Morrison toont bezetenheid

Concert: James Morrison. Gezien: 20/11, in de Melkweg, Amsterdam.

Het moet even schrikken zijn geweest voor de hordes pubermeisjes die gisteravond in de Grote Zaal van de Melkweg tegen het podium stonden aangeplakt. Had hun idool voor het optreden snel een paar pakjes sigaretten gerookt? Had hij misschien zelfs drugs gebruikt? Of is hij onlangs ontmaagd? (Door WIE?!?) Hoe het ook zij, op het podium stond gisteren geen verliefd kwelende James Blunt-variant, maar een volwassen rocker. Ergens tussen zijn debuutalbum Undiscoverd en het concert gisteravond in de Melkweg is soulbelofte James Morrison een man geworden.

Het openingsnummer Under the influence klonk bij dit concert al stukken steviger dan op de plaat, mede dankzij Morrisons superenthousiaste, vierkoppige begeleidingsband. Maar zelf verraste de jonge zanger nog het meest, met een volstrekt ongepolijste podiumperformance. Morrison toonde zich een fanatiek, begeesterd, soms zelfs bezeten artiest, met schokkerige bewegingen en een van vervoering vertrokken grimas – hoewel hij ook af en toe even de guitige kuiltjes in zijn wangen toonde. Maar ondanks die incidentele boyish’ charm stond hier een volwassen soulzanger, met een imposante, doorrookte, gevoelvolle stem, kippenvel veroorzakend schor in de uithalen.

Hij kan alleen beter niet praten tussendoor, want dan komt Morrison niet veel verder dan: „You’re such a lovely crowd!” „I love you!” „Feel the love!” Heel even heeft hij wel een grappige sneer naar zijn concurrent in het veroveren van jonge meisjesharten. „The new James Blunt they call me. Why? Just because I’ve got fluffy hair?” Om Blunt daarna met de fraaie ballad The pieces don’t fit anymore genadeloos zijn plaats te wijzen. Met zijn ogen dicht, beide handen stevig om de microfoon geklemd, zingt Morrison in vervoering schaamteloos hees, schel, soms zelfs vals, en met gekweld overslaande stem. Hij klaagt, smeekt, schmiert, en overtuigt.

De hit You give me something is een verplicht nummertje voor de jonge fans, die van Morrison de refreinen mogen meezingen („That’s so lovely, how you all sing along!”). Dat meezingen gaat zijn publiek aanzienlijk minder goed af wanneer Morrison rockende covers ten gehore brengt van zijn voorbeelden Cat Stevens en Van Morrison. De zanger houdt de microfoon hoopvol richting zaal, maar de teksten van The first cut is the deepest en It stoned me blijken bij deze generatie toch een stuk minder bekend. Morrison zelf voelt zich wel erg op zijn gemak bij deze soulklassiekers. Zo erg dat je je afvraagt of zijn eigen nummers niet te braaf voor hem zijn.

Af en toe lijkt de zanger bewust zijn zoete imago om zeep te willen helpen. Zo ontkracht hij de anekdote achter het nummer One last change – geïnspireerd door een overleden oud-huisgenoot. Die is niet dood, zegt Morrison. Hij is alleen maar weggelopen. „Dus als je hier bent, sorry Pete, ik vertel steeds iedereen dat je dood bent.”

Hij maakt het snel weer goed door van een paar meisjes vooraan een chocolade ‘J’ in ontvangst te nemen. „The rain does fall”, hebben ze achterop geschreven, verwijzend naar het nummer If the rain must fall, „Look at our hair!” Onzin, stelt Morrison ze gerust: „It looks lovely.”

Het is afwachten hoe lang Morrison zijn beide soorten liefhebbers zo tevreden kan houden.