Stop schijndemocratie uit potlodentijdperk

Maurits Barendrecht

In de loop van woensdag wordt in de stemhokjes een enorme hoeveelheid menselijk kapitaal vernietigd. In de maanden daarvoor hebben 10 miljoen kiezers uren met elkaar gediscussieerd. Ze vormden zich een mening over tientallen politici, lazen partijprogramma’s of vulden stemwijzers in. Ze weten nu waar ze staan op het gebied van de huurverhoging, het broeikaseffect, de ontslagbescherming en wat al niet meer. Maar donderdagmorgen zitten we elkaar weer aan te kijken rond een verkiezingsuitslag waaraan geen touw is vast te knopen. Want alle informatie op grond waarvan de kiezer zijn oordeel heeft gevormd, is verdampt.

Stop de verspilling. Laten we voor de volgende keer iets beters verzinnen dan deze schijndemocratie uit het potlodentijdperk. Twee principes zouden daarbij leidend kunnen zijn.

In de eerste plaats moeten we proberen zoveel mogelijk relevante opinies te verzamelen door meedoen zo aantrekkelijk mogelijk te maken. We leggen de kiezer bij de verkiezingen de vragen voor die hij interessant vindt. Over de inhoud van beleid, over mensen, over de prestaties van het vorige kabinet, over wie moet gaan regeren, of over wat dan ook.

Het lijkt vanzelfsprekend, want hoe meer informatie over meningen van kiezers, hoe democratischer het land kan worden geregeerd. Toch dwingt het huidige systeem de kiezer nog steeds al zijn oordelen terug te brengen tot één druk op één stemknopje.

Natuurlijk gaan kiezers daarvan zweven. Wie echt nadenkt over klimaatverandering, over Mark Rutte, over het kabinet van nu en over het kabinet van de toekomst, merkt dat zijn oordelen over deze kwesties weinig met elkaar te maken hebben. Je kunt Mark Rutte een prima bestuurder vinden, klimaatverandering een groot probleem, het huidige kabinet een 7,5 geven, en toch in zijn voor een nieuw kabinet. Iedere andere combinatie van meningen is even zinnig.

Een systeem dat dit soort onafhankelijke oordelen combineert tot één stem, neemt de kiezer niet serieus. Vroeger werkte het nog wel. Grote maatschappijvisies brachten onderlinge samenhang tussen de oordelen van de kiezer. Maar voor de huidige maatschappelijke problemen en met de huidige technische mogelijkheden is deze manier van kiezen achterhaald.

Het is ook een gevaar voor de democratie. Wanneer serieus afwegen hem onmogelijk wordt gemaakt, rest de kiezer immers weinig anders dan zijn emoties. Politici moeten daar wel op inspelen, al gaat dat op termijn ten koste van het laatste restje vertrouwen dat kiezers in hen hebben. In alle verwarring is de authenticiteit van Jan, Jan Peter of Pim de enige vaste waarde. Maar is de ‘A-factor’ nu echt wat we met verkiezingen aan het licht willen brengen?

Het tweede principe is dat opvattingen van kiezers niet beslissend horen te zijn, maar wel een leidraad. Geen directe democratie, wel transparantie.

Onderschat de wijsheid van het volk niet. Het gemiddelde oordeel van een grote groep mensen met verschillende achtergronden heeft grote kwaliteiten. Dat is één van de vele argumenten voor democratie. Maar goede regeerders gebruiken ook expertise, laten kosten-batenanalyses maken, beschermen minderheden, en wegen prioriteiten af.

Het kan op veel manieren, een systeem dat kiezers serieus neemt, dat hun betrokkenheid vergroot en dat transparant maakt hoe de opvattingen liggen. De Stemwijzer en 21minuten.nl laten zien welke inhoudelijke vragen mensen graag beantwoorden. Vragen van nu, zoals over hypotheekrente, ontslagrecht, en klimaatverandering. Vragen van alle tijden, zoals over de stijl van regeren, de doelen van straf, de inkomensverdeling en de manier waarop we zwakkeren steunen. Wat een mooie debatten zouden die vragen kunnen opleveren.

Een neutraal instituut zou de vragen kunnen opstellen. Met een goede rol voor opiniepeilers en de top uit het sociaal-wetenschappelijk onderzoek.

Stellingen met ja/neen-antwoordmogelijkheden zijn waarschijnlijk minder geschikt, zoals het referendum over de Europese Grondwet liet zien. Het lijkt beter mensen alternatieve oplossingsrichtingen te geven voor maatschappelijke vragen, waarin ze een rangorde kunnen aangeven. Niet alle kiezers hoeven alle vragen te beantwoorden. Geef hen ook die keuze. Het is vrij eenvoudig om uitkomsten te corrigeren als de deelnemers geen afspiegeling zijn van de bevolking.

Behalve inhoudelijke oordelen, kunnen kiezers ook cijfers geven voor personen en hun kwaliteiten: ministers, kandidaten voor belangrijke functies, het kabinet van nu en de coalitie voor de volgende periode.

De slotvraag bij de verkiezingen blijft een stem op een volksvertegenwoordiger. Op het moment dat de kiezer al die vragen heeft beantwoord, kan hij zich concentreren op de kandidaat en zijn programma. Want wat hij verder vindt, heeft hij al verteld.

De kiezersuitspraken over inhoud en personen vormen daarna het decor waartegen een kabinet tot stand komt en gaat regeren. Het publiek zou precies kunnen zien hoe de koers in Den Haag spoort met wat mensen belangrijk vinden.

Politici die het anders willen doen, krijgen iets uit te leggen. Ze zouden de dialoog met ons gaan voeren, in plaats van elkaar steeds dwars te zitten. Een minister die afwijkt van wat de kiezers willen, zal in de volgende ronde waarschijnlijk geen hoog cijfer krijgen voor luisteren. Maar misschien wel voor moed of visie.

De verwarring zou verminderen. Want wij zouden beter van elkaar weten wat we nu eigenlijk willen met dit land.

Maurits Barendrecht is hoogleraar aansprakelijkheidsrecht aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.