Ons volk valt voor losers, niet voor leiders

Wie van de lijsttrekkers hield een speech die nagalmde in de geschiedenis? Zulke leiders zijn er niet in Nederland. Maar een politicus moet het hebben van zijn uitstraling, meent Jort Kelder.

Had u vandaag ook zo’n zin om ter stembus te gaan? Ik niet. Het feest der democratie is verworden tot een speeltje van politici die na 22 november wel zullen zien wat onze stem in hun baantjescarrousel teweegbrengt. Stem je Bos, krijg je Balkenende. Stem je Balkenende, krijg je Bos er ongevraagd bij.

Strategietjes, toneelstukjes en achterkamertjespolitiek. Vierenhalf jaar na de Fortuyn-revolte is er weinig veranderd in Haagse kringen. Integendeel, het Ancien Regime zit steviger in het zadel dan ooit.

PvdA en SP verdedigen de verworven rechten van de babyboomers; de regeringspartijen staan pal voor de hypotheekrenteaftrek. Geen debat over de globalisering, over het broeikaseffect en over de oorlog tegen de islam. Zoals Felix Rottenberg mismoedig in een documentaire voor VPRO’s Tegenlicht opmerkte: „De luiken zijn voor de ramen.”

Misschien krijgt Nederland, het land van de middelmaat, ook wel de leiders die het verdient. Mediocre meningenmachines die hun hele carrière danken aan De Partij. Zeg eens eerlijk, waneer was de laatste keer dat u een Hollandse politicus u inspireerde? Waar Ségolène Royal zich laat portretteren als een prachtige en krachtige zonnekoningin, poseert haar noordelijke neefje Wouter Bos in een troosteloos rood windjack. „Ik wil een doodgewone minister-president zijn”, spreekt hij vals bescheiden. Want wie in de lage landen naar de gunst van het volk dingt moet zichzelf klein maken. Hollandse politici leiden niet maar lijden, duiken weg in de kraag van hun jekkertjes zodra de machtsvraag aan de orde is. Waar is hun visie, hun vut, hun vechtlust?

Als de opkomst van Fortuyn iets bewezen heeft, dan is het dat de democratie behoefte heeft aan smoel, zélfs als dat het wufte uiterlijk van een tegendraadse nicht is. Alle commentatoren constateren dat de verkiezingscampagne is verworden tot een Idols-finale. Was dat maar zo. Waren onze politici maar performers.

Vandaag exact 43 jaar geleden sneuvelde John F. Kennedy in een kogelregen op de Grassy Knoll in Dallas. Zijn charisma maakte het verschil. Oppervlakkig, lijkt het. Maar als hij het vergezicht van een ‘Man on the moon’ niet had geschilderd, had Neill Armstrong zijn ‘giant leap for mankind’ niet kunnen zetten. Vergelijk JFK’s talent eens met ons supertrio: Bos, Balkenende en Rutte. Wie van de heren hield ooit een speech die nagalmde in de geschiedenis?

Rutte heeft geen sex appeal en ontbeert het lef om de splijtzwam Verdonk haar plaats wijzen. Bos is een besluiteloze slijmjurk, weten we sinds hij niet zichzelf maar Job Cohen aanwees als kandidaat-premier. En Balkenende? Een in tenenkrommende clichés pratende anti-held die per ongeluk premier werd, twee kabinetten roemloos ten onder liet gaan en iedere kosmopoliet het schaamrood op de kaken bracht. „Is Harry Potter still in office?”, plaagde een Brit mij laatst. Je lacht erom, maar ondertussen: gêne.

Pleidooien voor charismatische politici doet het Haagse establishment altijd af met gegrom over ‘Amerikanisering’. „Zullen we het over de inhoud hebben?” Vergeten wordt dat een politicus het evenzeer van z’n uitstraling moet hebben als een tv-presentator. Charisma is geen extraatje voor een lijsttrekker, maar een conditio sine qua non voor iedere politicus.

Iedere Brit zal erkennen dat Engeland in 1940 geen Spitfires meer had, maar enkel de eloquentie van Winston Churchill. „He mobilised the British language and sent it into battle.” Woorden maken het verschil, wanneer er grote persoonlijkheden achter schuilgaan. Toen Churchill de luchtoorlog boven Londen vanaf het dak van Downingstreet 10 gadesloeg, dook onze minister-president De Geer op 10 mei 1940 onder de keldertrap.

Tweede Kamerlid Joost Eerdmans van EénNL schreef onlangs in de notitie ‘Hou je Haags’ over de partijen-‘nomenklatoera’: slechts 1 procent van de bevolking is actief lid van een politieke partij. 99 procent van de bevolking staat buitenspel, de coterie van 1 procent schuift elkaar de auto’s met chauffeur toe. Wat zou er gebeuren als uitzendbureau Randstad zijn personeel zo zou selecteren?

‘De nieuwe pruikentijd’ noemt Eerdmans die incestueuze situatie, en stelt een ‘Code Eerdmans’ voor. Politieke benoemingen moeten openbaar zijn en het lidmaatschap nooit doorslaggevend. Maar zelfs áls 99 procent van de bevolking het voor het zeggen krijgt, dan nog knaagt een alles overheersend gevoel. Zolang ons volk niet valt voor leiders maar voor losers, zal Nederland onherroepelijk verder wegzakken in een moeras van in zichzelf gekeerde decadentie. Zonde.

Jort Kelder is hoofdredacteur van het zakenblad Quote.