Instabiel

Morgenavond zal Nederland nog bestaan, de politieke partijen zullen hun knopen tellen, het formeren begint en wij gaan over tot de orde van de dag. Waarom geven de verkiezingen mij dan toch zo’n onbestemd en unheimlich gevoel? Het moet iets te maken hebben met de instabiliteit in de politieke verhoudingen, het onderaardse gerommel, de wilde schommelingen in de kiezersgunst, de geest van Fortuyn die thuisloos rondspookt.

Het is alsof niet alleen de nerveuze peilingen, maar ook de verkiezingen zelf weinig beters kunnen opleveren dan een vluchtige registratie van verlangens en onvrede. Niets is uitgekristalliseerd. Sinds 2002 bevinden wij ons in een overgangssituatie, maar waarheen? Ik vermoed dat morgenavond nog steeds niemand dat weet. Wordt het doormodderen met minderheidskabinetten en wisselende meerderheden? Daar ziet het aan de vooravond van de stemming naar uit.

Eén soort minderheidskabinet is vooralsnog uitgesloten, werd gisteren bevestigd tijdens het gezellige koffiekransje van de drie lijstaanvoerders van de progressieve partijen. Linkse eenheid? Geen van de drie geloofde erin.

Wonderen bestaan niet. Links heeft zich tot dusver altijd alleen maar gesplitst. Dat is in Nederland al zo sinds de tijden van Domela Nieuwenhuis en Troelstra. Hoogstens kun je zeggen dat de ideologische tegenstellingen, die de linkse politiek niet minder hebben geteisterd dan theologische haarkloverijen de protestantse kerk, nu plaats hebben gemaakt voor programmatische verschillen. Dat vergroot op termijn de kans op meer linkse samenwerking. Maar die programmatische verschillen zijn intussen aanzienlijk. Van de lasten voor het bedrijfsleven tot bezuinigingen op defensie, van milieuheffingen tot modernisering van de verzorgingsstaat, van de Europese Unie tot de internationale rechtsorde: de meningsverschillen tussen PvdA, SP en GroenLinks lijken onuitputtelijk.

Belangrijker misschien nog wel is dat er diverse zielen in linkse borsten huizen. Kritiek op de bestaande maatschappelijke orde, protest, verzet, activisme – dat hoort bij links. Maar ook deelname aan het openbaar bestuur, streven naar stapsgewijze hervormingen en vernieuwingen. Tegenover dat moderniseringsstreven staat dan weer de behoudzucht in de zin van de verdediging van verworven rechten, wat in de praktijk tot botsende belangen kan leiden.

Deze zielen krioelen in drie partijen door elkaar. De vermindering van de rol van de ideologie heeft niettemin de gedachte aan de mogelijkheid van linkse samenwerking realistischer gemaakt dan ooit tevoren. De uiteenlopende visies, temperamenten en tradities overschrijden allang de partijgrenzen. Een gemeenschappelijke noemer is te vinden in beginselen waar links van oudsher voor staat: vrijheid, solidariteit, rechtvaardigheid. Het is denkbaar dat moderne bestuurders en ‘maatschappelijk teleurgestelden’, zoals dat tegenwoordig heet, elkaar vinden in programmatische compromissen. Maar natuurlijk niet bij een kopje koffie twee dagen voor de verkiezingen. Dat is flauwekul, een tactiekje, een toneelstukje tussen de schuifdeuren, linkse koffieleut.

Er is ‘op links’ minder concurrentiedrift en wederzijdse ontmaskering dan voorheen. Voor een nauwere samenwerking is evenwel een ruime mate van geduld vereist. Het begint met pogingen tot een gemeenschappelijke analyse van maatschappelijke problemen en een minimale overeenstemming over prioriteiten. Ook zouden de drie partijen bereid moeten zijn tot een constructieve beoordeling van elkaars doelstellingen en politieke rol.

Nu aandringen op, of zelfs – wat SP en GroenLinks doen – op hoge toon eisen dat er onverwijld een ‘linkse regering’ op het program moet staan, is onverantwoordelijk. Er moet een proces van groei naar inhoudelijke samenwerking aan vooraf gaan. De drie partijen kunnen dan een situatie dichterbij brengen waarin zij gezamenlijk toetreden tot een coalitie met confessionelen of liberalen. Daarentegen is een zuivere linksrechtstweedeling in de politiek riskant. In de eerste plaats natuurlijk omdat links geen meerderheid heeft. Maar al kwam die er wel, dan zou een exclusief links kabinet de politieke instabiliteit vergroten. Het zou leiden tot scherpe polarisatie.

Ook in rechtse borsten huizen namelijk meerdere zielen. De VVD is een coalitie tussen een financieel-conservatieve en een op immaterieel gebied liberale stroming; het CDA kent vanouds een werkgevers- en een vakbondsvleugel, al houdt de laatste zich onder Balkende angstig koest. Rechts van de VVD en het CDA bevindt zich dan nog een braakliggend potentieel dat op een Nederlandse Filip Dewinter wacht. Onder de huidige omstandigheden zou een links kabinet als reactie daarop een samengaan van rechts en extreemrechts teweeg kunnen brengen – een soort kernfusie tussen geld en rancune, een extreem gevaarlijke reactie, waardoor de maatschappij als geheel zou kunnen ontploffen.

Linkse samenwerking kan alleen realistisch worden benaderd als een zaak van lange adem. Intussen lijkt het erop dat de PvdA is beland tussen ‘the devil and the deep blue sea’. Het ligt voor de hand dat de partij van Bos streeft naar een coalitie met het CDA. Hoe constructief zou in dat geval de oppositie van SP en GroenLinks zijn? En ziet de PvdA dan een nog groter deel van haar klassieke aanhang richting SP vertrekken?

Een door Balkenende geleide CDA-PvdA-coalitie is op voorhand ongeloofwaardig gezien de door de premier willens en wetens vergiftigde sfeer tussen die partijen. De lijstaanvoerder van het CDA heeft het inhoudelijke debat met de oppositie gemeden en zijn adjudanten persoonlijke aanvallen op Bos laten doen. Dat is misschien handige tactiek, uit democratisch oogpunt is het niet fraai. De verkiezingsstrijd kreeg er iets wezenloos, iets spookachtigs door, zonder tastbare alternatieven op te leveren.

Als PvdA en CDA niet tot overeenstemming komen, blijft na morgenavond de enige optie een prolongatie van het huidige kabinet. Daarvoor heeft zich gedurende de verkiezingscampagne op geen enkel moment een meerderheid afgetekend. Een minderheidskabinet betekent alleen tijdelijke, uiterst fluïde opties: méér instabiliteit.

Welke uitkomst je op basis van de vandaag afgesloten verkiezingscampgne en de bijbehorende peilingen ook tegen het licht houdt, de ene optie is nog naargeestiger dan de andere. Zelden heb ik zulke deprimerende verkiezingen meegemaakt, ze zijn me te voorlopig, terwijl aan de einder die dreigende wolken maar niet willen wijken. Ik vrees dat er nog altijd storm op til is.