EU is ten onrechte bang voor Rusland

Rusland zal geen lid worden van de Europese Unie. Maar het wil wel vergaand samenwerken. Vergeet het oude vijandbeeld, betoogt Vladimir Poetin, twee dagen voor de top in Helsinki.

Rusland is een natuurlijk lid van de ‘Europese familie’, zowel in de geest als wat betreft geschiedenis en cultuur. Hoewel we er niet naar streven ons bij de Europese Unie aan te sluiten, zie ik geen terreinen die zich niet zouden lenen voor een gelijkwaardige, strategische samenwerking, gebaseerd op gemeenschappelijke doelstellingen en waarden.

Als we het over gemeenschappelijke waarden hebben, moeten we ook de historische verscheidenheid van de Europese beschaving respecteren. Het zou nutteloos en verkeerd zijn om te proberen elkaar kunstmatige ‘normen’ op te dringen. Rusland is maar al te graag bereid lering te trekken uit de ervaringen van andere landen. Maar als natie met een duizendjarige geschiedenis heeft Rusland ook zijn eigen ervaringen om met zijn Europese partners te delen. Rusland kent vooral een unieke geschiedenis van vreedzame coëxistentie en vruchtbare interactie tussen religies, etnische groeperingen en culturen.

De afgelopen jaren zijn de Europese Unie en Rusland belangrijke politieke en economische partners geworden. Wij menen dat deze samenwerking niet ten koste mag gaan van de betrekkingen met andere landen en regio’s. Het is mijn overtuiging dat dit beleid iedereen ten goede zal komen, inclusief de Europese Unie.

Onze betrekkingen worden volwassen en goed gestructureerd. De samenwerking tussen onze industrieën wint aan vaart en onze ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn betrokken bij een energieke dialoog. We bevorderen wetenschappelijke, culturele en humanitaire contacten, en we doen dit alles op een systematische wijze, binnen het raamwerk van een project dat ten doel heeft vier gemeenschappelijke ‘ruimten’ te creëren. Die ‘ruimten’ betreffen economische aangelegenheden en het milieu, zaken die betrekking hebben op de vrijheid, veiligheid en gerechtigheid, de externe veiligheid (inclusief crisismanagement en non-proliferatie), en onderzoek en onderwijs.

We hanteren een soortgelijke benadering als het om de internationale veiligheid gaat. Rusland en de EU staan voor een versterking van universele regimes, met name die van het non-proliferatieverdrag. Ondanks tactische verschillen koesteren we een gemeenschappelijke wens om een rechtvaardige oplossing te vinden voor de meest ingewikkelde internationale problemen, zoals het conflict in het Midden-Oosten of de kwestie van het Iraanse ‘nucleaire dossier.’

Rusland volgt de evolutie van de EU op de voet, hetgeen zinvol is omdat het tempo waarin onze betrekkingen zich ontwikkelen en de toekomst daarvan grotendeels afhankelijk zijn van veranderingen binnen de EU. Die kan vooral een verbond van onafhankelijke staten blijven of zich juist supranationale bevoegdheden aanmeten. We willen dat onze grootste buur stabiel en voorspelbaar blijft, en hopen dat de veranderingen en de uitbreiding de uniforme juridische ruimte binnen de EU niet zullen uithollen, vooral niet op het gebied van het veiligstellen van gelijke rechten voor alle mensen in de EU, ongeacht hun afkomst, nationaliteit en religie.

We ontwikkelen betrekkingen met de EU met het oog op de toekomst, niet op het heden. Ik ben ervan overtuigd dat de dialoog niet beperkt moet blijven tot technische of ‘industriële’ kwesties zoals quota, tarieven, afspraken om dumping te voorkomen en technische standaarden – ook al zijn die zeker belangrijk en moeten ze gezamenlijk worden aangepakt. Ik denk dat we eerst moeten beslissen wat we de komende decennia van elkaar willen en wat we voor ons volk kunnen doen.

De Russische benadering van de toekomst van de Europese integratie is bekend. Onze voornaamste doelstelling is het scheppen van een gemeenschappelijke economische ruimte en het garanderen van de bewegingsvrijheid van onze burgers, zoals wordt bepleit door onze zakelijke, culturele en wetenschappelijke gemeenschappen. Een lange, ingewikkelde weg leidt naar deze doelstellingen, die niettemin redelijk haalbaar zijn. Veel partners in de EU delen onze benadering.

We zullen snel moeten beginnen samen te werken aan een nieuw akkoord ter vervanging van de Overeenkomst van Partnerschap en Samenwerking die in 2007 afloopt. Wij hopen dat de top tussen de EU en Rusland op 24 november de onderhandelingen een impuls zal geven. Uit onze dialoog met onze Europese partners blijkt dat we het over veel onderdelen van een toekomstige overeenkomst eens zijn. Rusland denkt dat het een compact maar politiek betekenisvol document moet worden, dat gericht is op de toekomst en duidelijk omschreven doelstellingen en mechanismen moet bevatten voor een gelijkwaardige samenwerking tussen Rusland en de EU.

Ik hoop dat het gezamenlijke werk aan dit document Rusland en de EU nader tot elkaar zal brengen. Toekomstige gesprekken mogen niet verworden tot een uitwisseling van klachten. En we zullen geen nieuwe bladzijde in de geschiedenis van onze samenwerking kunnen omslaan, als we ten prooi vallen aan angst voor toenemende onderlinge afhankelijkheid. Ik denk dat iedereen wel weet dat zulke angsten niets te maken hebben met de werkelijke stand van zaken op het continent.

Het probleem is dat degenen die waarschuwen voor het gevaar dat Europa afhankelijk wordt van Rusland, onze betrekkingen in zwart-wittermen schetsen en proberen ze in te passen in het verouderde stramien van ‘vriend of vijand’. Zulke stereotypen hebben weinig gemeen met de realiteit, maar hun aanhoudende invloed op het politieke denken en doen dreigt tot nieuwe scheidslijnen in Europa te leiden.

Ik geloof heel sterk dat het verleden niet moet worden gebruikt om ons te verdelen, want we kunnen de geschiedenis toch niet herschrijven. Wij willen onze handen ineenslaan, zodat Rusland en de EU kunnen bouwen aan een gemeenschappelijke toekomst als partners en bondgenoten. Rusland is bereid daaraan te werken, en ik hoop dat ook binnen de EU een constructieve benadering de overhand zal krijgen.

Vladimir Poetin is sinds 2000 president van de Russische Federatie. In 2004 werd hij voor een tweede (en laatste) termijn herkozen.