Boerkaverbod is juridisch onwerkbaar

Het kabinet heeft op de valreep voor de verkiezingen aangekondigd een wetsvoorstel te zullen indienen dat het dragen van boerka’s (een het gehele lichaam bedekkend gewaad met een reepje gaas voor de ogen) in de openbare ruimte gaat verbieden. Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan de vorig jaar aangenomen motie-Wilders. Het kabinet meent dat er geen juridische belemmeringen tegen het invoeren van een dergelijk verbod zijn. Uitvoering van dit voornemen leidt echter tot een in de praktijk niet toe te passen regeling, tast een fundamenteel recht op anonimiteit van de burger aan en levert geen bijdrage aan de emancipatie van de vrouw die al dan niet vrijwillig een vorm van islam aanhangt die tot dit kledingsvoorschrift leidt.

Het kabinet heeft in een toelichting meegedeeld dat er geen juridische belemmeringen zouden zijn als een verbod ‘godsdienstneutraal’ wordt geformuleerd. Dat wordt nog een heel juridisch kunststuk, want er zijn tal van situaties waarin personen zich in het openbaar in min of meer verhulde vorm vertonen. Het kabinet kwam bij de presentatie van het plan al meteen met de uitzondering van het carnaval. Die uitzondering herstelt een tientallen jaren geleden afgeschafte traditie in het vaderlandse staatsrecht, omdat wij in jaren zestig van de vorige eeuw een processieverbod kende dat alleen gold buiten van oudsher katholieke gebieden in Nederland.

Maar het is ingewikkelder dan dat, te beginnen bij grote zonnebrillen, hoofddeksels die over de ogen vallen, sjaals tot over de neus, geverfde haren, naakt zonnen op het strand met een handdoek over het hoofd, en, niet te vergeten, Sinterklaas en Zwarte Piet. En dan zijn er natuurlijk de auto’s met zwarte geblindeerde ramen, de gemotoriseerde boerka’s waarmee de (tijdelijk) rijken en de maffia door het verkeer rollen. De toepassing van dit verbod in de praktijk wordt voor juristen dus een hilarische bezigheid, zoveel is wel zeker.

Het gaat echter om een veel fundamentelere vraag. In deze tijd waarin slechts terreurbestrijding telt wordt anonimiteit alleen gezien als middel om criminaliteit te bedrijven. Vermomming en het aannemen van valse hoedanigheden zijn inderdaad veel toegepaste wapens bij de misdaad. Anonimiteit is echter een tweesnijdend zwaard. Het is ook een middel van de burger om zich tegen (overheids)macht en opdringerigheid van derden te beschermen.

Zo heeft de burger recht op een geheim telefoonnummer en blokkering van caller identification bij telefoneren, en kan hij zich van schuilnamen en geheime adressen bedienen. Op internet is de alias een geliefkoosd middel om vrij te kunnen communiceren. Een abstracte definitie van een boerka loopt het gevaar ook deze virtuele boerka’s te treffen, want op internet kan een vrouw zich daarmee niet alleen geheel afschermen, maar zich zelfs als man voordoen.

Het is duidelijk dat de boerka in de islamitische kring waarin zij wordt voorgeschreven die afschermfunctie heeft, zoals de lichaambedekkende kledingvoorschriften voor vrouwen in orthodox-christelijke kring. Het boerkaverbod als onderdeel van een algemene aanval tegen anonimiteit van de burger past in de sluipende trend van de controlestaat die in Europa, gedekt door parlementaire meerderheden, zonder slag of stoot wordt ingevoerd: de burger moet in alle omstandigheden een snel en efficiënt te identificeren object worden.

De boerkadraagster is het onmiddellijke slachtoffer. Zij heeft die aan omdat zij er zelf in gelooft of onder druk van sociale controle of dwang van haar echtgenoot. We weten dat verboden mensen niet van hun geloof afhelpen, maar hen daarin juist sterkt. Als er enigerlei vorm van dwang in het spel is zal dat een klimaat van huisarrest stimuleren. In alle gevallen is het effect van het verbod dat de betrokkene in haar bewegingsvrijheid wordt beperkt, zonder dat enig zichtbaar of op termijn te winnen voordeel van integratie of emancipatie wordt behaald.

Mr. Egbert Dommering is hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat.

Boerkaverbod? Discussieer mee op nrc.nl/discussie