Iets dichter bij god dan de rest Regisseur van meesterwerken en veel mislukkingen

Regisseur Robert Altman, die beroemd werd door de film MASH, was een wanhopige chroniqeur van de Amerikaanse cultuur.

Iemand die het leven begrijpt, het in ogenschouw neemt, zich ermee amuseert, zich eraan laaft en er verbijsterd over is, zo iemand was de Amerikaanse regisseur Robert Altman. Hij is maandagavond in een ziekenhuis in Los Angeles overleden. Altman was 81 jaar. Zijn eerste grote succes was MASH (1970), zijn laatste, dertig jaar later, Gosford Park.

Altman was een regisseur die graag boven zijn personages stond, maar zich niet te goed voor hen voelde. Als een god die alles heeft gezien, schonk hij hen aan de kijker, in het country & western-walhalla Grand Ole Opry in Nashville , op een trouwpartij in A Wedding, op een medische conventie in Health, in de Hollywoodstudio’s in The Player, op de Parijse modeshows in Prêt à Porter, in een jazzclub in Kansas City, op een Engels landhuis in Gosford Park.

Regisseurs worden wel vaker met goden vergeleken. In het geval van Altman is die vergelijking iets meer op zijn plaats door de structuur die hij aan veel van zijn films gaf en die naar een daarvan vernoemd is, al heeft hij die structuur niet uitgevonden. Een film à la Short Cuts is een film met een groot aantal personages, die bij elkaar worden gehouden door bijvoorbeeld een locatie of een beroep. Een plot hoeft er niet te zijn. Over Short Cuts, een in Los Angeles gesitueerde verfilming van een aantal verhalen van Raymond Carver zei Altman in 1993: „Ik licht de daken van de huizen en we kijken even naar binnen.” De eerste film in deze stijl was Nashville (1975), de laatste A Prairie Home Companion (2006). Altmans aanpak maakte hem tot een vaak vileine, soms milde, altijd wanhopige chroniqueur van het Amerika van de afgelopen veertig jaar.

Altman Regisseur van meesterwerken en veel mislukkingen

Samen zouden Altmans films wel eens een verrassend compleet beeld kunnen geven van de naoorlogse Amerikaanse cultuur.

Bijna veertig speelfilms heeft Robert Bernard Altman (Kansas City, 20 februari 1925) geregisseerd sinds hij in 1957 debuteerde met The Delinquents. Meteen na de Tweede Wereldoorlog, waarin hij piloot was in het Amerikaanse leger, had Altman zijn zinnen gezet op werk in de filmindustrie, maar succes bleef aanvankelijk uit. Via bedrijfsfilms en televisieseries kwam hij uiteindelijk toch in Hollywood terecht, nadat hij ook nog een zijspoor had ingeslagen door een tatoeagemachine uit te vinden waarmee honden geïdentificeerd konden worden.

Zijn eerste grote succes was MASH in 1970, een satirische film die zich afspeelt tijdens de oorlog in Korea, maar werd gezien als een veroordeling van de oorlog in Vietnam. Altman was als regisseur bij tv-series als Bonanza en Alfred Hitchcock Presents al in conflict gekomen met het deel van Hollywood dat film als een geldmakende machine zag. Zijn mogelijkheid om te doen wat hij zelf wilde verspeelde Altman herhaaldelijk door naast een paar hits veel flops te produceren, en naast een aantal meesterwerken een veel groter aantal mislukkingen voort te brengen, zoals recent Dr T. and the Woman (2000). Maar Altman maakte ook films die niet gewaardeerd werden toen ze uitkwamen, maar later wel de eerste in een populaire soort bleken, zoals Popeye uit 1980, een van de eerste grote stripverfilmingen, en Tanner 88, een mockumentary over de presidentsverkiezingen.

Altmans manier van werken maakte hem niet altijd geliefd bij geldschieters, maar wel bij acteurs, die van de regisseur een grote inbreng kregen in het ontwikkelen van hun personages en hun dialogen mochten improviseren, al was die in de uiteindelijke film vaak niet te verstaan omdat Altman de gewoonte had conversaties van een afstand te filmen of in een lang tracking shot de acteurs al weer gepasseerd was voor ze klaar waren. Voor The Player kreeg Altman het voor elkaar zelfs voor de figuratie grote sterren te strikken.

Altman werd vijf maal voor een Oscar voor beste film genomineerd, maar won hem nooit. In maart dit jaar kreeg hij wel een Oscar voor zijn hele oeuvre. Bij de uitreiking toonde hij zich een gelukkig man. „Ik heb nooit een film geregisseerd die ik niet zelf uitgekozen of ontwikkeld heb.”

In Nederland maakte Altman in 1990 Vincent & Theo, een film over de broers Vincent en Theo van Gogh, waarin onder meer Johanna Ter Steege en Kitty Courbois meespeelden. Van een voorgenomen film over de vermeende spionne Mata Hari is het niet meer gekomen.

Van Altman hebben we in Nederland nog één film te goed, A Prairie Home Companion. Deze film over het Amerikaanse radioprogramma Garrison Keillor radio show wordt waarschijnlijk in februari uitgebracht door A Film.