Signalen dat VS Strafhof beginnen te accepteren

De Amerikaanse regering geeft steeds meer van haar verzet tegen het Internationale Strafhof in Den Haag op.

Het gaat niet gepaard met tromgeroffel. Officiële verklaringen ontbreken. Leden van de regering spreken er niet over. Maar toch – nu zoveel zekerheden in het buitenlandse politieke beleid van de VS wankelen, zijn er signalen dat de Amerikanen ook hun straffe afwijzing van een in Nederland gevestigd instituut aan het intrekken zijn: het Internationale Strafhof in Den Haag.

Zo vertelt David Scheffer, onder president Clinton ambassadeur voor oorlogsmisdaden, dat vorige week ineens, in stilte, de militaire sancties zijn ingetrokken tegen zo’n 25 landen die vier jaar geleden weigerden te garanderen dat ze nooit Amerikanen aan het Strafhof zouden uitleveren.

De regering-Bush opponeerde destijds agressief tegen het hof. Het zou Amerikaanse soldaten onevenredig blootstellen aan het risico van vervolging – de VS zijn meer dan andere landen militair actief buiten de eigen grenzen. Onder John Bolton, nu ambassadeur bij de VN, probeerde de regering het Strafhof te ondermijnen. Dat hele hof, zei Bolton in 2001, was „het product van verwarde romantiek, niet zozeer naïef als wel gevaarlijk”.

En een van de bekendste middelen waarmee de VS streden waren bilaterale akkoorden met landen die de installatie van het hof eerder hadden gesteund. In zo’n akkoord moesten ze toezeggen dat ze nooit Amerikanen aan het hof zouden uitleveren. Wie weigerde hoefde niet langer op ontwikkelingshulp of militaire steun uit de VS te rekenen.

Daarom, zegt David Scheffer, is het „een forse koerswijziging” dat de regering vorige week de sancties tegen bijna al deze landen introk. Het gebeurde mede op verzoek van het Pentagon, zegt hij, en eigenbelang was er niet vreemd aan: defensie wilde graag de militaire samenwerking (en handel) hervatten.

„Maar het blijft een ommezwaai. Terwijl er geen officiële bekendmaking van was. Het gebeurde gewoon”, zegt Scheffer, destijds leider van de delegatie die namens de regering-Clinton instemde met het hof.

Het is lang niet het enige teken dat de regering haar houding verandert. Zo noemde de Amerikaanse ambassadeur in Oeganda vorige week het Strafhof de doorslaggevende factor voor de hervatting van vredesonderhandelingen tussen rebellen uit het noorden en de regering in Kampala. „Een zeer belangrijke verklaring”, zegt Scheffer. „Omdat een Amerikaanse functionaris hiermee erkent dat het Strafhof een kracht is die gerechtigheid brengt.” Vorig jaar al spraken de VS in de VN-Veiligheidsraad geen veto uit over het besluit oorlogsmisdadigers in de West-Soedanese regio Darfur te laten vervolgen door het Strafhof.

Verder valt het Scheffer op dat geen enkele hooggeplaatste regeringsfunctionaris zich dit jaar nog negatief over het hof uitliet. „Die stilte zegt ook wel iets.” En natuurlijk zou het vertrek van Bolton bij de VN – wiens herbenoeming door de Senaat tot nu toe wordt geblokkeerd – grote betekenis hebben. „Hij is de drijvende kracht achter het verzet tegen het hof.”

Maar nog belangrijker is een andere ontwikkeling, zegt Scheffer. Recentelijk kwam een studie uit bij het Henry L. Stimson Center waarin hooggeplaatste Amerikaanse militairen zich anoniem uitspreken over het hof. Voor president George W. Bush was de afkeer onder militairen de belangrijkste reden, zei hij in 2002, om medewerking en deelname aan het hof te weigeren.

Scheffer was bij de studie betrokken. „Het rapport laat zien dat het oordeel van vooral hogere militairen is veranderd. Mensen hebben een subtielere en beter geïnformeerde kijk op het hof. Ze zien nu ook dat de VS een constructieve rol kunnen spelen. Niet als een deelnemend land – nog niet. Maar wel als een land dat kan meewerken aan het hof. Hoge militairen realiseren zich dat de VS, zolang ons land het Strafhof niet erkent, de indruk wekken dat we geen respect hebben voor het internationale recht.”

En de vrees voor het Strafhof is afgenomen. Hoge militairen zien in dat vergrijpen die het hof zou vervolgen vrijwel samenvallen met het Amerikaanse recht. „Deze militairen wéten dat ze zich moeten houden aan het VN-verdrag tegen genocide. Ze wéten dat ze de Geneefse Conventies [voor oorlogsrecht, red.] moeten naleven. Ze wéten dat ze geen systematische voorbereiding voor een misdaad tegen de menselijkheid kunnen plannen. Dus van de retoriek van Bush – ‘ik zal jou, frontsoldaat, beschermen tegen het Internationale Strafhof’ - blijft weinig over.”

Intussen loopt in de Senaat Patrick Leahy – bekend aanhanger van het hof – zich warm om de nieuwe Democratische voorzitter van de commissie justitie te worden. Scheffer denkt niet dat het hof tot zijn prioriteiten behoort; dat geldt voor geen enkele Amerikaanse politicus. En hij verwacht ook niet dat Leahy onmiddellijk zal aansturen op Amerikaanse deelname aan het hof. „Dat vergt een te grote ommezwaai van Bush.”

Dus zal Leahy, denkt Scheffer, subtiel proberen de Amerikaanse positie te verzachten. „Er zijn nu monsterlijke wettelijke bepalingen, zoals de clausule die de VS het recht geeft Den Haag binnen te vallen als een Amerikaanse militair gevangen zou worden genomen. Leahy zal proberen die geschrapt te krijgen.”

Daarna kan hij de medewerking van de VS aan het hof proberen te vergroten, zoals onlangs John McCain al voorstelde, gedoodverfd Republikeins presidentskandidaat in 2008. „Democraten kunnen de wet amenderen en zorgen dat de VS financieel en logistiek gaan meewerken in Afrikaanse onderzoeken van het hof.”

Dat zou het land in de positie manoeuvreren die een deelname aan het hof over een paar jaar onvermijdelijk maakt. „Veel mensen denken na hoe de VS hun geloofwaardigheid kunnen herstellen in de nasleep van ‘Irak’. De VS kunnen een constructievere rol spelen in het debat over het broeikaseffect, de mensenrechten en het internationale recht. Zo is het mogelijk dat we een strategie ontwikkelen die over twee, drie jaar opnieuw leidt tot leiderschap in de wereld. We hebben dat verlaten. Heel treurig, heel ongelukkig. Maar het kan ook weer veranderen – we zullen onze internationale geloofwaardigheid moeten herstellen.”