Hongarije en Roemenië werken aan verzoening

Twistappel Transsylvanië zorgt al negen decennia voor animositeit tussen Hongarije en Roemenië. Maar met Roemenië’s EU-toetreding in zicht zoeken ze naar toenadering.

Je loopt er Duitse, Italiaanse en Nederlandse ondernemers tegen het lijf. De Roemeense stad Sibiu, per 1 januari Europese cultuurhoofdstad, is in trek bij investeerders uit West-Europa. Oostenrijkse en Franse bedrijven slaan er hun slag. Ze komen er om de ‘onbegrensde mogelijkheden’ in EU-nieuwkomer Roemenië. Met 22 miljoen inwoners biedt het land een interessante nieuwe afzetmarkt. En de lonen zijn er nog laag.

Wie schitteren door afwezigheid zijn degenen die je er juist het eerste zou verwachten: de Hongaren. Al in de twaalfde eeuw heersten Hongaarse koningen in en rond deze stad in het zuiden van Transsylvanië. Maar ruim achthonderd jaar nadien voelen Hongaren uit Hongarije zelf – Transsylvanië heeft een Hongaarse minderheid van 1,7 tot twee miljoen zielen – zich er niet thuis. „De pijnlijke geschiedenis weerhoudt veel Hongaren er nog altijd van om in Roemenië iets op te zetten,” zegt Emese Barabás van het Europa Huis in de Hongaarse hoofdstad Boedapest.

Na de Eerste Wereldoorlog moest Hongarije volgens het verdrag van Trianon Transsylvanië afstaan aan Roemenië. In 1940 was Hongarije er weer de baas, maar na de Tweede Wereldoorlog kwam de regio opnieuw in Roemeense handen. „Sindsdien spreken we in Hongarije van het Trianon-trauma,” zegt Barabás van het Europa Huis, dat ijvert voor meer begrip voor de werking van de EU. „De generatie van mijn ouders en grootouders houdt het trauma springlevend. Maar voor mijn generatie – ik ben 35 – is het tijd dat we het verleden vergeten en toenadering tot Roemenië zoeken.”

„De laatste jaren heeft de Hongaarse politiek zich blindgestaard op de discriminatie van de Hongaarse minderheid in Roemenië,” zegt Barabás. „Maar nu straks de grens wegvalt moeten politici zich gaan richten op de economische mogelijkheden in de regio waar Hongaren zo veel wortels hebben. In taal en cultuur hebben we daar een voorsprong. Die wordt jammer genoeg niet benut.”

Maar met Roemenië’s EU-toetreding op 1 januari zoeken de buurlanden elkaar meer op. Eind vorige week spraken de Hongaars premier Ferenc Gyurcsány en zijn Roemeense ambtgenoot Calin Tariceanu in Boedapest twee dagen lang over samenwerking. „Een historische verzoening,” jubelde Tariceanu achteraf. „In honderd jaar was er nog nooit zoveel wederzijds begrip,” jubelde Gyurcsány terug.

Het enthousiame werd zowel in de Hongaarse als Roemeense media afgezwakt. Over het gevoeligste onderwerp, politieke autonomie voor de Hongaarse minderheid in Roemenië, bleven beide premiers vaag, klaagden Hongaarse kranten. En in Roemenië werd verbolgen gereageerd op het besluit van de Hongaren om na 1 januari de arbeidsmarkt nog deels op slot te houden voor Roemeense werkzoekenden. „Natuurlijk was dat een domper,” zegt Sandu Zamfirescu van het Europa Huis in de Roemeense hoofdstad Boekarest. „Veel Roemenen verwachten dat hun huidige problemen bij het vinden van legaal werk in Europa na toetreding niet meer bestaan. En nu gooit Hongarije de deur deels op slot. Maar ik verwacht dat dit tijdelijk zal zijn.”

Toch werd de top als een ‘voorzichtige doorbraak’ gezien. „We zullen het voorlopig moeten doen met deze kleine stapjes,” schreef Hongarije’s grootste dagblad Népszabadság. Een goed teken, oordeelde de krant, „is dat de politici nu meer over de toekomst dan over het verleden spreken.” Op infrastructureel terrein gaan de twee landen samenwerken.

De EU stuurt al jaren aan op samenwerking tussen de twee landen, zeker op het terrein van regionale ontwikkeling waarvoor binnen de EU-begroting miljarden euro’s zijn gereserveerd. „De samenwerking in vooral de grensstreek groeit de laatste jaren enorm,” zegt Marta Gordos van het met EU-geld gefinancierde ‘Cross Borders’. Het agentschap ondersteunt maatschappelijke organisaties en kamers van koophandel in beide landen.

Zamfirescu, van het Roemeense Europa Huis, is al langer in nauw contact met Hongaarse collega’s die de ‘Brusselse mores’ beter kennen. „We leren van de Hongaren veel over de regels om EU-subsidies rechtmatig binnen te halen. In de EU-begroting voor 2007-2013 is voor Roemenië bijna 30 miljard euro gereserveerd, bijna 14 miljoen per dag.” Volgens Zamfirescu wordt de vijandschap tussen Roemenië en Hongarije deels kunstmatig door politici in stand gehouden. „Maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven hebben heel andere belangen, die willen vooruit, met elkaar.”

In haar dromen ziet Emese Barabás, van het Europa Huis in Boedapest, haar kleinzoon ooit samen met een Roemeen een bedrijf opzetten. „Het vergt vooral een mentaliteitsverandering. Nog altijd is de helft van het Hongaarse wagenpark beplakt met bumperstickers met een afbeelding van het oude Groot-Hongarije, waarbij Transsylvanië binnen de Hongaarse grenzen viel. Wat bereik je met die onzin? Het is olie op het vuur.”

De huidige politieke en sociale onrust in Hongarije wijt Barabás niet aan EU-toetreding die, zoals velen beweren, Hongarije een kater zou hebben bezorgd. „De pijnlijke economische hervormingen die we moeten doorvoeren waren ook zonder Brussels decreet noodzakelijk geweest. De onrust heeft meer te maken met een slechte politieke cultuur, net als in Polen, Tsjechië en Slowakije.”

Eén antikatertip wil ze haar Roemeense collega’s toch meegeven. „Temper het enthousiasme voor de EU, want de wonderen zullen uitblijven.”