Huis van de Sport verlicht zorgen bonden

Elf sportbonden zitten sinds kort in Nieuwegein onder één dak, in het Huis van de Sport. Op termijn moet de samenwerking vele (financiële) voordelen opleveren.

Henk Stouwdam

Het Huis van de Sport is een pretentieuze naam voor een overwegend uit glas opgetrokken gebouw in Nieuwegein waar elf sportbonden en vijf sportorganisaties onderdak hebben gevonden. De benaming doet vermoeden dat sprake is van een warm nest waar de bewoners close met elkaar zijn. Dat is vooralsnog schone schijn; de synergie moet nog tot stand komen.

Maar dat het Huis van de Sport de aanzet is voor een vervlechting van bonden die jarenlang hun onafhankelijkheid hebben gekoesterd, beschouwt hockeybonddirecteur Johan Wakkie als een eerste stap naar een nieuwe werkelijkheid. Hij is een van de initiatiefnemers en groot voorstander van een verregaande samenwerking tussen bonden. Dat er van de negentien geïnteresseerde bonden elf zijn overgebleven, ervaart hij niet als een magere oogst. „Omdat die bonden een enorme stap hebben moeten maken”, zegt Wakkie.

Hoewel de sportbonden in het nieuwe onderkomen hun eigen voordeur hebben, moet in de nabije toekomst de poort wijd open om op overlappende gebieden samen te werken. Daarbij wordt gedacht aan juridische aangelegenheden, financiële zaken, ICT, personeelsorganisatie, sponsoring, marketing en communicatie. En aan facilitaire diensten als een gedeelde receptie, één kantine, een gezamenlijke salarisadministratie en gebruik van één postkamer.

Het Huis van de Sport is een gezamenlijk eigendom van negen bonden die zich hebben verenigd in een commanditair vennootschap (CV). Onder andere de zwem-, volleybal- en triatlonbond hebben gekozen voor een huurovereenkomst.

De basketbalbond (NBB) koos voor de vennootschap, hoewel de financiële positie met een tekort van 300.000 euro het afgelopen jaar zorgelijk was. De NBB moet flink bezuinigen en heeft vier medewerkers ontslagen. Maar de bond ziet het Huis van de Sport juist als een middel om de geldzorgen het hoofd te bieden. De afschaffing van de instellingssubsidie door het ministerie van VWS en een korting op de lottogelden hebben de NBB zwaar getroffen. „We gaven meer geld uit dan er binnenkwam en dat houd je niet lang vol”, zegt voorzitter Cees Free, die er veel aan gelegen is de samenwerking met andere bonden te intensiveren. „We moeten ons niet blijven beperken tot het delen van de postkamer.”

Voor het Watersportverbond geldt min of meer hetzelfde. Ook die verkeerde financieel in zwaar weer, heeft dankzij een verhoogde ledenbijdrage van zeven euro per persoon de begroting voor 2007 sluitend en hoopt op termijn extra voordeel te halen uit de samenwerking in het Huis van de Sport.

Zelfs de in Zeist gehuisveste voetbalbond (KNVB) sluit een verhuizing naar Nieuwegein niet uit. Ruud Bruijnis, directeur amateurvoetbal: „Ik verwacht niet dat we het sportcentrum uit Zeist zullen weghalen, maar waarom zou het bondsbureau geen onderdeel kunnen zijn van het Huis van de Sport? We werken al samen op het gebied van personeelszaken en ICT. Maar we moeten voorzichtig beginnen, want het is een gevoelig proces, waarbij cultuurbewaking belangrijk is. Je moet hockeyers niet in de voetbaltaal aanspreken.”

Het Huis van de Sport is opgezet naar een model uit Denemarken, waar in Brøndby liefst twintig sportbonden zijn verenigd. Zo ver is Nederland nog niet, hoewel al meer bonden interesse hebben getoond. Maar dan zal elders behuizing gevonden moeten worden, want het huidige pand van 5.625 vierkante meter met 240 medewerkers is vol.

Naast de achterstand in synergie wijkt Nederland op een ander aspect af van Denemarken: het nationaal olympisch comité is elders gevestigd. Een gevoelig punt, omdat het beleid van de sportkoepel NOC*NSF erop is gericht zo veel mogelijk sportbonden op het nationaal sportcentrum Papendal bijeen te brengen. De atletiekunie, de krachtsportbond en de taekwondobond hebben die stap gemaakt, de bewoners van het Huis van de Sport bewust niet. Die willen om logistieke reden in het midden van het land gevestigd blijven. Wakkie: „Arnhem is qua bereikbaarheid een probleem, daar wilden we onder geen beding naar toe.”