Aussies zinnen op revanche

Vorig jaar leden de Australische cricketers een historische nederlaag tegen Engeland tijdens de Ashes.

Maar alles wijst er op dat de ploeg zich dit jaar herpakt.

Vraag het een Engelsman of Australiër: een groter evenement dan de Ashes is er niet. Morgen begint in Brisbane de eerste van vijf testmatches om de Ashes – volgens de Engelse aanvoerder Andrew Flintoff „de belangrijkste serie ooit”.

Spelers, oud-spelers, politici, fans – de sportmedia in beide landen vragen iedereen om een mening over de titanenstrijd. De Engelsen missen de mentale hardheid om te presteren op Australische bodem, vinden Australiërs. De Engelsen denken dat de huidige generatie van Australië te oud is. De gemiddelde leeftijd van de Australiërs (33) is de hoogste in tachtig jaar, met de legendarische spinbowler Shane Warne (37) als oudste.

Het hart van de Australische ploeg mag op leeftijd raken, het is één van de meest succesvolle generaties uit de cricketgeschiedenis. Australië won de afgelopen jaren vrijwel alles wat er te winnen valt, onder meer de laatste twee wereldbekers in het ééndaagse cricket. Bovendien verliezen de Aussies zelden in eigen land.

De oudste man van het elftal, Shane Warne dus, is één van de grootste kwelgeesten van de Engelsen sinds het ontstaan van de Ashes, tachtig jaar geleden. Warne, die op het punt staat om als eerste testbowler de barrière van 700 wickets te doorbreken, vindt zichzelf niet te oud. „Ik ben waarschijnlijk fitter dan toen ik begon”, zei hij onlangs. Warne, vroeger nooit te beroerd om het vuurtje tussen beide teams op te stoken, verwacht niet dat de Engelsen zullen worden overlopen. „De Ashes brengen altijd het beste boven in beide teams, hoe slecht de vorm ook is.”

Toch zijn de Australiërs zwaar favoriet om de Ashes te heroveren. De laatste serie, in de zomer van 2005 in Engeland, maakte volkomen onverwacht een einde aan zestien jaar Australische overheersing. Engeland leefde wekenlang in een roes. Als het nationale elftal speelde, werkten bedrijven op halve kracht en raakte de binnenstad van Londen ontwricht door tienduizenden mensen die getuige wilde zijn van de eerste Engelse overwinning in acht Ashes-series.

De verliezers werden kort daarna in Sydney met boegeroep ontvangen. Een aantal oud-internationals, onder wie Alan Border, vond de sfeer tussen de teams veel te amicaal; uitschelden en intimideren van tegenstanders is voor Australiërs volkomen normaal geworden, een legitiem onderdeel van het klein krijgen van de Poms, zoals zij de Engelsen noemen. „Absolute flauwekul”, vond aanvoerder Ricky Ponting.

Maar anderhalf jaar later draait de cricketwereld weer zoals hij decennia draaide. In Engeland heeft het optimisme van de zomer van 2005 plaatsgemaakt voor twijfel en cynisme over de eigen kwaliteiten. Engeland steeg tijdens die Ashes-serie boven zichzelf uit, maar had het in de maanden die volgden zwaar tegen Pakistan, Sri Lanka en India. Bovendien moeten de Engelsen het nu stellen zonder een aantal langdurig geblesseerden, onder wie aanvoerder Michael Vaughan en fastbowler Simon Jones.

De Australiërs herpakten zichzelf na hun historische nederlaag. Een aantal spelers werd tijdelijk in de ijskast gezet, en het team won vervolgens elf van de twaalf testmatches die volgden. Vorige maand deelden de Australiërs op Indiase bodem al een flinke tik uit. Niet alleen wonnen ze met veel machtsvertoon het toernooi om de Champions Trophy, ze waren ook verantwoordelijk voor de uitschakeling van een van hun grootste rivalen op sportgebied: Engeland.

De volgende tik was een dreun, vlak na aankomst van de Engelsen in Australië. De eerste oefenwedstrijd, in Canberra, liep uit op een vernederende strafexpeditie door nota bene de b-keus van Australië. Engeland kreeg in 50 overs 347 runs om de oren, en werd voor 181 runs uitgebowld. Aanvoerder Andrew Flintoff probeerde de nederlaag luchtig af te doen. „Ik ga hier niet al te zwaarmoedig over doen. Wij komen altijd wat traag op gang.”