Het jammerlijkste van veel jammer

Wat was in de afgelopen slopende weken erger: de politiek of de televisie?

Daar hoef je niet lang over na te denken. De lijsttrekkers stonden, zaten of lagen weliswaar avond aan avond voor aap op glijbanen, in wasserettes, aan ringen, onder de blubber of naast Albert Verlinde – maar Hilversum had het allemaal verzonnen.

Ik zeg Hilversum, pars pro toto voor de publieke omroepverenigingen, omdat die de onverbiddelijke nummer 1 waren op het gebied van zwakzinnige ‘verkiezingsinformatie’. Eindelijk de commerciëlen op hun eigen terrein verslagen! Maar dat was niet moeilijk. RTL, SBS. Veronica en Talpa malen niet om politiek, die lieten zich ook nauwelijks afbrengen van hun gebruikelijke misère.

Wie van de twaalf of twintig publieke zendgemachtigden werd tenslotte kampioen?

Lastig, om uit zo veel jammer het jammerlijkste te kiezen. Maar na rijp beraad besloot ik namens de jury het programma Nederland kiest aan te wijzen als het meest barre van allemaal. Misschien niet eens omdat ze erger waren geweest dan, ik noem maar wat, Sven Kockelman en Herman Heinsbroek bij de KRO. Meer omdat ze bij NOS/NPS/VARA nog altijd die Nova-Den- Haag-Vandaag-kapsones met zich meedragen van wij weten alles beter.

‘Journalistiek programma’, zie je het vaak genoemd worden in de gidsen. Maar het is natuurlijk helemaal geen journalistiek programma. Het is een Haags programma, een Binnenhofprogramma, een programma van, voor en vanuit de kaasstolp.

Heeft iemand Ferry Mingelen wel eens honderd meter buiten de Tweede Kamer zien lopen? Café Dudok aan de overkant – daar eindigt zijn actieradius. Zijn jongste bediendes mogen in het begin van hun carrière voor ‘straatinterviews’ wel eens helemaal naar Wassenaar. Maar als ze hun best doen, zoals Joost Karhof blijkbaar heeft gedaan, hoeven ze daarna nooit meer de straat op. Agorafoob gezelschap.

Ik noem die Joost, omdat die me iets te vroeg naar binnen gehaald lijkt. Hij is nog te springerig, te happig, hij mist de soevereine lijzigheid van Ferry, hij valt ook te vaak stil als hij iets zou moeten vragen, of komt er juist hinderlijk tussen als hij z’n mond had moeten houden.

Nou smeekt de formule van Nederland kiest als het ware ook om ontsporingen. Ze mogen van de netmanager een half uur duren, en daarvan gaat gemiddeld de helft verloren aan introductie, straatdingetjes, barometer, impressies uit een verkiezingszaaltje en een bijna nooit in één oogopslag te doorgronden cartoon. Resteert een kwartier voor twee, soms wel eens drie politici die elkaar, als op de markt, ook het volle kwartier overschreeuwen. Voor Kamervoorzitter Weisglas hebben die lui meer ontzag dan voor Clairy Polak en Joost Karhof samen.

Af en toe doen ze er bij Nederland kiest ook nog iets schakelachtigs tussendoor.

Dan heeft politicus A, die in Adorp campagne voert, zich zojuist over politicus B afgevraagd waar diens verstand zit. Gelukkig toeval! Bij B, bezig in Beverwijk, staat net ook een verslaggever.

„Meneer B?”, vraagt de verslaggever, „de heer A vraagt zich vanavond in Adorp af waar uw verstand zit. Wat is uw reactie?”

Waarop B: „Mijn verstand zit waar het hoort: in mijn hersens. En niet in mijn onderbuik.”

De verslaggever: „Bedoelt u daarmee te zeggen dat het verstand van meneer A in zijn onderbuik zit?”

En B, in Beverwijk: „”Dat zou me niet verbazen.”

Terug naar Adorp! „Meneer A, het zou de heer B niet verbazen als uw verstand in uw onderbuik bleek te zitten. Hoe zou u deze opmerking willen typeren?”

„Als de nerveuze kolder van een man die in de peilingen op verlies staat.”

„Meneer B – volgens meneer A in Adorp slaat u uit frustratie nerveuze kolder uit”. Enzovoort.

Geef toe: Nederland kiest heeft mijn prijs dubbel en dwars verdiend.