Opmars van tbc dreigt vanuit Oost-Europa

Een gevaarlijke vorm van tuberculose die resistent is tegen alle beschikbare medicijnen, bedreigt Nederland en andere West-Europese landen. Daarvoor waarschuwt epidemioloog Martien Borgdorff, algemeen directeur van het KNCV Tuberculosefonds. Het nieuwe kabinet moet volgens hem snel maatregelen nemen om „de opmars” van de tbc uit Oost-Europa en Centraal Azië „te smoren”. De Nederlandse vereniging van longartsen NVALT spreekt van een „terechte waarschuwing.”

Een ‘gewone’ tuberculose is met een standaardbehandeling van zes maanden in 90 procent van de gevallen te genezen. Maar het tuberculosefonds constateert een snelle groei van een multiresistente tbc, die tegen de twee sterkste geneesmiddelen bestand is. Patiënten die met deze bacterie zijn besmet, moeten gedurende bijna twee jaar met andere medicijnen worden geholpen en hebben een sterftekans van 25 procent. „Nu blijken er stammen op te duiken die zelfs resistent zijn tegen deze middelen. Dan is er geen enkele behandeling meer beschikbaar”, zegt Borgdorff.

Twee miljoen mensen sterven jaarlijks wereldwijd aan tuberculose. De Europese Unie telt jaarlijks 60.000 tbc-patiënten, Nederland 1.200. Het tuberculosefonds spreekt over een „angstaanjagende variant” die vooral met migranten naar West-Europa komt.

In Oost-Europa komt veel resistente tuberculose voor omdat patiënten hun kuur vaak niet afmaken. In Nederland hebben jaarlijks zo’n tien patiënten de multiresistente vorm van tbc. De niet te behandelen vorm van tbc is tot nu toe slechts enkele keren in Nederland gesignaleerd.

Het ministerie van Volksgezondheid onderkent het probleem, en zegt er al jaren aandacht en geld aan te besteden. Migranten die voor langere tijd naar Nederland komen zijn verplicht zich op tbc te laten testen. Migrantengroepen die geïnfecteerd zijn, maar (nog) geen ziekteverschijnselen hebben, worden echter niet behandeld.