Kies voor controle

Ruim 12 miljoen stemgerechtigde Nederlanders kunnen vandaag een nieuwe Tweede Kamer kiezen. De lijsttrekkers traden gisteravond voor de laatste keer met elkaar in het krijt tijdens een televisiedebat. Afgaande op de peilingen, die sterk uiteenlopen, is de uitkomst van de verkiezingen bijzonder onzeker. Ongeveer dertig procent van de kiesgerechtigden zou tot het laatste moment nog zweven. Velen hebben wellicht zelfs hun stem af laten hangen van de indrukken die zij gisteravond hebben opgedaan. Dat is minder verstandig omdat zo’n slotdebat slechts een momentopname biedt van de deelnemende partijen en hun voorlieden.

Alle ogen zijn gericht op de twee grootste partijen: het CDA en de PvdA. De Kamerverkiezingen hebben een ontwikkeling doorgemaakt naar verkapte verkiezingen voor de minister-president. Dat is niet een verandering van vandaag of gisteren. De PvdA-slogan in 1977 luidde al: ‘Kies de minister-president’. Maar wat toen nog dubbelzinnig was bedoeld – de toenmalige sociaal-democratische lijsttrekker was premier Den Uyl – wordt door veel kiezers nu als een feit ervaren. Daarop zinspeelde ook Pim Fortuyn in 2002 toen hij zei: „Let maar op: ik word minister-president.”

Het beeld van de lijsttrekkers Balkenende (CDA) en Bos (PvdA) als elkaars absolute tegenvoeters hoort bij de verkiezingscampagne. In de realiteit van de kabinetsformatie, die morgen begint, valt niet uit te sluiten dat CDA en PvdA met elkaar gaan onderhandelen. Daarin heeft VVD-lijsttrekker Rutte gelijk. Het oordeel dat hij daaraan verbindt, namelijk dat dit moet worden voorkomen, komt weer geheel voor zijn eigen rekening. Het staat immers niet vast dat een dergelijke coalitie een onmogelijke combinatie zou zijn. Het Duitse voorbeeld van een Grosse Koalition tussen CDU en SPD bewijst dit.

Rutte, maar ook SP-leider Marijnissen en zelfs ChristenUnie-lijsttrekker Rouvoet hebben kiezers opgeroepen om ‘strategisch’ te stemmen. Om Balkenende respectievelijk Bos „uit het torentje” te houden, zouden kiezers hun stem beter kunnen uitbrengen op VVD, SP of ChristenUnie. Deze oproepen zijn bedrieglijke onzin, gebaseerd op de illusie dat het kiesvolk bestaat uit groepen die zich van bovenaf laten regisseren. Maar van regie en strategie kan met zoveel deelnemende partijen en zo’n diffuus en geïndividualiseerd electoraat geen sprake zijn.

Bij het bepalen van hun stem moeten kiezers niet alleen afgaan op de plannen die partijen in hun programma’s hebben gepresenteerd. Ook de persoon van de lijsttrekker is een factor van belang. Maar net zo belangrijk is het om de behaalde resultaten in het verleden bij de overwegingen te betrekken. Hoewel deze geen garantie zijn voor de toekomst, zijn ze wel een graadmeter bij het beoordelen van de geloofwaardigheid van een partij. Kiezen voor de macht – lees: de minister-president – heeft in het Nederlandse systeem minder betekenis. Belangrijker is dat er een hoogwaardige tegenmacht in de Tweede Kamer aanwezig is, welke coalitie ook optreedt na de formatie. De stem van de kiezer gaat nooit verloren.