Rebelse burgerlijkheid

Le souffle au cœur geeft een uiterst precies tijdsbeeld.

De film is berucht geworden, vanwege de liefde tussen moeder en zoon.

Het is 1954. De Fransen vechten in Indochina om het behoud van hun kolonie. Nieuws over Indochina, en de bloedige slag bij Dien Bien Phu, sijpelt door in de gesprekken die de familie Chevalier rond de tafel voert. Moeder Clara vindt het raar dat de Fransen nog steeds kolonies hebben, zo na de Tweede Wereldoorlog. Vader – een gynaecoloog – is wat conservatiever, hij is een echte patriot. Hun vijftienjarige zoon Laurent staat aan zijn moeders kant. Samen met een vriendje verstoort hij een optocht van Franse militairen en veteranen. Louis Malle schetst een uiterst precies tijdsbeeld in Le souffle au cœur (1971). De buitenlandpolitiek van Frankrijk wordt impliciet, maar kritisch becommentarieerd, net als in zijn debuutfilm Ascenseur pour l’échafaud (1958), waarin de onafhankelijkheidsstrijd in Algerije op de achtergrond speelde. En het bourgeois-milieu waarin Laurent en zijn twee broers opgroeien, wordt treffend neergezet. In de weelderige vertrekken hangt veel kunst en ze hebben een huishoudster die de maaltijden opdient aan het hele gezin, dat keurig met z'n allen rond de tafel zit. Maar achter de façade van burgerlijkheid gaat veel schuil. De broers laten bijvoorbeeld het schilderij van Gustave Courbet dat pontificaal in de kamer hangt namaken en verpatsen de echte. Met de opbrengst brengen ze een bezoek aan het bordeel, waar ze Laurent z’n eerste seksuele ervaring willen geven. En als pa en ma een weekendje in Parijs zijn, wordt een decadent feest gegeven waarbij de halve wijnkelder wordt leeggedronken.

Laurent draait op z’n kamer het liefst de nieuwste jazzplaatjes, van Charlie Parker en Dizzy Gillespie. De nieuwste bebop waar de huishoudster gek van wordt. Rebellie hangt in de lucht: tegen de politiek, tegen de katholieke kerk en tegen de seksuele moraal. Zo toont Malle hoe de priester maar al te graag z’n handen rond het dijbeen van Laurent plaatst, als deze te biecht komt – „nog zondige gedachten gehad?”, vraagt de priester, vermoedend dat Laurent zich bezondigd aan masturbatie.

In een van de eerste scènes zien we Laurent met een vriend de nieuwste lp van Charlie Parker stelen, terwijl hij toch van goede komaf is, netjes is opgevoed en genoeg zakgeld krijgt om de plaat ook te kunnen kopen. Alvast een mooie aanduiding van het antiburgerlijke karakter van de film, een thematiek die in meerdere Louis Malle-films terugkeert. Le souffle au cœur is berucht geworden, omdat het de verregaande liefde tussen Laurent en zijn moeder op onverbloemde maar heel natuurlijke wijze toonde. Maar het is eigenlijk slechts een facet van Malle’s aanval op de verstijfde Franse maatschappij. Zo komt Laurent bijna een balzaal niet binnen omdat hij niet netjes genoeg gekleed is en wordt zijn moeder met de nek aangekeken omdat ze wat vrijgevochten is. Malle schept er duidelijk plezier in om wat speldenprikjes uit te delen aan eenieder die denkt te weten wat goede smaak is. Zijn met veel ironie gebrachte aanvallen zijn uiterst consequent: staat, kerk en heersende moraal omtrent ‘natuurlijke’ seksualiteit krijgen er van langs, maar wel altijd subtiel – het wordt je niet door de strot geduwd. Le souffle au cœur is echter bovenal een fijnzinnig psychologisch portret van twee buitenbeentjes: de gevoelige Laurent en zijn moeder worden met veel gevoel geschetst. Laurents vroegrijpheid is een vloek en een zegen – hij is kind en volwassen tegelijk. Zijn moeder vluchtte in de oorlog vanuit Italië naar Frankrijk en blijft daardoor een buitenstaander: haar accent en mediterrane levenskunst verraden haar achtergrond. De enige die haar echt begrijpt is Laurent en Malle laat de hechte band op zeer overtuigende en ontroerende wijze zien.

DVD

Le souffle au cœur (1971)

Regie: Louis Malle. Met: Léa Massari, Benoît Ferreux, Daniel Gelin, Marc Minocourt. Distributie: Video /Film Express