Ondersteboven

Kortlopend lenen is gewoonlijk goedkoper dan een hypotheek met een lange looptijd. Niet meer. In Europa is het verschil vrijwel verdwenen, in Amerika staat de rentestructuur op zijn kop. Goed nieuws voor consumenten, slecht nieuws voor de banken. En was zo’n omgekeerde rentestructuur niet altijd de voorbode van een recessie?

Noem het de economische versie van El Niño, de warme golfstroom in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan die onregelmatig terugkeert en overal het klimaat op stelten zet. Van tijd tot tijd krijgen de financiële markten te maken met zo’n allesbepalende omslag. Maar hier is het niet het water dat de andere kant opstroomt, maar het geld.

Hoe langer een lening loopt, hoe hoger de rente is – dat is de normale praktijk. Beleggers lopen tenslotte meer risico naarmate de looptijd langer is: inflatie kan de waarde van hun lening uithollen, de lener kan failliet gaan of niet aflossen, of een groeiende vraag van leners naar kapitaal kan de waarde van bestaande leningen eroderen. Hoe langer de duur van een lening, hoe meer risico, dus hoe meer rente de uitlener zal eisen. Anders gezegd: kortlopend geld kent een lagere rente dan langlopend kapitaal. Deze rentestructuur wordt ‘normaal’ genoemd.

Eens in de zoveel tijd draait de verhouding zich om: dan is de kortlopende rente hóger dan de langlopende. Daartussenin bevindt zich het stadium van de vlakke rentestructuur: het maakt dan voor de rente niet uit hoe lang een lening loopt. Zo heeft in de loop van dit jaar in de Verenigde Staten de rentestructuur zich omgekeerd. In Europa is hij juist sterk aan het vervlakken.

Wat betekent zo’n omgekeerde rentestructuur? Veel economen zijn van mening zijn dat zo’n structuur de voorbode is van een recessie. En inderdaad: in de VS was in de afgelopen decennia drie keer de korte rente hoger dan de lange. Dat was eind jaren zeventig/begin jaren tachtig, eind jaren tachtig en in 2000. En drie keer volgde er een recessie of conjuncturele dip. En nu? Staat er weer een recessie op uitbreken?

De kortlopende rente wordt bepaald door centrale banken. Als zij in een hoogconjunctuur voor inflatie vrezen, dan schroeven ze de rente op om zo de activiteit in de economie te vertragen en de opwaartse druk op de lonen en prijzen weg te nemen. De langlopende rente wordt bepaald op de kapitaalmarkt (waar langlopende leningen zoals staatsobligaties worden verhandeld). De rente op de kapitaalmarkt heeft de neiging om op te lopen bij een hoogconjunctuur en te dalen bij een laagconjunctuur. Verwachten beleggers namelijk dat de inflatie toeneemt, zullen ze meer rente willen ontvangen en zal de lange rente stijgen. Maar als de beleggers geloven dat de centrale bank succesvol in haar strijd tegen inflatie zal zijn, blijft die stijging achterwege. In dat geval is de kortlopende rente dus hoog, en de langlopende laag.

Het bijbehorende signaal is er dan een van een centrale bank die de economie bewust afremt, en een kapitaalmarkt die rekent op een periode van lage economische activiteit. Dat kan heel goed een recessie betekenen, maar zeker is dat niet.

Daarbij is er méér aan de hand. Het klimaat op de financiële markten is ingrijpend aan het veranderen. Inflatie is al lang niet meer zo’n probleem als twintig jaar geleden. Centrale banken hoeven niet meer de forse rentemaatregelen te nemen van destijds. Een voortdurende vloed van kapitaal, met name uit Azië en ook het Midden-Oosten, drukt bovendien de rente op de kapitaalmarkt.

De vlakke dan wel de omgekeerde rentestructuur hoeft dus nu niet per se te worden gevolgd door een recessie. Zoals het ook nog maar valt te bezien of El Niño zijn effect zal behouden als het wereldwijde klimaat verandert.