Dromen met eierdozen, toiletrollen en kinderbedden

Gael García Bernal vliegt in ‘The Science of Sleep’ scene uit de film The Science of Sleep (2006) Oorspronkelijke titel: La science des reves FOTO: A-Film A-Film

The Science of Sleep. Regie: Michel Gondry. Met: Gael García Bernal, Charlotte Gainsbourg, Alain Chabat, Miou Miou, Emma de Caunes. In: 10 bioscopen.

I’ve been twelve forever, heet een van de korte films van Michel Gondry die op de dvd met zijn verzamelde videoclips staat (zie de rubriek Bijzien). Een titel die boekdelen spreekt. Gondry’s oeuvre zit vol kinderlijke verwondering en nostalgie naar de tijd dat je met legoblokken en meccanobouwstenen je eigen wereld kon bouwen. Deze kinderlijkheid, niet te verwarren met kinderachtigheid, komt in The Science of Sleep samen met een andere fascinatie van Gondry, die voor de wereld van de droom. Gondry houdt in notitieboekjes bij wat hij droomt. Dat schrijft hij op in de linkerkolom. In de rechterkolom doet hij gewag van de eventuele relatie van zijn droom met de werkelijkheid. Waarom droomde hij over een bepaalde gebeurtenis?

De tweedeling tussen droom en werkelijkheid staat centraal in zijn nieuwe film, de opvolger van Eternal Sunshine of the Spotless Mind. Een tweedeling die niet precies te markeren is. Soms vloeit een droom over in de realiteit, soms wordt aan de saaie werkelijkheid ontsnapt door te dagdromen. Vaker nog betreft wat we zien de fantasie, die ’s nachts gevoed is door het onderbewuste met allerlei onwerkelijke beelden en surrealistische details. Het is deze omarming van de grenzeloos uitbundige fantasie die de bindende factor is van de alle kanten uitwaaierende film. Een naïef-onschuldige fantasie die vorm krijgt in bewust lekker ouderwets gehouden speciale effecten - het woord ‘trucages’ uit het predigitale tijdperk omschrijft beter wat Gondry maakt. Al in het eerste shot zien we zijn voorliefde voor uiterst effectief knutselen met beperkte middelen. Hoofdrolspeler Gael García Bernal staat in een kamertje met eierdoosjes aan de wand. Het is zijn eigen gedroomde studio, waar hij ‘Stéphane TV’ maakt. De camera’s zijn gemaakt van schoenendozen en met een eenvoudige bluescreen-techniek kan hij zichzelf in allerlei kleurrijke decors toveren. Hij geeft zijn recept voor dromen, dat vervolgens model staat voor de film: een beetje heden, een beetje verleden, wat projecties, verlangens en angsten, een snufje fantasie, een beetje roeren en klaar is kees.

Bernal speelt Stéphane, die na de dood van zijn vader uit Mexico naar Frankrijk terugkeert, waar zijn moeder woont. Hij trekt in het ouderlijke huis in, dat nog ingericht is zoals in zijn kindertijd, en slaapt in zijn oude, te kleine bed en ontmoet zijn buurvrouw Stéphanie en haar vriendin Zoé. Zijn moeder bezorgt hem een geestdodende baan bij een bedrijf dat kalenders vervaardigt. Stéphane snakt naar iets creatievers, en kanaliseert zijn frustraties over de banale werkelijkheid in zijn dromen. Dromen die ook meer en meer gaan over zijn verliefdheid op Zoé, en later Stéphanie, die even dromerig is als hij.

The Science of Sleep ontbeert de hand van een goede scenarioschrijver als Charlie Kaufman, schrijver van onder meer Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Being John Malkovich, en Adaptation., die alle grillige invallen wellicht beter had geïncorporeerd in een wat strakkere structuur. Maar het gebrek aan structuur is niet zo erg, de vol verrassingen zittende mise-en-scène is zo heerlijk speels dat je ogen (en oren) te kort komt. Gondry knutselt er, net als in zijn videoclips, lustig op los met animaties, achtergrondprojecties, slowmotion, decors vol papier-maché.

Gondry is, net als Stéphane, blijven steken in zijn kindertijd, en idealiseert deze als onuitputtelijke bron van creativiteit, zoals eerder de surrealisten deden. Het slotbeeld kiest onomwonden voor het rijk der dromen en fantasie, en de film zelf is het beste bewijs voor de juistheid van die keuze. Laat Gondry vooral veel slapen en dromen.