‘Hadden wij maar een Stemwijzer’

Een bont gezelschap van politici uit allerlei landen is deze dagen in Nederland om misschien iets van onze verkiezingen te leren. „In andere landen gaat het veel meer over de personen.”

De Stemwijzer als Georgische coalitiesmeder. Deze onvermoede functie van de ‘Votematch Dutch Parliamentary Elections’, zoals de Stemwijzer in het Engels heet, komt aan het licht als voorzitter David Usupashvili van de Republikeinse Partij van Georgië en leider David Gamkrelidze van de Georgische centrum-rechtse conservatieven, gezamenlijk tot een stemadvies proberen te komen. Het resultaat: Lijst vijf Fortuyn. „Dat dachten we al”, zegt Usupashvili.

De twee Georgiërs zijn samen met een bont gezelschap politici uit andere landen enkele dagen te gast in Nederland. Op uitnodiging van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie (IMD) bezoeken zij de verkiezingscampagne, om daar mogelijk iets van op te steken.

De Stemwijzer valt in goede aarde. „Hadden wij dat maar”, zegt Usupashvili, die sigaretten rookt van het merk Parliament. Hun programma bestaat onder meer uit het bijwonen van verkiezingsavonden van Nederlandse partijen, colleges van politicologen en een rondleiding door de Tweede Kamer. Alleen de Boliviaanse en Guatemalteekse politici – stuurs kijkende mannen met snor en grote bril – hebben een tolk nodig als politicoloog Henk van der Kolk hen in het gebouw van het IMD in het Engels doceert over ‘het Nederlandse electorale systeem en zijn critici’. De Boliviaanse senator Carlos Böhrt Irahola knikt instemmend als Van der Kolk uitlegt dat er in Nederland „een culturele barrière” bestaat tegen het overstappen van een Kamerlid naar een andere partij. Gamkrelidze discussieert intussen druk met een landgenoot over de representatieve democratie in Nederland. Hij snapt niet dat niemand op je hoeft te stemmen om toch de Kamer in te komen, als je maar hoog genoeg op de lijst staat en je partij genoeg zetels haalt.

Behalve de politici bevinden zich in de zaal ook leden van de Derde Kamer, een organisatie waarin Nederlanders en mensen uit ontwikkelingslanden nadenken over internationale samenwerking. Een van hen, de Oegandese journaliste Elizabeth Namone-Kameo, vindt het opvallend dat de Nederlandse verkiezingen „zo inhoudelijk” zijn. „In andere landen gaat het veel meer over de personen.”

Maandagavond in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam ontvangt de VVD op haar verkiezingsavond de liberalen onder de buitenlandse politici. In een discussie met kandidaat-Kamerlid Arend-Jan Boekestijn vraagt de Tanzaniaanse professor Athuman Juma Liviga wat de VVD kan doen om in de toekomst het CDA de baas te blijven. Niets, antwoordt Boekestijn. „We zullen nooit de grootste partij worden en kunnen dus nooit profiteren van de premierbonus.” Als Mark Rutte later op de avond zijn laatste woorden uitspreekt en een donderend applaus de zaal vult, zwaaien een paar Afrikaanse liberalen boven hun hoofd een kartonnen bordje met de tekst ‘Stem VVD’.

Na het enthousiasme over de VVD valt het Stemwijzeradvies de Keniaanse oppositieleider Uhuru Kenyatta – „Ik ben een hardcore liberaal” – rauw op het dak. Hij is een sociaal-democraat, zegt de stemhulp, in hart en nieren.