Horen en zien vergaat je

Het publiek nam het goed op, anderhalve week geleden in het Bimhuis. Aan het werk was het Benavent-Pardo-Digeraldo Trio, een Spaans gezelschap dat reist in het ongerepte grensgebied van jazz en flamenco. Veel luisteraars waren vooral gekomen voor Diego Carrasco die een gastoptreden zou geven, maar de woeste zanger verzorgde slechts de twee laatste nummers, plus een warrige toegift. Het mocht de pret niet drukken: het Bimhuispubliek is flexibel genoeg. Dat was anders tijdens een soortgelijke gebeurtenis bij het optreden van fadocoryfee Christina Branco in augustus in het Concertgebouw. Dat werd gedomineerd door haar begeleidingstrio dat zonder Branco eerst een klein uurtje een niet al te best jazzconcert gaf. De zaal maakte geen gelukkige indruk, want voor jazz was men echt niet gekomen.

Het gaat hier niet alleen om een verschil van smaak, het gaat misschien ook wel om een verschil van luisteren. Hoor je vooral het geheel en concentreer je je hooguit op de solist, of hoor je voortdurend alle delen afzonderlijk? Jazz vergt veel van een luisteraar: een solo kan zijn eigen schoonheid hebben maar wint aan pracht als je als toehoorder weet ‘waar je bent’ in het stuk. Dat vergt tellen en bijhouden, even koppig of onwillekeurig als de muzikanten die aan het werk zijn. Soms is het bijna een sport om het tegen de klippen op te blijven weten. Als drie of vier muzikanten elk hun eigen lijnen volgen die soms kruisen, soms wegdrijven om elkaar dan weer te ontmoeten, kan dat voor de ene bezoeker een onherkenbare brei zijn, de tetterende zender die je ’s avonds laat in de auto snel doordraait. Voor de ander is het een avontuur, een mentale puzzel. Laten we het het onderscheid noemen tussen holistisch en analytisch luisteren. Het laatste lijkt het domein van mensen die zelf muziek maken, hoewel zeker niet exclusief.

Het verschil is lastig te omschrijven, maar wie weet is er een pendant bij de visuele waarneming. Zo hebben veel mannen last van een spontane visuele blackout als ze een drukke winkel of een warenhuis instappen. De veelheid aan kleuren en vormen overvalt ze zodanig dat ze niet langer in staat zijn individuele artikelen te herkennen. Vrouwen schijnen daar in het algemeen veel beter in te zijn. Het gaat om het vermogen om aparte visuele prikkels te filteren uit een overdonderend geheel, of juist het onvermogen om dat te doen. Beide groepen begrijpen elkaar tijdens het winkelen niet: hoe je in godsnaam in staat bent precies dát truitje uit de schappen te plukken in een overvolle H&M. Hoe het toch mogelijk is dat je het niet ziet: het is recht onder je neus!

Holistisch luisteren of analytisch luisteren kent bij mijn weten geen onderscheid tussen mannen of vrouwen, maar gaat dwars door het publiek heen. Het ene is niet beter dan het andere. Een analytische luisteraar kan ongeduldig als een kind wachten op de ‘bel’ van een bekkenslag in Something to say van de Haarlemse band The Sheer, is nieuwsgierig of in het ‘adagio sostenuto’ van Rachmaninovs Tweede pianoconcert de aanzwellende Franse hoorn even vals is als in het gros van alle andere uitvoeringen en is telkens weer blij als de bas niet de voor de hand liggende Bes speelt, maar verhuist naar een D in Brian Adams’ Summer of Sixty-nine (op needed in de zin „we needed to unwind”). Zo zijn er honderden, duizenden, maar ze leiden wel af. Wie vooral het geheel hoort lukt het wellicht beter zich er in te verliezen. Muzikanten dansen niet, zingt de Amsterdamse band De Dijk. Nee, ze blijven luisteren, en doen zichzelf daar soms erg mee te kort.

Maarten Schinkel

www.woensdag.nl