Voorzichtige opstand van de kastelozen

De kastelozen in India komen voorzichtig in het verweer tegen discriminatie, maar de prijs die ze ervoor betalen is hoog.

Dagelijks zijn er ongeveer zeventig geweldsdelicten tegen de zogenoemde dalits .

Surekha Bhotmange was een moedige vrouw. De 45-jarige was een dalit, zoals de kastelozen, de onaanraakbaren, in India heten. Met man en drie kinderen woonde zij in het dorpje Kherlanji in de deelstaat Maharashtra. Toen dorpsgenoten van een hogere kaste begin september zomaar een stuk land opeisten van de Bhotmanges begon het verzet van Surekha. Op 29 september kreeg zij daarvoor de rekening gepresenteerd.

De afgelopen weken zijn er op verschillende plekken in India demonstraties tegen geweld tegen dalits geweest. Aanleiding voor de protesten is de pas recent bekend geworden slachtpartij in het dorpje Kherlanji: Surekha Bhotmange en haar drie kinderen zijn gelyncht door een menigte dorpsgenoten – Surekha en haar dochter werden voordat ze vermoord werden ook nog naakt rond geparadeerd. Waarom? Omdat de vrouw zich had durven verzetten tegen een beslissing van dorpsleden van een hogere kaste.

Surekha Bhotmanges echtgenoot Bhaiyalal ontsnapte aan het geweld en vreest nu, aangezien hij een van de weinige getuigen is, voor zijn leven. Meer dan dertig inwoners van het dorp zijn inmiddels gearresteerd nadat de zaak de afgelopen weken steeds meer publiciteit heeft gekregen. Enkele politieagenten zijn daarbij op non-actief gesteld omdat ze aanvankelijk niet hadden gereageerd op de aangifte van Bhaiyalal Bhotmange.

„Het probleem is dat Indiërs het rangensysteem geïnternaliseerd hebben, het zit in onze software. Discriminatie van vooral dalits op basis van kaste bestaat nog altijd. Daardoor hebben we nog steeds zulke excessen als in Kherlanji”, zegt Paul Divakar, voorzitter van de mensenrechtenorganisatie National Campaign on Dalit Human Rights. „De situatie voor dalits is sinds 1947 verbeterd, maar het gaat zeer langzaam.”

De organisatie van Divakar is een landelijke belangenclub die in New Delhi lobbyt voor dalitrechten. Grofweg zijn er 180 miljoen hindoeïstische dalits en veertig miljoen christelijke, islamitische en boeddhistische dalits. Ze wonen verspreid over het land, de overgrote meerderheid op het platteland.

Satish Deshpande, socioloog aan de Universiteit van Delhi, bevestigt dat de situatie van dalits in India „niet al te best is”. „Voordat je meer verandering ziet, ben je zo een generatie verder.” Deshpande, zelf behorend tot de hoogste kaste binnen het hindoeïsme, is een van de auteurs van een recent verschenen boek over onaanraakbaarheid op het platteland in India. Hij legt uit: „Dalits op het platteland zijn altijd arm geweest, onopgeleid. Ze hebben bijna geen toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, politie of justitie. Ze worden gediscrimineerd, vooral door de kasten net boven hen. Ze mogen niet naar bepaalde tempels, niet in bepaalde straten van hun dorp lopen. En er zijn voortdurend geweldsincidenten.”

Jaarlijks zijn er volgens de National Campaign on Dalit Human Rights meer dan 25.000 geweldsincidenten tegen dalits, zo’n zeventig per dag. En dat aantal zal alleen maar groeien, zo verwacht onderzoeker Deshpande, omdat het sociaal bewustzijn van dalits toeneemt. „Vroeger accepteerden dalits het als hogere kasten hun land wilden inpikken, nu durven ze het vaker aan te vechten. Ze zijn beter op de hoogte van hun rechten. Daardoor zijn er meer conflicten, de keerzijde van een positieve ontwikkeling”, zegt de socioloog.

Een voorbeeld van het toegenomen bewustzijn van dalits is het verhaal van Hikati Devi. De 35-jarige vrouw deed vijf jaar geleden iets wat nog nooit iemand van haar gemeenschap van kastelozen had gedaan: ze stapte naar de leider van haar dorpje in de deelstaat Bihar om te klagen over een groepje mannen uit de buurt, die vier van haar buurvrouwen hadden meegenomen en verkracht.

De vier verkrachte dalitvrouwen uit Devi’s dorp hadden zelf geen klacht ingediend. Uit angst voor represailles. Maar vooral ook omdat het weinig zou uithalen, zegt Devi, die op bezoek is in New Delhi. „De politie is meestal van een hogere kaste, en die kijkt ook op ons neer.”

Met ongeveer twintig dalitfamilies woont ze aan de rand van het dorpje Golaghat in Bihar. De dalits van Golaghat zijn allemaal dagloners, landarbeiders, in dienst van de boeren, de landeigenaars die in het andere deel van het dorp wonen. Ook zijn de dalits verantwoordelijk voor het opruimen van kadavers in het dorp, werk dat door de hogere kasten gezien wordt als onrein.

Zes weken na haar klacht kregen de dalitfamilies ’s avonds opnieuw bezoek van een groep mannen, allen van een hogere kaste, met fakkels in hun handen – in het dorp is geen elektriciteit. „Onze mannen hadden we toen al snel weggestuurd om te voorkomen dat we allemaal als weduwen zouden eindigen. Ik werd er uitgepikt door twee van de mannen, als wraak, omdat ik geklaagd had bij de dorpsleider”, vertelt Devi. „Ze namen me mee en verkrachtten me.”

Opnieuw deed Devi iets wat nog nooit eerder door een dalit was vertoond in haar dorp. Ze ging naar de politie en deed aangifte. „Maar de politie heeft de zaak nooit onderzocht”, zegt ze. „Zij is omgekocht of zelf bang voor de mannen. Wat ik ermee bereikt heb is dat er sindsdien geen dalitvrouwen uit mijn buurt zijn verkracht.”

Lees meer over het kastenstelsel in India en de discriminatie van dalits op:www.tamilnation.org/caste of 26251 naar 7585