‘Emoties hebben toch zeker ook geen regels?’

Het debuutalbum van soulbelofte Ayo is eigenzinnig en openhartig.

„Ik voel het zo, en het maakt niet uit of dat stilistisch wel of niet klopt.”

Haar stem is warm, soms smekend, dan weer opgewekt, haar muziek weemoedig of zacht wiegend. De single Down on my knees is in Nederland net uit, maar het debuutalbum Joyful van de Nigeriaans/Duitse soulbelofte Ayo is in Frankrijk en Italië al platina. Ayo Ogunmakin, nu 26, maakt al muziek sinds haar vijftiende. Ze had een heftige jeugd, brak met talloze managers, verhuisde van Keulen naar Hamburg naar Londen naar New York, en van New York naar haar huidige woonplaats Parijs. Vorig jaar kreeg ze een kind en nu is ze klaar, vindt ze, voor een muziekcarrière waar ze zelf echt achter staat. Ze praat zachtjes, maar snel, enthousiast. „Ik moest een heleboel meemaken om hier te komen, maar nu is het goed. Ik doe alleen nog maar wat ik zelf wil. En juist nu slaat mijn muziek aan. Kennelijk willen mensen míj horen.”

Het nummer Life is Real lijkt wat dat betreft een beginselverklaring. Het vat haar plaat en persoonlijkheid kernachtig samen. Vrienden waarschuwen haar, zingt Ayo, dat ze te open is. Dat ze niet zoveel van haar persoonlijkheid moet blootgeven – dat is gevaarlijk, ze zou gekwetst kunnen worden. Dat moet dan maar, riposteert ze. Het leven is nou eenmaal geen feestje, en ze gaat zichzelf er niet voor verstoppen. Ayo: „Life is real zegt alles voor mij. Ik wil open zijn. Je moet geen dingen binnen houden; dat vreet energie, het vergiftigt je van binnen.”

Die instelling verklaart waarom ze niet terugschrikt om te vertellen over haar problematische relatie met vaderland Nigeria, of over de heroïneverslaving van haar moeder. Het verklaart ook waarom haar debuutalbum een uiterst openhartige, soulvolle mengeling is van uitzinnige levensvreugde, sombere overpeinzingen en schaamteloze smeekbedes. „Zo is mijn leven: vol ups en downs. En zo is mijn album dus ook. Ik heb nog tientallen andere liedjes gemaakt, maar ik wilde met dit eerste album dicht bij mezelf beginnen.”

In Londen leerde ze voor het eerst echt zichzelf te zijn. „De dag dat ik Duitsland verliet is de dag dat ik over mezelf ging schrijven. In Londen heb ik straatarme momenten gekend; zonder cent op zak, en wel moeten eten. Daar ben ik heel zelfstandig van geworden.” Vanaf dat moment is het schrijven van muziek voor haar therapeutisch, zegt ze. „In Londen ging ik voor het eerst zingen over mijn leven. Meteen veranderde mijn relatie met muziek volledig. Ik waardeer het meer, omdat het nu over míj gaat, en ik niet zomaar een verhaaltje verzin. Als ik muziek maak raak ik in een andere stemming. Als iets me dwars zit, en ik kan het niet verwoorden, dan begin ik gitaar te spelen en dan komt het eruit.”

Bij het uiten van haar emoties houdt Ayo zich niet aan één muziekstijl of genre – haar liedjes scheren langs de randen van reggae, folk, gospel en soul – en zelfs niet aan de regels van de taal. Ze mixt Engels met Yoruba of maakt gebruik van ‘Pidgin’: de sterk vereenvoudigde handelsvariant van het Engels. Ayo: „Ik hou niet van regels. Emoties hebben toch ook geen regels? Je zegt niet tegen iemand: jij huilt verkeerd. Zo is het met mijn teksten ook: dit is hoe ik het voel en het geeft niet of dat stilistisch klopt. Ik wil niet te gepolijst, of Amerikaans klinken; ik wil klinken als mezelf.” Om die reden heeft ze ook nooit zangles gehad. „Dat gaat ten koste van de authenticiteit.”

Dat haar nummers zo persoonlijk zijn, is met optreden soms lastig. „Dan durf ik niet altijd. Daarom treed ik nooit op met een setlist. Welke liedjes ik speel, hangt af van hoe ik me voel. Als ik geen zin heb om zo open te zijn, speel ik bijvoorbeeld een cover, zoals It’s supposed to be love, van Abbey Lincoln, dat ook op de plaat staat.” Om zich op haar gemak te voelen op het podium babbelt ze wat, maakt ze grapjes. „Zo ben ik ook in het echte leven. Hoewel: misschien niet altijd grappig, soms eerder lachwekkend.” Ook improviseert ze graag, zoals laatst bij een optreden waar haar monitor het niet goed deed. ‘Life is real,’ zong ze: ‘Like the feedback on my monitor/Life is real/Like me trying to ignore.’

Na dat optreden, akoestisch, zichzelf begeleidend op gitaar, moest ze meteen weer door: vliegen naar Parijs, optreden in Milaan. Een tijdlang pendelde ze tussen New York en Parijs. „Heerlijk vind ik het: reizen, verhuizen. Als ik verhuis voel ik me vrij. Het is als een fris briesje, het geeft nieuwe inspiratie.” Daarmee bedoelt Ayo niet de invloed van muziek her en der. „Eigentijdse muziek is niet mijn voornaamste inspiratiebron. Dat is de muziek waar ik mee ben opgegroeid, die mijn vader als dj draaide: Pink Floyd en Fela Kuti, the Soul Children and Bob Marley: muziek uit de jaren ’60 en ’70.”

De term ‘newsoul’ (‘nu-soul’), voor hedendaagse soulmuziek vindt ze dan ook onzin. „Soul heeft een hele geschiedenis, als je het nu-soul noemt, ontken je de oorsprong. Ik heb veel waardering voor collega’s als Jill Scott en John Legend, maar zij maken gewoon soulmuziek.” Ayo is al eens met Jill Scott vergeleken. En met India.Arie, Tracey Chapman, Lauryn Hill. Ayo: „Meestal slaan die vergelijkingen nergens op. Volgens mij redeneren mensen gewoon: ‘ha, ook een vrouw, en ze is ook zwart’. Er was zelfs eens iemand die zei: ‘je klinkt precíes als Macy Gray!’ Volstrekte nonsens natuurlijk.”

Ook was ze al ‘de vrouwelijke Jack Johnson’. Ze wordt er wel eens moe van. „Geen enkele artiest houdt ervan om vergeleken te worden. Ik in elk geval niet. Hoewel: ik ben ook eens de vrouwelijke Ben Harper genoemd. Dat vond ik wel mooi.”