Ramen open naar ’t buitenland

Buitenlandse politiek heeft vrijwel geen rol gespeeld in de verkiezingscampagne. Dat was helemaal verkeerd. Het nieuwe kabinet moet met deze benauwde opstelling breken, betoogtJaap W. de Zwaan.

In de voorbije campagne voor de parlementaire verkiezingen is nauwelijks aandacht geweest voor de internationale dimensie van onze politiek. Buitenlands beleid, en in het bijzonder de Europese integratie, zijn geen ‘issues’ geweest. Dat was geheel ten onrechte.

Wat zich in Nederland afspeelt, wordt in belangrijke mate bepaald door ontwikkelingen elders in de wereld. Dat is vandaag zo, en het zal in de toekomst nog meer het geval zijn. Het gaat met name om de gevolgen van globalisering en internationalisering. Omdat tal van zaken een grensoverschrijdend karakter hebben, zijn nationale grenzen steeds minder relevant geworden. Ook de nieuwe mogelijkheden op het gebied van communicatie en transport spelen hier een rol.

Zo worden internationale handelsbewegingen tegenwoordig in belangrijke mate bepaald door afspraken op wereldniveau, aangegaan in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. In samenhang daarmee moet de ontwikkelde wereld zich inspannen om de economie van ontwikkelingslanden op een aanvaardbaar peil te brengen. Dat is ook een eigenbelang, omdat armoede een bedreiging vormt voor de stabiliteit bij ons.

Op het wereldtoneel veranderen de krachtsverhoudingen. De Verenigde Staten hebben lange tijd een soort van alleenheerschappij in de wereld kunnen uitoefenen. Nu moeten zij accepteren dat nieuwe supermachten ontstaan. Althans op economisch gebied moeten we rekening houden met de opkomst van landen als China, India en Brazilië. Ook de potentie van Rusland, bijvoorbeeld op energiegebied, mag niet worden onderschat.

Deze ontwikkelingen zijn van direct belang voor de stabiliteit en de welvaart in onze regio. Denk verder aan zaken zoals energie, milieu, terrorisme, defensie, asiel en immigratie. De meeste landen kunnen niet meer zelf in hun behoeften aan energie voorzien. We zijn afhankelijk geworden van leveranties van olie en gas uit andere delen van de wereld, van landen in het Midden-Oosten en Rusland voorop.

Het broeikaseffect en de klimaatsverandering beïnvloeden onze samenleving rechtstreeks. De stand van het water in onze rivieren wordt mede bepaald door regen- en sneeuwval in de Alpen. Door de klimaatsverandering, gepaard gaande met smeltende ijskappen op de Noord- en Zuidpool, worden onze dijken en duinen bedreigd.

De aanslag op de Verenigde Staten –11 september 2001– raakte ons allemaal. Terrorismebestrijding is verheven tot topprioriteit nummer één als het gaat om internationale samenwerking.

Tot op de dag van vandaag ondervinden we daar ook in Nederland de gevolgen van. Onze troepen zijn actief geweest in Irak en treden nu op in Afghanistan. Ons leger bewaakt niet meer in de eerste plaats onze landsgrenzen, maar wordt ingezet om elders in de wereld stabiliteit te bewerkstelligen. Migratiebewegingen die ergens in de wereld op gang komen, door ‘echte’ of economische vluchtelingen, hebben gevolgen voor de huisvestingssituatie, de stand van de sociale en medische bijstand, de kwaliteit van het onderwijs en de arbeidsmarkt bij ons.

Voor een deel kunnen we deze ontwikkelingen beïnvloeden. Denk aan bilaterale samenwerking of ons lidmaatschap van internationale organisaties, de Europese Unie, de Verenigde Naties en de NAVO voorop. Bilaterale samenwerking heeft echter noodzakelijkerwijs een beperkt effect. Verder zal de invloed van Nederland binnen internationale organisaties kleiner worden, door de steeds grotere aantallen lidstaten en de daaruit voortvloeiende problemen voor de besluitvorming.

Voor een ander deel kunnen wij internationale ontwikkelingen nog niet of nog onvoldoende beïnvloeden. Dat geldt bijvoorbeeld voor het lenigen van onze energiebehoeften en de klimaatverandering. Wat dat laatste betreft moeten we inmiddels vaststellen dat de voorbije klimaatconferentie in Nairobi geen vooruitgang heeft gebracht. Haast is echter geboden omdat de resultaten die tot dusver zijn geboekt bij de implementatie van het Kyoto Protocol, nog maar bescheiden zijn.

Daarom is zo belangrijk dat de Nederlandse burger de betrekkelijkheid inziet van wat er in ons land gebeurt. Mede met het oog op de toekomst moeten wij ons veel meer internationaal oriënteren. Het valt dan ook te betreuren dat de internationale dimensie van ons bestaan in de campagne nauwelijks aan de orde is geweest.

Daarom is ook belangrijk dat de Nederlandse regering internationaal weer een actieve rol gaat spelen, in de eerste plaats op het Europese toneel. Het spel overlaten aan anderen, de grote landen voorop, zal onze belangen niet dienen. In de Europese discussie over het grondwettelijk verdrag moeten we ook niet aankomen met suggesties tot schrapping van louter symbolische zaken zoals de Europese hymne of de vlag.

Het gaat om de inhoud. Dan blijkt – vergelijk de raadpleging via internet na het referendum van 1 juni 2005 – dat de burger op bepaalde terreinen juist méér in plaats van minder Europa wil. Voorbeelden zijn – opnieuw – energie, milieu, justitie, buitenlands beleid en defensie. Terwijl het buitenland steeds belangrijker wordt, sluit de nationale politiek zich daarvoor af. In deze situatie moet verandering komen. Hier ligt een taak voor het nieuwe kabinet en de nieuwe Tweede Kamer.

Prof.mr. Jaap W. de Zwaan is directeur van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen ‘Clingendael’ in Den Haag.