Wel skibril in Uruzgan, maar geen dwang

In Uruzgan dragen de Nederlandse troepen gevangenen over aan de Afghaanse autoriteiten. Die maken zich schuldig aan martelpraktijken, zegt Human Rights Watch. „Gevangenen worden afgeranseld.”

Rotterdam, 21 nov. - Ja, ze zijn ondervraagd. En ja, ze hebben een geblindeerde skibril opgehad, en mogelijk oorbeschermers die het horen van omgevingsgeluiden onmogelijk maken. Vorige week zondag arresteerden de Nederlandse troepen in Uruzgan vijf vermoedelijke Talibaan-strijders. Op woensdag werden de vijf overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten in de provinciehoofdstad Tarin Kowt.

De eerste vier dagen na hun arrestatie zijn de Afghanen vastgehouden in een speciaal daarvoor gebouwd cellencomplex op de basis Kamp Holland. Nederlandse ondervragers hebben geprobeerd informatie los te krijgen van de vermoedelijke Talibaan. Daarbij is op geen enkele manier geweld of dwang gebruikt, vertelt Defensiewoordvoerder Nico van der Zee. „Nog afgezien van de morele aspecten is dat ook vanuit het oogpunt van het vergaren intelligence niet verstandig. Informatie die door marteling is verkregen, is per definitie onbetrouwbaar.”

Vrijdag ontstond er ophef over verhoren door medewerkers van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in oktober 2003 in Irak. MIVD’ers zouden Irakezen hebben geblinddoekt, nat gegooid en onderworpen aan lawaai. Minister Kamp (Defensie, VVD) kondigde een onafhankelijk onderzoek aan.

In Uruzgan zijn de ondervragers geen MIVD’ers, maar officieren van 103-ISTAR bataljon, een landmachteenheid met als taak inlichtingen te verzamelen. De ondervragers zijn wel opgeleid door de MIVD, aan het Defensie Inlichtingen- en Veligheidsinstituut (DIVI). Daar hebben ze geleerd wat wel en niet mag, vertelt Van der Zee. Intimidatie mag niet. ‘Conditionering’, bijvoorbeeld door het onthouden van slaap, ook niet. „De gevangenen hebben dus ook niet continu een skibril op.”

Tijdens de verhoren houden een ‘legal advisor’ (een militaire jurist) en de ‘supervisor detainees’ toezicht. Van de verhoren wordt een logboek bijgehouden, aldus Van der Zee. Hij kan niet zeggen of deze regels na de Irak-affaire zijn aangescherpt.

Wat wel vaststaat, is dat voor ‘Uruzgan’ extra aandacht is besteed aan gevangenen. Bij de eerdere missie van Nederlandse commando’s in Zuid-Afghanistan werd daar zeer geheimzinnig over gedaan. Pas nadat NRC Handelsblad berichtte dat commando’s gevangenen hadden gemaakt, meldde minister Kamp dat verschillende arrestanten in de Amerikaanse Bagram-gevangenis bij Kabul waren beland – het voorportaal van Guantánamo Bay.

In Uruzgan is dat anders. Gevangenen worden door Nederland overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten. In een Memorandum of Understanding (MOU) met de regering-Karzai heeft Nederland laten vastleggen dat gevangen kunnen worden ‘gemonitord’, dat ze niet de doodstraf kunnen krijgen, en dat ze niet kunnen worden uitgeleverd aan ‘derden’ (lees: de VS).

Zijn gevangenen beter af bij hun landgenoten? Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) is bang van niet. Vermoedelijke Talibaan worden vastgehouden door de NDS, de Afghaanse geheime dienst. Volgens HRW maakt de NDS zich schuldig aan marteling. „Gevangenen worden afgeranseld en krijgen elektrische schokken toegediend”, zegt Azië-directeur Sam Zarifi vanuit New York.

Hij maakt zich ook nog ergens anders zorgen over. Uit een inventarisatie in verschillende NAVO-landen blijkt dat stabilisatiemacht ISAF tot nu toe slechts enkele tientallen Afghanen heeft opgepakt in Zuid-Afghanistan. Dat strookt niet met „de stroom aan berichten” over aanhoudingen uit de burgerbevolking.

Volgens Zarifi laten de NAVO-troepen aanhoudingen liever over aan de Afghanen. „Wij zijn bang dat de NAVO onder haar juridische verplichtingen probeert uit te komen.” Volgens Defensiewoordvoerder Van der Zee is het „in principe mogelijk” dat de Nederlanders arrestaties overlaten aan de Afghanen. Bij zijn weten is dat in Uruzgan echter nog niet gebeurd.

De vijf verdachten in de Afghaanse gevangenis in Tarin Kowt hebben inmiddels bezoek gehad van de commandant van de Nederlandse troepen in Afghanistan, kolonel Theo Vleugels. Ook het Rode Kruis is inmiddels langs geweest. „Ze waren zeer tevreden”, zegt Van der Zee.