Zoetstoffen uit de verdachtenbank

Chocomel t-shirt

Dilemma achter het karretje. Ik sta met twee pakken chocolademelk in mijn handen. Eén light en één halfvol. Welke kan ik beter meegeven aan mijn jongens van acht en tien voor de pauze op school?

De light telt minder calorieën, beter tegen overgewicht. Maar ja – light, zoetstoffen. Daar hangt toch een dubieus aura omheen. Je denkt onwillekeurig aan ADHD, aan drukke kinderen, aan allergieën en zelfs aan kanker. ‘Maximaal twee glazen per dag’, zou het Voedingscentrum volgens mijn vrouw adviseren. Dit blijkt te kloppen, maar niet helemaal: dat geldt alleen voor de kleuterleeftijd en alleen voor cyclamaat. En verrek, dat zit in deze chocomelk.

Cyclamaat, E952

In 1937 ontdekte een student dat de stof die ze ontwikkelden als koortsmedicijn heel zoet smaakte – per ongeluk. Hij had namelijk zijn sigaret even op een labtafel gelegd waar wat cyclamaat lag. Maar sinds 1969 is deze zoetstof niet meer toegestaan in de VS. In dat jaar werd een verhoogde kans op blaaskanker bij ratten gevonden. Uit bevolkingsstudies is helemaal geen gezondheidsverlagend effect van cyclamaat gebleken. Daarnaast bleek de rattenstudie methodologisch gebrekkig.

De FDA – de Food en Drugs Administration, de Amerikaanse tegenhanger van onze Voedsel en Waren Autoriteit – beschouwt cyclamaat inmiddels ook als niet-kankerverwekkend bij muizen en ratten. Het Voedingscentrum wil dus vooral voorzichtiger dan voorzichtig zijn.

Aspartaam, E951

Aspartaam is de bekendste zoetstof. Het is vier keer zoeter dan cyclamaat en tot 200 maal zo zoet als suiker! Het werd ook weer toevallig ontdekt, in mijn geboortejaar 1965. Omdat zoetstoffen vanaf het begin verdacht werden, geldt aspartaam als een van de meest geteste producten die ooit tot de Amerikaanse markt zijn toegelaten. Er zijn honderden onderzoeken gedaan naar mogelijke negatieve effecten, maar daar is nooit iets van gebleken.

Natuurlijk sentiment

Waarom staan ‘kunstmatige toevoegingen’ vaak in een kwaad daglicht? Waarom lijkt ‘natuurlijk’ equivalent aan gezond? Ik vermoed dat het diepe melancholie is, een soort onbestemde heimwee naar het verloren paradijs, naar grazige weiden en bomen vol sappig fruit, een wereld zonder rokende schoorstenen en plastic. We hebben heimwee naar het land van melk en honing. Begrijpelijk, maar paradijs en hemel zijn nou eenmaal niet van deze wereld.

In de 19de eeuw werd melk aangelengd met slootwater – anders was deze te duur voor het gewone volk – waardoor er watervlooien in rondzwommen. Melk werd ook nog niet gepasteuriseerd en bevatte daardoor zeer veel bacteriën. Onder andere Mycobacterium tuberculosis, verantwoordelijk voor een van de belangrijkste doodsoorzaken in de 19de eeuw: tbc.

Voorzorg-cultuur

De sterfte onder de bevolking ligt inmiddels veel lager en onze levensverwachting navenant hoger. Toch maken we ons meer zorgen over onze gezondheid – en die van onze kinderen – dan destijds. Bestrijdingsmiddelen op druiven, genetisch gemodificeerd voedsel, gsm-zendmasten, speeltoestellen waar je af kan vallen, zoetstoffen.

Hoe beter het met ons gaat, hoe meer tijd we hebben om ons met kleine of zelfs imaginaire risico’s bezig te houden. En na die vaststelling kan ik met opgeruimd gemoed de light chocolademelk inladen…