Nog lang geen sprake van liefde tussen CDA en PvdA

PvdA-lijsttrekker Wouter Bos kijkt terug op een „campagne tegen de klippen op”. Hij vindt dat het CDA zich anders heeft voorgedaan dan het is. „Er kómt geen rust in de tent.”

PvdA-lijsttrekker Wouter Bos stond vanochtend vroeg met een ongeldige stempas in een lokaal van speeltuinvereniging ‘Nieuwendam’ in Amsterdam-Noord. Thuis, in een stapel ongeopende post, lag de ‘kiezerspas’ die een medewerker voor hem had aangevraagd – daarmee zou hij ook in andere stembureaus kunnen stemmen. Met die kiezerspas lukt het hem drie kwartier later toch. Bos stemt op Nebahat Albayrak, nummer twee op de PvdA-kandidatenlijst. Daarna drinkt hij koffie aan de bar. „Dit was niet de vliegende start die we in gedachten hadden.”

Wat voor campagne is er de afgelopen weken gevoerd?

„Het was een soort campagne tegen de klippen op. Vanuit de oppositie was het ongelofelijk moeilijk om in een tijd van economische groei de campagne een gevoel van urgentie te geven.”

Zo was de campagne voor u.

„Voor het CDA was het een erg Amerikaanse campagne qua stijl, met een sterke nadruk op character issues en negative campaigning, en een klassieke herverkiezingscampagne: de incumbent, de man die er al zit, zet je maximaal in en verder laat je het over zo weinig mogelijk gaan. Zo staat het in alle campagneboeken. ‘Kies Kok’, ‘Kies Balkenende’.

In De Telegraaf zei u: ‘CDA en VVD proberen al jaren om mij kapot te maken.’ De reactie was: Bos kan nergens tegen, wil díe premier worden?

„Ik heb het schouderophalend gezegd. Ik zei: ‘Ik kan er al drie jaar tegen, ik kan er nóg wel drie jaar tegen. Ze doen maar.’ Als je het op deze manier terugziet in een kop, denk je: verdomme.”

Ging de verkiezingscampagne wel ergens over?

„Wat het CDA betreft was het een campagne van Keine Experimente, kies voor wat je kent. Maar hun verkiezingsprogramma past daar niet bij. Daarin gaat het over morrelen aan het ontslagrecht en meer marktwerking in de zorg. Dus daar ging het in de campagne ook over. De tweede fout was dat ze vast blijven zitten aan de VVD en dan zullen ze straks toch iets van die ingrijpende VVD-wensen moeten realiseren. De boodschap is: er kómt geen rust in de tent. Ons thema was steeds: in een tijd van economisch herstel is ook het tijd voor sociaal herstel.”

Het ging vooral om Jan Peter Balkenende en u: om de mannetjes.

„Ja, maar ook in een poging, in elk geval van mij, om te laten zien dat die mannetjes staan voor verschillende keuzes. Ík ben nooit betrapt op opmerkingen over zijn persoon of zijn karakter.”

Hoe gingen Balkenende en u met elkaar om tijdens de campagne, in de schminkkamer vóór de debatten?

„Vriendelijk.”

Wekenlang kom je elkaar tegen. Ontstaat er dan iets?

„Het werd niet vriendschappelijk, maar wat mij betreft ook niet vijandig.”

Bij hem wel?

„Ik hoor van journalisten dat hij weerzin voelt tegen mij als persoon.”

Kunt u zich nog voorstellen dat de formatie van een kabinet níet moeilijk wordt?

„Geen enkele formatie zal makkelijk zijn. Het is allerminst zeker dat de gegroeide tegenstellingen overbrugd kunnen worden. De sfeer tussen oppositiepartijen en CDA en VVD is verhard. Dat merk je ook bij Halsema, Marijnissen en Rouvoet.”

Wat vond u van het lijsttrekkersdebat gisteravond?

„Ik denk dat Balkenende een moeilijke avond had, hij zat in het defensief. Ik vond het ontmaskerend dat hij nu milieu en armoede zo belangrijk vindt. De afgelopen jaren deed hij daar niks aan.”

Volgens een peiling van Maurice de Hond heeft hij wel gewonnen.

„Ik tel de uitslagen van Femke, Jan en mij bij elkaar op: ruim 50 procent vond dat links gewonnen had.”

Wat is uw droomuitslag?

„Eén zetel meer dan het CDA.”