Arbeid voor alle dagen

Voor de één betekent werken op woensdagmiddag een probleem. De ander vindt alles best, zolang hij op zondag maar vrij heeft.

Wat voor de één een ideale werkweek is, is voor de ander een ramp. Door individuele wensen van werknemers te combineren met de pieken en dalen in een bedrijf, slaan werkgevers twee vliegen in één klap.

Zelf zeggenschap hebben over de uren waarop je wel en niet werkt, de meeste werknemers zouden dat wel willen. Maar veel werkgevers houden de boot in eerste instantie af, is de ervaring van Erwin van Zandvoord, beleidsmedewerker bij de FNV.

„Werkgevers zijn bang dat ze dan op lastige uren niemand kunnen krijgen.” In de praktijk blijkt die angst onterecht. Lastige uren bestaan namelijk niet. Hoe men tegen werktijden aankijkt, verschilt van persoon tot persoon.

De woensdagmiddag, die als gewone middag geldt en in geen enkele cao in aanmerking komt voor een ongunstigheidstoeslag, is als werkmiddag buitengewoon impopulair onder ouders met kinderen op de basisschool.

Werken op zaterdag en zondag, wat over het algemeen als vervelend wordt beschouwd, is volgens een onderzoek in de apothekersbranche onder vrouwen met jonge kinderen juist populair. In het weekend heeft hun man vrij en is de kinderopvang geen probleem.

„Als bedrijven hun personeel medezeggenschap geven, merken ze vanzelf dat die lastige uren niet bestaan”, zegt Van Zandvoord. „Bovendien blijkt dat werknemers die zelf iets te zeggen hebben over de werktijden zich veel redelijker opstellen. Als er een probleem is met de uren voelen ze zich verantwoordelijk en vinden ze het normaal dat ze helpen om het op te lossen.”

Ook Christine Baaijens ontdekte dat er geen werktijden zijn die per definitie goed of slecht zijn. Zij deed promotieonderzoek naar de wensen van werknemers op het gebied van arbeidstijden.

De opvallendste conclusie van Baaijens is dat veel mensen graag wat minder willen werken, maar dat vaak niet eens bespreken met hun baas. Van de vrouwen die minder willen werken, doet 34 procent inderdaad een stapje terug. Maar van de mannen die minder willen werken, voegt slechts 9 procent de daad bij het woord.

„Werkgevers en werknemers zouden hierover na moeten denken, want ze hebben een gezamenlijk belang”, zegt Baaijens. „De werkgever heeft zelden met een constante stroom werk te maken, maar met pieken en dalen. Dat geldt voor vrijwel elke sector. Dus de werkgever heeft behoefte aan flexibiliteit. De heersende gedachte is dat de werkgever en de werknemer op dat punt tegengestelde belangen hebben. Maar dat is niet zo. De werknemer heeft individuele wensen als het om werktijden gaat. Hoe kun je de behoeften van de werkgever en de wensen van de werknemer zo goed mogelijk op elkaar aansluiten? Dat is de kunst.”

ASML, marktleider als producent van lithografiesystemen, heeft met een zeer volatiele marktcyclus te maken. „In een normale periode zetten we gemiddeld drie systemen per week af”, zegt directeur personeelszaken Europa Ralph Otte. „Dat duurt ongeveer twee jaar en dan komt er een upturn-jaar, waarin we zo’n 9 systemen per week afzetten. Die driejarige cyclus komt steeds terug.”

Omdat het produceren van de lithografiesystemen heel specialistisch werk is – de medewerkers bij de onderneming hebben een hbo- of academische opleiding en beschikken over specifieke kennis van de ASML-systemen – is het onmogelijk om in de vette jaren terug te vallen op uitzendkrachten of tijdelijk personeel.

Tegen de tijd dat iemand goed ingewerkt is, is de hausse weer over. Daarom is ASML afgelopen februari overgestapt op een flexmodel.

Op dit moment – er is nu sprake van een upturnjaar – bedraagt de gemiddelde werkweek geen 40 uur, maar 45. De ondernemingsraad en de vakbonden stemden ermee in dat er maximaal 47 weken per jaar 45 uur gewerkt mag worden. Die extra uren worden bijgehouden in de urenbank. Na zo’n jaar heeft een werknemer een banksaldo van 235 uur. In de volgende twee jaar kan hij deze extra uren opnemen. Als dat door grote werkdruk niet lukt, worden ze uitbetaald. Tegelijkertijd veranderden de werktijden. Voorheen werkte een klein deel van de medewerkers in tweeploegendiensten, maar nu werkt het merendeel volgens een van de acht verschillende roosters. Die roosters zijn afgestemd op de productieprocessen.

Bij ASML waren niet de wensen van de werknemers de aanleiding voor deze verandering, maar de behoefte van de bedrijfsleiding om mee te bewegen met de marktcyclus. Wat vinden de werknemers ervan? Otte: „Uit een recente evaluatie blijkt dat de werknemers even moesten wennen, maar inmiddels erg tevreden zijn.”