Met een traantje neemt Genève afscheid van ‘Kofi’

De gang naar kamer 160 was afgezet. Er liepen evenveel bodyguards rond als anders wanneer de VN-secretaris-generaal zijn hoofdkwartier in Genève bezoekt. Iedereen versnelde de pas weer ietwat. Maar verder was alles anders. Want op zijn laatste werkbezoek aan Genève voor hij eind december met pensioen gaat, werd Kofi Annan deze week niet opgewacht door mensen die de Grote Baas nerveuzig wilden plezieren, maar door melancholiekelingen voor wie de toekomst met Annans opvolger, de Zuidkoreaan Ban Ki-moon, één groot vraagteken is.

Maandag, toen Annan (68) afscheid nam van het personeel, pinkten sommigen een traantje weg toen hij zei dat hij ze zou missen. Anderen vonden dat hij een geweldige speech had gehouden. Ze zagen de man achter de façade: niet alsof hij een stok had ingeslikt en met dat zalvende stemgeluid, maar levendig en gevat. Trots zei een VN’er: „Kofi zei dat hij, als hij met pensioen is, zijn mond niet zal houden!”

Ook de zaal waar Annan gisteren zijn laatste persconferentie hield, zat voor de verandering stampvol. Menig journalist leidde zijn vraag in met opmerkingen als „Ik wens u en uw familie het allerbeste.’’ Het olie-voor-voedsel-schandaal werd niet eens genóemd. Annan beantwoordde die geste met stevige uitspraken over de oorlog in Irak („De VS zitten in de val: ze kunnen er niet blijven en ze kunnen er niet weg”) en de nieuwe VN-Mensenrechtenraad („Als de raad alleen focust op het Palestijns-Israëlische conflict en niet op Darfur of elders, is het geen wonder dat sommigen zeggen: Waar is die raad mee bezig?”). Correspondenten die Annan vaak verweten dat hij New York de scoops geeft en Genève alleen wat kruimels, stuurden dit verlekkerd de wereld over.

De ‘Kofi-nostalgie’ is simpel te verklaren. Annan studeerde in Genève en werkte jaren voor de Wereldgezondheidsorganisatie en de vluchtelingenorganisatie van de VN. Iedereen kent hem. Velen beweren dat ze „erbij waren” toen Annan bij de UNHCR viel voor zijn Zweedse collega Nane Lagergren, later zijn tweede vrouw.

Nee, dan Ban Ki-moon. Haast niemand hier heeft de man ooit gezien. Ban werkte nooit voor de VN. Hij deed Genève alleen op bliksembezoeken aan, als Zuid-Koreaans diplomaat en later minister van Buitenlandse Zaken. Dat hij de favoriete kandidaat van de Amerikanen was voor de hoogste VN-post, maakt velen achterdochtig: Genève zit vol wereldverbeteraars die er andere ideeën op nahouden dan de huidige Amerikaanse regering.

Ook de Zwitsers onthaalden Annan glorieus. Bankier Ivan Pictet, een vriend van Annan, organiseerde een diner met 500 gasten. De Zwitserse president kreeg Annan dubbel van het lachen met de anekdote dat hij Annan ooit in een tram in Zürich was tegengekomen, waar Annans lijfwachten achteraan holden. Annan kreeg die avond de jaarlijkse prijs van een stichting die Genève als humanistische wereldstad promoot. Dat was een eerbetoon voor hem, én een boodschap voor zijn opvolger: de Zwitsers willen graag weten wat ze aan Ban hebben.

Er woedt een hevige competitie tussen Genève, ‘humanitaire hoofdstad’ van de VN, en New York, het politieke hoofdkwartier. Steeds als er een VN-conferentie wordt gehouden of een nieuw orgaan wordt opgericht, proberen de Zwitsers die in Genève te krijgen. Dat is goed voor de reputatie van een land dat zijn humanitaire traditie even hard uitvent als chocola en uurwerken, en levert geld op voor de middenstand. Annan, vinden de Zwitsers, had daar oog voor. Hij was hier geregeld om vrienden te bezoeken. Onlangs zorgde hij er mede voor dat de nieuwe Mensenrechtenraad niet in New York, maar hier kwam. En dit weekend was hij met Pictet op huizenjacht in Genève. Hier wil hij zijn pensioen slijten, als hoofd van een stichting voor Afrika.

Geen wonder dat de stad hem ook een eremedaille geeft, en het kanton hem een erepenning én een schilderij cadeau wil doen. Ban krijgt nog een harde dobber aan Genève.