Leaserijder krijgt opvoeding

Lease-rijders dienen hun auto ‘als een goede huisvader’ te behandelen.

Leaseplan gaat klanten opvoeden: goed gedrag levert airmiles op.

Zoals wel vaker moeten de goeden onder de kwaden lijden, maar in het algemeen wordt de leaserijder gezien als iemand die te vaak te hard rijdt, gemiddeld meer schade heeft aan zijn voertuig dan particuliere autobezitters en bovendien in het algemeen niet erg netjes met zijn auto omgaat.

Wat dat laatste betreft is de aanduiding ‘leasebak’ voor een auto van de zaak veelzeggend. De veelgebruikte opmerking in het gebruikscontract dat de leaserijder zijn auto ‘als een goed huisvader’ dient te behandelen is in elk geval in navrante tegenspraak met een populair geworden definitie van een lease-auto. Dat is in de volksmond ‘een auto die je niet warm hoeft te rijden’.

Een recent, intern doch uitgelekt, schadepreventieonderzoek van verzekeringsmaatschappij Achmea heeft aangetoond dat berijders van een lease-auto tweeënhalf keer zoveel schade melden als eigen autobezitters. De VNA, de Vereniging van Nederlandse Autoleasebedrijven, doet haar best dat beeld wat bij te stellen. Er wordt verwezen naar een onderzoek van 2002, waaruit blijkt dat bestuurders van een lease-auto een niet meer dan gemiddeld schadepatroon hebben. Dat kan zelfs positief worden uitgelegd, omdat ze vaak beduidend meer kilometers afleggen – en dus meer kans op schade hebben – dan particuliere autobezitters. De VNA zegt nieuw onderzoek te hebben gedaan dat op hetzelfde wijst. Volgens Josette Häger van Leaseplan heeft elke klant daar gemiddeld één schadegeval per jaar. „Daar zit alles bij, van een steenslagpitje tot een total loss.”

Verzekeringsdeskundigen wijzen er verder op dat de cijfers vertekenen omdat berijders van lease-auto’s gemaand worden om elk krasje, deukje of sterretje in de ruit als ‘schadegeval’ te melden. Particuliere autobezitters halen over zo’n beschadiging hun schouders op. Dat melden van elk incident met de auto heeft vooral te maken met het streven van de leasemaatschappij om de auto na de termijn van meestal vier jaar zo schadevrij mogelijk terug te krijgen.

Mede daarom gaan leasemaatschappijen er toe over om degenen die met hun auto’s onderweg zijn op te voeden. Een bedrijf als Athlon stuurt, overigens op verzoek van de werkgever van de leaserijder, zijn rijders een of twee keer per jaar een soort scoreformulier waarop het aantal schades wordt aangegeven, alsmede het gemiddelde brandstofverbruik. De maatschappij relateert daarbij de kilometerstand aan het aantal getankte liters, berekent zo het bereikte verbruik en meldt fijntjes in de brief aan de rijder wat de fabrieksopgave voor de bewuste auto is. Wie 1 op 9,2 rijdt, terwijl zijn auto volgens de fabrikant gemakkelijk gemiddeld 1 op 11 kan halen, wordt zodoende subtiel gemaand wat rustiger met het gaspedaal om te gaan. Concurrent Leaseplan stuurt ook dat soort brieven en geeft rijtips, maar beloont vooral ook goed gedrag. Voor elk schadevrij kwartaal krijgt de lease-autobestuurder een zeker aantal airmiles bijgeschreven.

Een probleem voor leasemaatschappijen is dat tot nu toe, via het kenteken, alleen de schade-, onderhouds- en brandstofstatus van de auto worden gevolgd. Als een auto bovengemiddeld olie verbruikt en om de 20.000 kilometer nieuwe banden nodig heeft, dan kan worden aangenomen dat er niet altijd keurig 120 km/u mee wordt gereden.

Maar wíé dat op z’n geweten heeft, weet alleen de werkgever. Die houdt immers bij welke medewerker er in welke auto rijdt. Die anonimiteit heeft zo z’n voordelen voor de leaserijder. Snelheidsduivels blijven bijvoorbeeld anoniem, want de boetes komen terecht bij de leasemaatschappij, die ze zelf betaalt (of de werkgever laat betalen) en daarna het bedrag op de leaserijder verhaalt.

Deze bouwt zodoende geen dossier op bij justitie, wat met een particuliere pedaalridder die geregeld wordt betrapt wél gebeurt. Een nadeel van het systeem voor de leasemaatschappij tot nu toe is dat het bedrijf alleen achteraf kan zien dat er met een bepaalde auto niet wordt omgegaan zoals het hoort.

Daarom heeft Leasemaatschappij GE Fleet Service, dat deel uitmaakt van General Electric, een online computerprogramma ontwikkeld dat daadwerkelijk de berijders kan volgen. Verbruikt een bepaalde chauffeur te veel brandstof dan krijgt hij rijtips, maakt hij het bonter dan volgt een theorieprogramma en komt code rood in beeld dan volgt verplicht les nemen bij een rij-instructeur.

De wagenparkbeheerders van diverse grote bedrijven hebben belangstelling voor het programma van GE Fleet Service, maar critici wijzen erop dat een auto nog wel eens van berijder wisselt en dat dan de opgebouwde gegevens niet meer kloppen. Maar voor het gros van de lease-auto’s geldt dat ze gedurende hun looptijd door één en dezelfde persoon worden bereden.