelijk ongeluk plaats. De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) stelde toen in een onderzoek vast dat de machinist van een van de treinen na het passeren van twee veilige seinen een derde sein, een stopsein, over het hoofd zag.

Prorail werkt nu aan de installatie van een nieuw beveiligingssysteem met de naam ATB++, dat ook bij lage snelheiden tot een automatische noodstop leidt bij het negeren van seinen. Dit systeem zal pas in 2009 zijn ingevoerd. „Te laat”, oordeelt Rover. „We willen niet op de conclusies van het onderzoek naar de twee ongelukken vooruitlopen, maar het is bekend dat het rijden door een stopsein een zwak punt is op het spoor.”

Vorige week nog leverde IVW ongezouten kritiek op Prorail naar aanleiding van twee ontsporingen afgelopen zomer, in Zwammerdam (op 30 juni) en in Landgraaf (1 juli). Deze waren het gevolg van ondeskundig aanleggen van rails, zo oordeelde IVW, waardoor bij hoge temperaturen (er heerste een hittegolf) zogenoemde spoorspattingen ontstonden, spontane verbuiging van de rails. Volgens de inspecteurs besteedde de spoorbeheerder ook onvoldoende aandacht aan de veiligheidsprocedures op het spoor. „De inspectie maakt zich naar aanleiding van de bevindingen zorgen”, zo stond in het onderzoeksrapport. Prorail kon „potentieel gevaarlijke situaties” niet goed inschatten.

Prorail zegt zich de kritiek te hebben aangetrokken. „We waren het eens met de conclusies en zijn met een nieuwe veiligheidsagenda gekomen”, zegt een woordvoerder.