Tot de stembus sluit zetten partijen campagne voort

Er zijn nog miljoenen zwevende kiezers te winnen volgens de peilingen. En dus wordt er morgen nog gefolderd en gecanvast. Het kan nog, al is het „vijf voor twaalf”.

Vandaag is niet de laatste dag in de strijd om de kiezer. Anders dan in voorgaande jaren is de verkiezingsdag morgen ook nog een campagnedag. De campagnestrategen van de belangrijkste politieke partijen kwamen niet tot een gezamenlijke afspraak dat er niet gecampaignd zou worden op woensdag. En dus is het ieder voor zich.

Maar het einde nadert. De drie lijsttrekkers van de grote partijen hielden gisteren elk voor hun eigen achterban een slotavond. Vanavond zijn er nog twee lijsttrekkersdebatten – één voor de zes kleinere partijen en één voor de zes grotere – en morgen nog met de bussen het land in, daarna is het echt gedaan.

Het feit dat er ook op woensdag nog gefolderd en gecanvast wordt, illustreert de felheid waarmee de lijsttrekkers elkaar hebben bestreden én het belang dat wordt gehecht aan het nu nog overhalen van de miljoenen zwevende kiezers. Want nog steeds zou ongeveer eenderde van de 12,3 miljoen stemgerechtigden niet weten wat te stemmen morgen.

Die felheid wordt sterker door de dagelijkse peilingen. De PvdA klampt zich vast aan het virtuele herstel, hoewel TNS Nipo meldde dat de SP met 32 zetels groter zal worden dan de PvdA. Andere peilingen laten juist weer een terugkeer zien van de nek-aan-nek-race tussen Bos en Balkenende. Het gáát dus nog echt ergens over, die laatste uren.

Gisteravond in de Keukenhof in Lisse was de belangrijkste boodschap van CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende dat „er nog keihard moet worden geknokt tot de laatste minuut”. In het Amsterdamse Muziekgebouw aan het IJ meldde VVD-leider Mark Rutte dat „het vijf voor twaalf” is en „dat deze laatste twee dagen cruciaal zijn”. En PvdA-leider Wouter Bos, in de Lichtfabriek in Haarlem, hield zijn toehoorders het „schrikbeeld” voor van een „kabinet-Balkenende-Verdonk”. Alleen als de PvdA groter wordt dan het CDA, kon dat worden tegengehouden.

Balkenende, die weer zijn rol van minister-president speelde, had in Lisse geen woord van kritiek meer voor zijn politieke tegenstrevers. Nee, Balkenende wees op de „punten van overeenstemming”. Volgens hem onderkennen alle partijen inmiddels het belang van waarden en normen, het gezin en respect. „Terwijl daar een paar jaar geleden nog smalend over werd gedaan.” Wat alle partijen bindt is, volgens Balkenende, de bezorgdheid om de jeugd. Daarom is het volgens hem nodig dat het volgende kabinet in de eerste honderd dagen daar de aandacht op richt.

Tijdens zijn toespraak, voor een publiek van zo’n driehonderd partijgenoten uit de bollenstreek, daalde weer een actievoerder van Greenpeace af vanuit het plafond. Eerder was dat ook gebeurd bij de start van de campagne in de RAI. Balkenende reageerde koelbloedig, terwijl bewakingspersoneel tevergeefs aan een voet van de actievoerder trok. „Ah, daar hebben we Greenpeace weer. Dit betekent dat het CDA een partij is die er toe doet.” Applaus. Verder liet Balkenende de activist bungelen.

In de Haarlemse Lichtfabriek begon lijsttrekker Wouter Bos over het „zeepkissie” waar hij wekenlang op had gestaan. Met nieuwe onderwerpen kwam Bos niet, en voor het publiek was dat ook niet nodig: om de twee zinnen werd er geklapt en gejuicht. Balkenende, zei Bos, had geen bondgenoten kunnen maken. Mensen waren „tegenover elkaar” komen te staan. Wilde dit land nog eens vier jaar waarin de tegenstellingen groeiden, waarin een premier de schouders ophaalde over verpleeghuizen waar het niet goed ging? Wilde Nederland wéér vier jaar lang slaafs achter George Bush aanlopen?

Er werd niet geklapt toen Bos het had over de verschillen met de SP en GroenLinks. Maar de slogan aan het eind van dat onderdeel in zijn speech vonden de meeste PvdA’ers in de zaal wel weer mooi: de PvdA was „socialer dan het CDA, sterker dan de SP en strenger dan GroenLinks”. Na afloop vroeg een vrouw: „Waarom viel u SP en GroenLinks zo hard aan?” Bos: „Aanvallen? Hallo, zeg, ik begón met te zeggen dat het bondgenoten waren.” Maar er waren, zei hij, natuurlijk ook belangrijke verschillen. Waarom was hij die middag dan koffie met hen gaan drinken? Bos: „Omdat ik was uitgenodigd, en ik moest toch in de buurt zijn voor een debat. Ik had een halfuurtje over.”

Aan het IJ werd Rutte door spreekstalmeester en Haags wethouder Frits Huffnagel onder luid gejoel van enkele honderden VVD’ers het podium opgehaald. Daar stonden vijftien in wit gehulde danseressen van het showballet de liberale leider op te wachten. Op de eerste rij in de zaal keken liberale kopstukken als Ivo Opstelten, Frits Bolkestein en Henk Vonhoff goedkeurend toe. Rutte haalde hard uit naar PvdA en CDA. „Wouter Bos staat onder ongelooflijke druk van Jan Marijnissen. Bijna de hele PvdA ligt sinds een week of twee in de linkse houdgreep van de Socialistische Partij, die het laatste restje modern denken dat in Wouter Bos zat, eruit perst.” Verbijsterend, vond Rutte.

Maar ook het CDA is niet te vertrouwen, vond hij. „Jan Peter is maar met één vraag bezig: hoe blijf ik premier. Hij mijdt elke keuze die kiezers kan kosten.” Volgens Rutte blijft het CDA weigeren een duidelijk alternatief met de VVD aan de kiezer voor te leggen. „Dan moet je niet vreemd opkijken als je vervolgens een moeilijk regeerbaar land krijgt.” De zaal vond het prachtig en beloonde Rutte bijna om de zin met applaus. Rutte repte met geen woord over de beroerde peilingen voor zijn partij. Van een ondergrens, zoals zijn voorganger Van Aartsen die voor zichzelf had gesteld bij de gemeenteraadsverkiezingen, wilde hij desgevraagd niets weten.

Met medewerking van Egbert Kalse, Petra de Koning en Frank Vermeulen.