ik@nrc.nl

Zaterdagavond. Mijn haar zit té goed om thuis te blijven. Dus sta ik met een flesje bier aan de bar van een hippe kroeg. Een paar krukken verderop zitten twee mooie meiden. De ene lonkt, wijst, fluistert iets tegen de andere en ze beginnen te lachen. Naar mij!

„Je hebt het nog steeds, Eus”, mompel ik. Ik schuifel richting mijn prooi van vanavond. Welke gaat het worden? Of wie weet... allebei?

„Dag, dames”, zeg ik zelfverzekerd. „Ik zag jullie naar mij...”

„Jij wordt al kaal!” kirt de ene.

„En grijs!” sneert de andere.

Ik doe net of ik ze niet hoor en neem snel een laatste slok bier.

Nog voor twaalven lig ik in bed.