Irak en Syrië herstellen relaties

Irak en Syrië hebben vandaag na een breuk van bijna 25 jaar hun diplomatieke betrekkingen hersteld. Irak hoopt dat de normalisering van de betrekkingen zal leiden tot vermindering van de Syrische steun voor sunnitische rebellen. In die zin reageerde ook de Amerikaanse regering, die zelf onder druk van Congresleden staat om met Syrië – en Iran – te gaan praten om een oplossing voor het geweld in Irak dichterbij te brengen. Iran wordt er in Washington van beschuldigd shi’itische milities te steunen.

De afgezette Iraakse leider Saddam Hussein brak met de inmidels overleden Syrische president Hafez al-Assad omdat Damascus het shi’itische, niet-Arabische Iran steunde in de oorlog tegen Irak (1980-1988). De relaties waren toen al slecht: Saddam en Assad leidden rivaliserende vleugels van de seculiere, Arabisch-nationalistische Ba’athpartij.

De Iraakse president Jalal Talabani gaat zondag naar Teheran voor een al lang geleden vastgesteld bezoek. Volgens sommige berichten reist ook de Syrische president Bashar al-Assad, Hafez’ zoon, dan naar de Iraanse hoofdstad om te praten over de mogelijkheden om Irak te helpen stabiliseren. Het is echter de vraag hoever de Iraanse en Syrische invloed gaat.

De Syrische minister van Buitenlandse Zaken, Walid al-Moualem, ondertekende vanochtend in Bagdad een akkoord met zijn Iraakse ambtgenoot Hoshiyar Zebari waarin staat dat de Amerikaanse troepen voorlopig in Irak blijven. Eerder had Moualem opgeroepen tot het vaststellen van een tijdschema voor de terugtrekking van de circa 150.000 man troepen uit Irak. Moualem beloofde Syrische medewerking in de strijd tegen het geweld. Volgens Washington trekken nog steeds elke maand 70 tot 100 buitenlandse extremisten uit Syrië Irak binnen ondanks eerdere Syrische toezeggingen de grenscontroles te verscherpen.

In de Iraakse hoofdstad werd gisteren een beroemde acteur, Wali Hassan, vermoord. Hassan, een shi’iet, was de ster van Karikatuur, een weekendshow op Al-Sharqiya televisie waarin de buitenlandse troepen, sunnitische opstandelingen, shi’itische milities en de Iraakse regering zonder onderscheid werden bespot.

Verder werd in Babil ten zuiden van Bagdad een shi’itische hoogleraar vermoord. In Falluja werd een hoogleraar ontvoerd, net zoals een chaldeeuws-katholieke priester in Bagdad. Verspreid over het land werden voorzover bekend 75 lijken gevonden. (AP, Reuters)