Kooks brengen swing terug

Concert: The Kooks. Gehoord: 21/11 Paradiso, Amsterdam.

Ze noemen zich naar een lied van David Bowie, spelen een cover van The Velvet Underground en brengen een swing terug die sinds Oasis uit de Britse rockmuziek verdwenen leek. The Kooks uit de Engelse badplaats Brighton hebben verrassend veel muzikale bagage voor een groep met slechts één album op haar naam. En ze verkopen de Amsterdamse poptempel Paradiso al uit, nadat ze eerder op de festivals Parkpop en Lowlands imponeerden.

Hun publiek is uiterst jong; de ‘meezingbrigade’ op de voorste rijen was gisteren gemiddeld zestien jaar oud, overwegend vrouwelijk en klonk een octaaf hoger dan zanger Luke Pritchard.

Pritchard is de aantrekkelijke zanger waar elke manager van droomt: half Marc Bolan, half Mick Jagger met smalle soepele heupen en een natuurlijke rocksterrenpose. Zijn stem heeft een stadionvullende draagwijdte, niet ver verwijderd van Bono en Sting uit zijn The Police-tijd, en zijn gitaarspel suggereert een voorgeschiedenis als hardwerkend straatmuzikant.

De overige drie Kooks zijn zeer elementair: een stuwende drummer, een vullende bassist en een gitarist met genoeg trucs om het interessant te houden. Het uit januari stammende debuutalbum Inside In, Inside Out leverde maar liefst zes Britse hitsingles op en zo konden ze gisteren ondanks hun nog wat magere repertoire een uur lang boeien.

The Kooks mengen hun swingrock met kruimels country, reepjes dubreggae en een snufje ska. Van het vrolijke vakantielied Seaside tot de montere meezinger She moves in her own way kregen ze het publiek mee. En telkens wanneer Pritchard zich over de meisjes op de eerste rij boog, daalde een regen van cameraflitsen over hem heen. Solo en akoestisch in Jackie big tits kreeg hij een ovatie toen zijn lied melding maakte van een verblijf in Amsterdam. Als ze er nog een handvol van zulke brutaal-melodieuze liedjes bij schrijven, kunnen The Kooks alleen maar leuker worden.