‘Israëlische kolonisten op gestolen grond’

De vredesbeweging Vrede Nu heeft de Israëlische ‘landroof’ gedetailleerd in kaart gebracht. Kolonisten reageren woedend. „Hoe kunnen joden met zo’n rapport komen terwijl het oorlog is?”

De Israëlische nederzettingen op de sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever zijn grotendeels of gedeeltelijk gebouwd op „gestolen particulier Palestijns land”.

Dat schrijft de Israëlische organisatie Vrede Nu in een gisteren verschenen rapport. De organisatie heeft haar conclusies volledig gebaseerd op uitgelekte militaire computerbestanden van het Israëlische ministerie van Defensie.

In het rapport wordt met luchtfoto’s, kaarten, statistieken en eigendomsdocumenten de stelling onderbouwd dat de kolonisten in 130 nederzettingen niet alleen internationaal recht maar ook de Israëlische wetgeving hebben geschonden. De Israëlische Hoge Raad heeft in 1979 verboden dat er nederzettingen gebouwd werden op Palestijns land in bezet gebied. „Dit is explosief politiek, juridisch en diplomatiek materiaal”, zei secretaris-generaal Yariv Oppenheimer van Vrede Nu gisteren.

Oppenheimer, die spreekt over „de grote landroof”, heeft namens zijn organisatie klachten ingediend bij de Hoge Raad.

Premier Ehud Olmert heeft een ministerieel comité gevraagd de bevindingen van Vrede Nu te onderzoeken.

Een woordvoerder van de Burgelijke Administratie, een tak van het Israëlisch ministerie van Defensie die verantwoordelijk is voor het bestuur in de bezette gebieden, wilde niet inhoudelijk reageren op het rapport van Vrede Nu. Hij zei wel dat „na zoveel jaren het moeilijk te achterhalen is wat particulier land is en wat niet”.

Bentzi Lieberman van de overkoepelende organisatie van kolonisten noemde het rapport „ouwe koek” en zei het verder onbegrijpelijk te vinden dat „joden met zo’n rapport komen terwijl het land in staat van oorlog verkeert”.

De Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de geannexeerde gebieden rondom Jeruzalem zijn volgens internationaal recht allemaal illegaal. De Israëlische wetgeving echter onderscheidt drie categorieën: particulier land, staatsland en joods land.

Staatsland (54,3 procent) is land dat na de Israëlisch-Arabische oorlog van 1967 niet meer werd gebruikt door Palestijnen en daarom volgens Israël – dat zich baseerde op Ottomaans recht – staatsdomein werd. Onder deze categorie vallen ook landerijen die zijn veroverd en toegewezen aan kolonisten. De categorie joods land – land dat door Arabieren aan joden is verkocht – is met 1,3 procent klein.

Volgens Israëlische wetgeving mag staatsland (en joods land) wél en particulier Palestijns land niet worden bebouwd door kolonisten. Ook mogen nederzettingen niet buiten de toegewezen gemeentegrenzen bouwen.

Maar dat is bij 130 nederzettingen, waaronder de grote verstedelijkte plaatsen zoals Ma’aleh Adumim, Ariel en Givat Ze’ev toch gebeurd. Ma’aleh Adumim, met 35.000 inwoners de grootste nederzetting ten oosten van Jeruzalem, ligt voor 86,4 procent op Palestijns privéterrein. Ariel is voor 35 procent aangelegd op particulier land dat volgens Vrede Nu „simpelweg en stelselmatig is geroofd”.

Dror Etkes van Vrede Nu: „In de praktijk heeft de staat Israël het eigendomsrecht vertrapt, gebruik makend van de zwakheid van de Palestijnen”.

Burgemeester Rachman van Ariel ontkent dat, desgevraagd, ten stelligste. „De gemeenschap is gebouwd op grond die wij van toenmalig minister van Defensie Peres hebben gekregen. Wij hebben van niemand iets gestolen.”

Amerikaanse en Europese protesten, presidentiële verzoeken en ministeriële verklaringen hebben sinds 1975 de bouw van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever niet kunnen remmen. Het aantal kolonisten is gegroeid tot 244.000, de inwoners van de geannexeerde gebieden bij Jeruzalem niet meegerekend.

Er zijn 200 ‘legale’ nederzettingen en bijna evenveel illegale buitenposten. In de ‘legale’ nederzettingen worden 3.500 nieuwe huizen en appartementen gebouwd, tegenover 44.000 vorig jaar. Ma’aleh Adumim en Ariel (40 kilometer van Tel Aviv) zijn populair bij starters op de woningmarkt.

Volgens Vrede Nu, de Palestijnse Autoriteit en de Europese Unie vormen de nederzettingen (plus het wegenstelsel dat alleen door Israëliërs gebruikt mag worden) een groot struikelblok voor de vorming van een Palestijnse staat. Het plan om nederzettingen en buitenposten af te breken heeft premier Olmert na de oorlog in Libanon ingetrokken.

Minister van Defensie Peretz van de Arbeidspartij heeft plannen klaar liggen om tientallen kleine buitenposten te ontruimen. Maar het ontbreekt hem aan steun voor de uitvoering ervan. „De minister heeft op het ogenblik andere prioriteiten, zoals Gaza, de Qassam-raketten, Libanon en Iran”, zegt zijn woordvoerder.