Moord op Libanese minister

De Libanese minister van Industrie, Pierre Gemayel, is gisteren vermoord bij Beiroet.

De moord komt op het moment dat Libanon al in een politieke crisis zit.

De Libanese christelijke politicus Pierre Gemayel is gisteren vermoord in een christelijke voorstad van Beiroet. Gemayel (34) was minister van Industrie in het kabinet van premier Fouad Siniora.

Volgens ooggetuigen reed Gemayel in een konvooi toen zijn auto van achter werd geramd door een ander voertuig. Een aantal gewapende mannen sprongen naar buiten en doorzeefden de auto van de minister van dichtbij met kogels. Gemayel werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht, waar hij overleed aan zijn verwondingen.

De minister was telg uit een prominente politieke familie in Libanon. Zijn vader Amin Gemayel, de huidige leider van de extreemrechtse christelijke partij Falange, was de president van Libanon tussen 1982 en 1988. Zijn grootvader Pierre Gemayel, leidde Falange tijdens de Libanese burgeroorlog (1975-1990). Zijn oom Bashir Gemayel werd in september 1982 vermoord, net nadat hij was gekozen tot president. Net als zijn vader en zijn vermoorde oom was Pierre Gemayel een fel tegenstander van de Syrische invloed in Libanon.

Internationale reacties op de moord kwamen gisteren snel. De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Nicholas Burns, veroordeelde de moord als „een terroristische daad” en een poging om de regering van Siniora te intimideren. De Britse premier Tony Blair zei dat de internationale gemeenschap „alles moet doen, zeker op dit moment, om de democratie van Libanon en het premierschap van Siniora te beschermen”. De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni wees meteen met een beschuldigende vinger naar Syrië. „De negatieve rol van Syrië in Libanon is niet iets nieuws.” Ook Saad Hariri, de zoon van de vermoorde Libanese ex-premier Rafik Hariri, gaf Syrië de schuld van de moord. In een interview met CNN zei hij „dat de hand van Syrië hier overal in te zien is.” Via het officiële persbureau SANA veroordeelde Syrië de moord als „een misdaad die gericht is op de destabilisatie van Libanon”.

De moord zal de spanningen tussen het anti-Syrische en de pro-Syrische kamp in Libanon alleen maar vergroten. Het land zit al in een politieke crisis sinds zes pro-Syrische ministers anderhalve week geleden uit het Libanese kabinet stapten. De ministers, van wie vijf behoren tot de shi’itische pro-Syrische beweging Hezbollah en de eveneens pro-Syrische shi’itische beweging Amal, eisten eenderde van de kabinetszetels op zodat zij de facto vetorecht zouden krijgen, of anders verkiezingen. Hezbollah-leider Hassan Nasrallah dreigt nu met massale demonstraties, gericht op het omverwerpen van de regering, als die zijn eisen niet inwilligt. Nasrallah noemt de regering „illegaal” en „ongrondwettelijk”.

De onmiddellijke aanleiding voor de politieke crisis is volgens anti-Syrische politici het tribunaal om verdachten van de aan Syrië toegeschreven moord op Rafiq Hariri (februari 2005) te berechten. Een week geleden ging de uitgedunde Libanese regering akkoord met een voorstel van de VN-Veiligheidsraad voor de oprichting van het tribunaal. Uit de tussenrapporten van de VN blijkt dat leiders van de Libanese en Syrische inlichtingendiensten waarschijnlijk in de beklaagdenbank terecht zullen komen.

Gisteren werd de politieke crisis even naar de achtergrond gedrukt en riepen de verschillende partijen hun landgenoten op om kalm te blijven. Maar het is duidelijk dat de moord de verhouding in Libanon verder op scherp heeft gezet.