Gebrek aan concurrentie schoolboek

De markt voor schoolboeken in het voortgezet onderwijs werkt niet goed, waardoor de prijzen bovengemiddeld zijn gestegen. Het afschaffen van de vaste boekenprijs heeft machtsconcentratie in de sector vergroot.

Tot die conclusie komt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in een gisteren gepubliceerd onderzoek.

In het voortgezet onderwijs betalen de leerlingen en hun ouders de rekening van schoolboeken, terwijl de scholen bepalen welke boeken worden voorgeschreven. Omdat scholen en docenten volgens de kartelautoriteit niet gestimuleerd worden om de prijs mee te laten wegen in hun keuze van het lesmateriaal, concurreren de schoolboekuitgevers te weinig op prijs.

In sommige vakken is de concurrentie tussen uitgevers volgens de NMa beperkt. Zo constateert de toezichthouder dat Wolters Kluwer het gehele segment van schoolboeken voor wiskunde beheerst.

Slechts vier educatieve uitgevers (Wolters Noordhoff, Malmberg, Nijgh-Versluys en Thieme Meulenhoff) hebben in Nederland 80 procent van de markt in handen. Bij de distributie hebben twee bedrijven (Van Dijk en Iddink) een marktaandeel van 60 tot 70 procent. Volgens de NMa zijn de drempels om tot deze markten toe te treden relatief hoog.

Door het afschaffen van de vaste boekenprijs is er niet meer concurrentie op prijs gekomen, juist door het gebrek aan prijsprikkels. In de distributiesector zijn wel andere tariefstructuren ontstaan, maar die hebben er vooral in geresulteerd dat kleine schoolboekenhandelaren het moeilijker hebben gekregen en de concentratie in de distributiesector is vergroot.

Een eerder onderzoek in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap constateerde dat de prijzen van schoolboeken tussen 2000 en 2005 met gemiddeld 35 procent zijn gestegen.

De concurrentie op prijs kan toenemen als degene die de schoolboeken selecteert voortaan ook degene zou zijn die de schoolboeken betaalt, zo adviseert de NMa aan twee ministeries.