‘Europese Unie is vredesagent’

EU-buitenlandcoördinator Solana krijgt morgen de Carnegie-Wateler vredes-prijs. ‘De EU kan niet ten strijde trekken, maar wel uitrukken bij crises.’

„Gefrustreerd.” Zo voelt de Spanjaard Javier Solana, het buitenlands politieke gezicht van de Europese Unie, zich over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Hij zegt het tot twee maal toe. Al meer dan vijftien jaar is Solana direct bij het slepende conflict betrokken. Aanvankelijk als Spaans minister, de laatste zeven jaar als ‘buitenlandcoördinator’ van de EU.

Solana was erbij toen in 1991 de hoop op vrede in het Midden-Oosten enigszins gloorde na de vredesconferentie in Madrid. En hij was er deze zomer bij toen tijdens de oorlog in Libanon de zoveelste stap terug werd gezet.

Zeer dichtbij zelfs. Met een kind op schoot vloog hij in een overvol vliegtuig met vluchtelingen van het onder vuur liggende Beiroet terug naar Cyprus. „Ik ben gefrustreerd dat we er al die jaren niet in zijn geslaagd het probleem in het Midden-Oosten op te lossen”, zegt hij in zijn werkkamer in Brussel.

Morgen krijgt de 64-jarige Solana in het Vredespaleis in Den Haag de Carnegie-Wateler vredesprijs voor zijn „niet aflatende pogingen om als vertegenwoordiger van de Europese Unie vrede en veiligheid te bewerkstelligen”. Een grote dag? Niet overdrijven. Lachend: „Veel minder belangrijk dan de verkiezingen in Nederland.”

Solana wordt wel afgeschilderd als de good cop op het diplomatieke wereldtoneel. Waar in diverse hoofdsteden laatste waarschuwingen worden gegeven en sancties aangekondigd, overheerst bij Solana namens het gezamenlijke Europa veelal de ‘laten we het nog maar één keer proberen’-aanpak. Geheel passend bij de bescheiden politieke rol die de economische grootmacht Europa speelt. De Unie kan niet dwingen, hooguit aansporen. Of zoals hij zegt: „De Unie is een politieke organisatie met militaire middelen, om vrede te brengen, niet om oorlog te voeren. We kunnen niet ten strijde trekken, maar wel uitrukken om een crisis te beëindigen. We hebben dat laten zien in Bosnië, en dat doen we nu in Libanon en Congo.”

Is dit de Europese identiteit?

„Wij proberen veranderingen te bereiken met behulp van mechanismen zoals hulp, diplomatie, multilateralisme en vredeshandhaving. Noem het ‘soft power’ en dat is anders dan het uitoefenen van militaire macht. We zitten in een organisatie die vooral politiek van aard is, maar nu ook over militaire middelen beschikt voor crisismanagement.”

Solana beschouwt het als „zijn grootste succes” dat de EU via hem, meer dan voorheen, met één stem spreekt. Natuurlijk zijn het nog altijd de grote landen die de toon kunnen zetten, maar daarnaast heeft hij ook een gezamenlijk Europees buitenlands optreden zien ontstaan.

Graag had hij deze rol groter zien worden. Dat was voorzien in de Europese Grondwet, waarin zijn positie was opgewaardeerd tot EU-minister van Buitenlandse Zaken, inclusief het daarbij behorende diplomatieke dienst. Maar die grondwet is van de baan.

Het is zijn „grootste teleurstelling”, geeft Solana onmiddellijk toe. „Als overtuigd Europeaan beschouw ik de EU als één van de beste constructies die politici de vorige eeuw hebben gemaakt. Onze ouders hebben nog twee Europese oorlogen meegemaakt. Dat is vandaag de dag ondenkbaar. We zijn vredesagenten geworden. Alleen al daarvan zouden we ons dagelijks bewust moeten zijn.”

Is diplomatie moeilijker geworden?

„Ze is heel anders geworden. Of ze moeilijker is geworden, weet ik niet. Eén ding maakt echt verschil. Buitenlandse zaken was lange tijd het domein van een elite, een kleine groep binnen regeringen. Tegenwoordig is buitenlandse politiek dichterbij gekomen. Neem de oorlog in Kosovo, of Bosnië. Dat is geen onderwerp voor de elite van diplomaten, maar iets dat burgers aangaat die er ook een mening over hebben.”

Men kijkt over uw schouder mee?

„Ja, dat bedoel ik. Je kunt dit definiëren als moeilijker, of als het afleggen van meer verantwoording. Maar het belangrijkste is dat veel meer mensen een opvatting hebben over buitenlandse politiek.”

En dan wordt er bijvoorbeeld geroepen om ingrijpen door de internationale gemeenschap in Darfur, maar daar gebeurt weinig mee.

„Het probleem is dat regeringen niet zo snel kunnen reageren als emoties. Het is de schok van het lijden. Maar een oplossing is niet altijd binnen 24 uur gevonden. Maar wees er zeker van dat, zeker in de EU waar mensen waarden erkennen die gekenmerkt worden door compassie en solidariteit, wij ook zullen reageren.”

Zijn regeringen ook niet steeds minder voorspelbaar zijn?

„Regeringen zijn niet minder voorspelbaar, maar de wereld is dat. Beweging is relatief, zei Einstein. In het politieke landschap bewegen dingen sneller dan regeringen bewegen. Als politicus moet je erop voorbereid zijn dat de omgeving niet veel sneller gaat bewegen.”

U zei vorige maand in een toespraak dat de EU streeft naar ‘system change’, niet naar ‘regime change’. Maakt dat het verschil?

„Dat had te maken met de uitbreiding van de Unie met de landen uit Midden- en Oost-Europa. Die kwamen uit een heel ander systeem. Nu hebben ze dezelfde regels en hetzelfde gedrag als wij. Dat is gebeurd door de magnetische kracht van de Unie. We hebben daarvoor geen enkel schot hoeven te lossen. En we blijven enorm aantrekkelijk. Er zijn zeer veel landen die bij de EU willen. Meer dan burgers van huidige Unie misschien zouden willen.”

Kan Turkije lid worden?

„Turkije is het kandidaat-lidmaatschap aangeboden. Het is strategisch gezien een belangrijk land en ik vind dat de Unie dit aanbod gestand moet doen.”

Veel burgers in de EU zijn daarvan niet overtuigd.

„Zeker, maar het is een opdracht voor elke politicus om zijn besluiten uit te leggen.”