Vergeet Sinterklaas, hier is de FNV

Morgen mag ú, maar gisteren heeft de FNV alvast gekozen.

De Federatie kiest voor een hogere looneis voor 2007. Het was 2,5 procent, het gaat naar 3 procent.

Kennelijk vinden de politieke tegenstanders het niet meer de moeite te reageren. Het blijft stil onder de vertrouwde voorstanders van loonmatiging, minister-president Jan Peter Balkenende (CDA) en minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD).

Alleen werkgeversvoorman Bernard Wientjes (VNO-NCW) zei dat deze verhoging negatief kan uitpakken voor het ontluikend economisch herstel.

De verhoging lag voor de hand. Loonmatiging is geen verworven recht, niet van werkgevers, niet van vakbonden. In bedrijfstakken waar het uitstekend gaat, zoals de financiële wereld, lopen de cao-lonen al langer wat rapper op. Wie zouden dat betalen? Werkgevers?

De verhoging van de looneisen door de FNV komt tegemoet aan lang gekoesterde verlangens in de Nederlandse samenleving. Loonmatiging heeft de steun van ‘maar’ 37 procent van Nederland, zo bleek een paar weken geleden uit de massale enqûete 21minuten.nl. Een groter aantal mensen, 42 procent van de ondervraagden, heeft het wel gehad met de matiging. Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zijn volgens 21minuten.nl wel in grote getale (66 procent) voorstanders van matiging.

De vraag is of de hogere looneisen zich ook vertalen in hogere lonen? Ja en nee.

Het dwingende argument voor loonstijgingen is de krapte op de arbeidsmarkt in diverse, maar lang niet alle beroepen.

Minder dwingend is de positie en de macht van de vakbeweging zelf. De Museumplein-demonstratie van iets meer dan twee jaar geleden zorgde voor een impuls voor de ledenwerving van de bonden. Simpel gezegd: actie loont. Maar nu dalen de aantallen weer. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telde onlangs 1,87 miljoen vakbondsleden. Minder bekend is een cijfer dat minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) twee weken geleden gaf in zijn memorie van antwoord voor de behandeling van de nieuwe Pensioenwet in de Eerste Kamer: 215.000 65-plussers zijn vakbondslid. Dat legt een basis voor de rol die de vakbonden spelen in de besturen van de pensioenfondsen.

Per saldo zijn iets meer dan 1,6 miljoen werkende mensen lid van de bond. Vijf van de zes Nederlanders tussen 20 en 65 jaar, de potentiële beroepsbevolking, zijn geen lid. Goed nieuws voor de bonden: een kolossale markt ligt braak. Maar ook goed nieuws voor werkgevers. Zij kunnen met eigen arbeidsvoorwaarden op maat vakbonden de wind uit de zeilen nemen.

Menno Tamminga